Bouwval - Frans Kellendonk (1977)
Nederlands
Verhalenbundel
Psychologisch
158 pagina's
Eerste druk: Meulenhoff,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat drie verhalen: de novelle 'Bouwval' en de twee korte verhalen 'Achter het licht' en 'De waarheid en mevrouw Kazinczy'. 'Bouwval' speelt zich af ergens begin zestiger jaren. Hoofdpersoon is een jongen van 10 die zichzelf de kroonprins noemt omdat zich in het hoofd heeft gehaald dat hij van koninklijke afkomst is. Op Allerzielen rijden vader, oom, tante, zus Aapje en de kroonprins naar opa om samen het familiegraf te gaan bezoeken. Bij opa woont nog altijd Theet, de oude huisknecht. Deze Theet verteld de levensverhalen van alle doden. Maar niemand luistert naar hem, behalve de kroonprins. Zijn illusies worden hem ontnomen door het verhaal, omdat blijkt dat er nogal wat randfiguren in de familie zijn geweest. Later blijkt ook van de illusies van de andere bezoekers weinig overgebleven. 'Achter het licht' speelt zich af in een stationsrestauratie, waar verloren, eenzame mensen zich verzamelen. Het is vooral een sfeertekening van levens van mensen die het daglicht niet kunnen verdragen. Miss Troostig, een verlopen travestiet, is op zoek naar ware liefde en hoopt die te vinden bij dokter Cranckx. Deze is geen echte dokter maar een morfine-dealer. Er trekt een stoet van halfdoden aan zijn tafeltje in de stationsrestauratie. Ze leven tussen hemel en aarde, of liever gezegd, tussen hel en aarde. 'De waarheid en mevrouw Kazinczy' handelt over een jonge man, Van Stakenburg, die een proefschrift schrijft over de briefwisseling tussen Gerhard Vossius en John Latham, een obscure Britse schrijver. Zijn proefschrift zal zijn naam vestigen in wetenschappelijke kringen en zijn leven de moeite waard maken. Om dicht bij zijn bronnen te zijn woont hij een half jaar in Londen bij de van oorsprong Hongaarse hospita mevrouw Kazinczy.
