Meer dan zestig romans schreef Pío Baroja, generatiegenoot van onder meer Unamuno. Hoewel ik maar één titel van die laatste heb gelezen, lijken de stijlen wel wat op elkaar, en ook tijdgenoot Pirandello is niet ver weg. De boom der kennis is een ontzettend cerebrale roman. Baroja doet niet al te veel moeite om alinea's met elkaar te laten samenhangen, of om een soepel verhaal te vertellen. De constructie van het boek is overduidelijk zichtbaar, onverhuld. Toch blijft De boom der kennis altijd makkelijk leesbaar en vaak is het zelfs zeer vermakelijk. Ik betrapte mezelf, als verstokte romanlezer, erop dat ik zat te wachten op een romance. Juist nadat ik dat idee uit het hoofd had gezet, dient zich toch nog het geluk aan voor de protagonist, maar dat is uiteraard geen lang leven beschoren.
In het hart van het boek staat een filosofisch dispuut tussen hoofdpersoon Andrés en zijn oom, een beetje zoals Thomas Mann later zou doen in De Toverberg. Van de geschetste levenswijzen vormt dit boek eigenlijk de illustratie, zowel op individueel niveau als op nationaal vlak. Het werk schijnt vrij sterk autobiografisch te zijn (Baroja was zelf arts en bleef zijn leven lang alleenstaand), wat de bitterheid die eruit spreekt des te schrijnender maakt. Maar in tegenstelling tot sommige latere schrijvers, die de smerigheid lijken te omarmen, houdt Baroja vast aan afschuw over de platvloersheid van de mens. Misschien dat het daarom niet echt negatief overkomt, hoewel dit soort passages er toch werkelijk niet om liegen:
'Nou en?' sneerde Andrés. 'Als je tot je grote benauwdheid en wanhoop niet weet wat je met je leven moet doen, als je geen doel hebt, verdwaald bent, zonder kompas, zonder licht dat je de weg wijst, wat moet je dan met het leven? Waar moet je dan heen? Als het leven zo sterk was dat het je mee zou slepen, als denken een genot zou zijn, zoiets als een adempauze voor een wandelaar in de schaduw van een boom, zoiets als het betreden van een oase van rust; maar het leven is stompzinnig, overal volgens mij, en het denken vult zich met spookbeelden als compensatie voor de emotionele schraalheid van het bestaan.'
'Je bent verloren,' mompelde Iturrioz. 'Dat intellectualisme voert je naar de ondergang.'