Als dit boek geen omslag had gehad en ik zou het gelezen hebben zonder verdere kennis van context, dan had ik nooit kunnen raden dat Bureau gevonden voorwerpen geschreven is door Siegfried Lenz. Een aangename verrassing moet ik zeggen, want hoewel ik Lenz in het algemeen waardeer zijn sommige titels van zijn hand vooral degelijk; psychologische romans op een klassieke manier (zoals Het verlies en Een minuut stilte).
Dit boek is veel speelser. De hoofdpersoon, Henry, heeft geen ambitie om carrière te maken en komt te werken op het depot van de spoorwegen waar gevonden voorwerpen worden verzameld en geretourneerd. Mensen die binnenkomen om hun eigendommen terug te krijgen worden 'verliezers' genoemd. De setting doet een beetje aan als iets van Saramago en bij die ene overeenkomst blijft het niet: de lichte toon, de sympathie voor de personages en de achterliggende maatschappelijke thematiek zijn net zo goed parallellen.
Aanvankelijk lijkt alles pais en vree in het leven van Henry, precies zoals hij het wil, hij heeft het naar zijn zin op zijn werk en kan zich daarnaast richten op het veroveren van zijn collega Paula. Maar er blijkt ook een sluimerend gevaar te zijn, namelijk een motorbende die de wijk waar hij woont onveilig maakt, zonder duidelijke motieven. Van hieruit trekt Lenz subtiel maar beslist een steeds krachtiger maatschappelijke schets op, die toch nergens de romanvorm gaat overheersen. De finale is filmisch met voor het eerst iets van pathos in de toon, als er wordt teruggegrepen op een uitspraak die Henry eerder in het boek heeft gedaan: "Je verzetten, [...], als niets meer helpt, kun je je alleen nog maar verzetten, dat weet jij toch net zo goed als ik? ". Dit is het verzet van het individu tegen het systeem (Henry versus de spoorwegen en de hiërarchie) en van de stille meerderheid versus de luidruchtige sekte der kleingeestigen (Henry versus het echtpaar op de feestavond en versus de motorbende). Hier kan je dan toch de Siegfried Lenz herkennen van Duitse les, als je het weet tenminste.
Ja, ik vond het echt een heel fijn boekje. Het gebrek aan enige blik in de psyche van de personages, buiten wat ze tegen elkaar zeggen en wat ze doen, werkt een beetje vervreemdend maar creëert ook lucht. Dat geldt tevens voor het gegeven dat Lenz niet heel erg bezig lijkt te zijn een vloeiend, ononderbroken verhaal te vertellen. 3,5* mag geen schokkende score zijn, maar mijn waardering voor deze schrijver is wel verder toegenomen. Hij bewijst hier dat hij ook buiten de jaren '60 echt relevante literatuur heeft voortgebracht en dat maakt zijn carrière van meer dan vijftig jaar nog imposanter.