Alweer een mij onbekend werk uit de wereldliteratuur waar mijn oog toevallig op is gevallen in de bibliotheek. Ik heb het in vertaling gelezen, onder de titel
Onlusten. Die Nederlandse vertaling kan echter niet alles uitdrukken wat het Engels doet.
Troubles refereert natuurlijk aan de Ierse ‘onlusten’, maar kan net zo goed vertaald worden met problemen of beslommeringen. En voor dit boek zijn allebei van toepassing: het neemt
the Troubles als setting van een verhaal over een vervallen hotel en de eindeloze problemen die het veroorzaakt voor de bewoners.
Het boek begint met een korte epiloog die mij onmiddellijk aan
Rebecca deed denken, en niet voor de laatste keer. In
Rebecca is het landhuis Manderley haast een personage op zich, en hetzelfde geldt voor hotel Majestic. Na de introductie van het Majestic wordt de eigenlijke hoofdpersoon geïntroduceerd. Intrigerend genoeg wordt die alleen door andere personages bij zijn naam genoemd, de verteller noemt hem steevast ‘de majoor’. Nog een parallel met
Rebecca, waarin het gebouw een naam krijgt maar de hoofdpersoon niet.
De Engelse majoor reist naar Ierland om de vrouw te bezoeken met wie hij min of meer per ongeluk verloofd is. Ze hadden elkaar leren kennen in 1916, tijdens zijn verlof. Zij had ‘het gevoel dat ze iets persoonlijks te verliezen moest hebben’, hij ‘dat hij minstens één reden moest hebben om het te willen overleven’. Het verhaal gaat echter helemaal niet over Angela, zij is slechts de reden dat de majoor in het Majestic terechtkomt. Hij ziet aanvankelijk verwonderd aan hoe de bewoners zich vastklampen aan de gloriedagen van weleer, maar wordt al snel zelf een onderdeel van de micromaatschappij in het hotel.
Het Majestic en zijn bewoners staan duidelijk model voor het ondergaande Britse rijk, maar ik denk dat het nog meer betekent. Wellicht blijft de majoor er hangen omdat er geen andere plek is die zijn binnenwereld zo weerspiegelt. Hij overleefde de oorlog, herstelde van shellshock, hij staat nog overeind maar wordt nooit meer de oude. Hij voelt zich alleen nog op zijn gemak in het gezelschap van vreemden, en welke plek is daarvoor beter geschikt dan een hotel op een afgelegen schiereiland? De Ierse Sarah, die in het dichtstbijzijnde dorp woont, lijkt aanvankelijk de laatste strohalm voor de majoor om te ontkomen aan zijn lijdzame wegkwijnen, maar zij zit op haar eigen manier net zo vast als hij.
Sarah is een van de weinige Ierse personages.
The Troubles komen het Majestic voornamelijk binnen via de krant, waaruit soms uittreksels in de roman zijn opgenomen. Soms werkt dat goed, soms snap ik niet zo goed waarom juist dit nieuwsbericht op deze plek in het boek is terechtgekomen. Hoe dan ook lezen we meer over lekkende daken en overlast van katten dan over geweld en terreur. Geleidelijk sluipen die toch het Majestic binnen, hoewel niet per se door toedoen van Sinn Féin: de schokkendste scène vond ik de
poging tot verkrachting van de dronken Charity door een Britse soldaat. De majoor reageert gelaten op het geweld dat buiten het Majestic woedt, maar hoteleigenaar Edward probeert, eveneens met geweld, de werkelijkheid op afstand te houden. Tsjechovs geweer hangt hier duidelijk zichtbaar aan de muur. Dat zorgt dat er spanning blijft in een verhaal dat anders vooral een timelapse van het verval van het Majestic zou zijn geweest.
Troubles is een uitstekend geschreven, gelaagd boek. De stijl van J.G. Farrell varieert soepel tussen droogkomisch, feitelijk en plotseling tragisch. Farrell houdt je in een bijna verlamde toestand, net als de personages, tot je eruit wordt opgeschrikt door een achteloze verwijzing naar de loopgraven of een korte blik op de Ierse onderklasse. De personages zijn treffend en vaak opvallend liefdevol beschreven, en nergens krijg je het gevoel dat de schrijver een politiek statement probeert te maken. Het gaat hem om de tragiek van de ondergang, en het zinloze van vasthouden aan wat voorbij is, of zelfs nooit echt is geweest.