Eerder geplaatst maar omdat dit boek tweemaal op de site bleek te staan is mijn recensie verloren gegaan bij het verwijderen van één van beide versies:
Prachtig boek bestaande uit 18 hoofdstukken die eigenlijk 18 korte verhalen zijn die samen het verhaal vertellen van Djata, een jongetje in een Oostblokland. Rode draad is de verdwijning van vader in hoofdstuk 1, het duurt even voor Djata door heeft dat die grijze mannen geen collega's van vader waren. Door het hele boek heen is de verdwijning van vader, de hoop en vrees over zijn lot de rode draad, maar niet de hoofdmoot.
Sommige hoofdstukken vertellen een universeel jongetjesverhaal, totale slechteriken als docent of voetbaltrainer (mijn god, wat een psychopaat was dat!), pestkoppen die een (pest)kop groter zijn, stiekeme streken en wonderlijke jongensavonturen kom je in meer boeken tegen. Het bijzondere is hier echter de achtergrond, de Oostblok beknelling, de angst voor de grijze mannenen de angst om hetzelfde lot als vader te ondergaan, weggevoerd worden naar niemand weet waar. Daarnaast gebeuren er ook een hoop dingen die niet in het standaard coming of age boek voor zullen komen.Bizarre verhalen over bizarre mensen, het knappe is trouwens dat Dragoman er in slaagt de verhalen zo te vertellen dat het vaak ook nog erg spannend is.
Het boek wordt bevolkt door een hele hoop kameraden, door een moeder die de kop boven water moet houden en in haar wanhoop mensen te hulp moet roepen die ze liever voor altijd zou negeren. Haar schoonouders bijvoorbeeld, een partijsecretaris en zijn vrouw, die haar de schuld geven dat hun zoon weggevoerd is. Door grote mensen die schaamteloos gebruik van je maken, door grote mensen die door drank en ellende verpauperd zijn, door grote mensen met macht, door grote mensen die door de angst beklagenswaardige nare mensen zijn geworden. Hetgeen erg duidelijk tot uiting komt in het hoofdstuk waarin Djata in een eindeloos lange rij voor een winkel met zuidvruchten terecht komt. En waar totale anarchie kortstondig en geweldadig de kop opsteekt.
Elk van de 18 korte verhalen is geweldig. Sommige iets geweldiger dan andere, maar over het geheel genomen allemaal prachtig geschreven, vol vaart, met een hoopgevende humor tegen een inktzwart decor, maar wel een decor waarin een jongetje er ondanks de omstandigheden het beste van probeert te maken. Soms ontroerend, vaak schokkend, bij tijden toch komisch en hier en daar hartverscheurend. Vol onvergetelijke personages, zo van achter het ijzeren gordijn vandaan getrokken. Vriendjes met branie en grote bekken die het recht van de sterkste vieren maar op hun bek gaan als ze een blinde accordeonist een poot uit willen trekken, een opa die een tragische trekpop van de communistische machthebbers is geworden, rare vrouwen, geflipte leraren, corrupte communisten, scholen die geen naam maar een nummer hebben voor kinderen die ook een nummertje zijn.
Ja, ik ben enthousiast! Wat een rijk boek, wat een vloed aan bijzondere gebeurtenissen en personages, wat een vaart, wat een verteller! Op naar de Vuurstapel, ik brand van verlangen, maar omdat er maar twee boeken van Dragoman vertaald zijn bewaar ik de andere helft van het lekkers voor later.