Migrantenliteratuur is een nieuw genre van de jongste decennia. Zadie Smith, zelf van gemengde afkomst, beschrijft drie families in Londen met diverse achtergrond. Het gaat over hun zoektocht naar identiteit en over de botsing tussen de eerste en de tweede generatie. Ouderen willen vaak vasthouden aan de traditie van hun land, terwijl jongeren beïnvloed zijn door de populaire, westerse cultuur.
De familie Jones-Bowden is gemengd Jamaicaans en Engels. Dochter Irie heeft een gelijkaardige achtergrond als de schrijfster. De familie Iqbal stuurt één tweelingbroer terug naar Bangladesh, terwijl de tweede in Londen blijft. Ironisch genoeg raakt hij de eerste verwesterd, terwijl de tweede radicaliseert. In een derde familie protesteert een zoon tegen de dierenproeven van z’n vader. Al deze verhaallijnen komen samen in een wervelende climax.
Tanden komen letterlijk voor in meerdere anekdotes, maar ze hebben ook een figuurlijke betekenis. In elk van de vier delen is er een sprong terug in de tijd, die de “tandwortels” van een personage toont. Het mooiste voorbeeld is de mislukte muiterij van Mangal Pandey in 1857, die Samad Iqbal inspireert als een heilige martelaar.
Toeval speelt ook een rol, via Archie Jones die belangrijke beslissingen neemt door een munt op te gooien. Aanhangers van diverse godsdiensten en levensbeschouwingen gaan in de clinch. Er zitten filosofische en historische uitweidingen in, maar ook banale en koldereske scènes. Zadie Smith geeft een stem aan mensen die een evenwicht zoeken tussen culturen.