Politieke biografie van Wilders is gemiste kans
Het razend actuele en interessante fenomeen Geert Wilders heeft een politieke biografie gekregen: Geert Wilders, de tovenaarsleerling. Het werd tijd dat iemand een poging deed zijn politieke loopbaan in kaart te brengen en vooral te proberen deze man te doorgronden. In actualiteitenprogramma's en in de geschreven media zijn er al geslaagde en minder geslaagde pogingen gedaan, maar een heus - serieus te nemen - boek over deze man was er nog niet. Hoogleraar politicologie Meindert Fennema heeft het met dit boek gedaan. Maar is het een succes? Mwah, nauwelijks.
Laat ik maar met het kleinste puntje van kritiek beginnen. Wat is dit boek ongelofelijk slordig geredigeerd. Het lijkt wel een haastklus.
"Met vijf zetels was de PVV-fractie net zo groot als het CDA-smaldeel in het Europees Parlement. PvdA, VVD, D66 en GroenLinks hadden elk maar drie zetels. De PVV was nu groter dan de PvdA en de VVD."
Misschien leg ik op te veel slakken zout, maar formuleringen als bovenstaande komen veel vaker voor. In zin twee en drie staat exact dezelfde informatie. Feitelijk is er niets mis mee, maar een eindredacteur had de tekst gecomprimeerd zodat die veel soepeler leest. Dit is nog het minst ergerlijke voorbeeld, maar in sommige gevallen had ik sterk de induk een concepttekst te lezen waarin nog flink geschrapt moest worden.
Maar goed, de inhoud is belangrijker, wat mij betreft. Geert Wilders, de tovernaarsleerling, begint bij Wilders' sollicitatie in 1990 bij de VVD-fractie als medewerker tot de Tweede-Kamerverkiezingen van juni dit jaar. Fennema schrijft alsof hij een vlieg op de muur is bij alle politieke activiteiten van Wilders. Zo geeft hij de lezer inzicht in wat Wilders denkt en vindt. Opmerkelijk, want hij heeft Wilders voor dit boek niet gesproken. Die weigerde. Wel sprak hij met 34 andere bronnen en "een aantal personen die om veiligheidsredenen anoniem willen blijven".
Als je voor het beschrijven van een politieke carrière van twintig jaar maar 34 en een paar bronnen hebt, dan moet je zwaar leunen op kranten tv. En dat doet Fennema dan ook. Daarmee is zijn boek vooral een aardige opsomming en een opfrisser voor het geheugen. Wie in een handzame 250 pagina's wil weten hoe Wilders ook alweer in de politiek belandde, en hoe hij tot zijn standpunten is gekomen, moet dit boek zeker lezen.
Maar wie meer verwacht - en waarom zou je van een hoogleraar politicologie niet meer mogen verwachten? - komt van een kouwe kermis thuis. Mijn indruk is dat Fennema geprobeerd heeft vooral een journalistiek boek te schrijven, terwijl hij beter bij zijn leest had kunnen blijven en een academische (al dan niet populair) analyse kunnen schrijven. Nu leest zijn boek als een reconstructie, maar in doe hoedanigheid hapert het verhaal. Soms leunt hij slechts op één bron, die hij overigens dan wel keurig verantwoord. Soms lijkt hij zelfs geen bron te hebben. Als hij speculeert over amoureuze escapades van Wilders met collega-kamerleden vliegt Fennema volledig uit de bocht. Ondanks een uitgebreid notenapparaat, blijven deze passages compleet onverantwoord. Dat lijkt me een hoogleraar onwaardig.
Als politieke analyse is het boek te dun. Natuurlijk biedt het enig inzicht in de manier van opereren van Wilders en in de ontwikkeling die hij doormaakt. Maar dat inzicht komt er vooral door het overzicht, de samenvatting die Fennema schetst. Je krijgt weer eens voorgeschoteld hoe vroeg Wilders zich eigenlijk al met buitenlandbeleid bezig hield. Daardoor wordt helder dat Wilders' islam-ideeën niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen. Maar een diepere analyse, van Wilders' opvattingen van zijn electorale succes ontbreekt. Een gemiste kans.