Genoten van dit intrigerende eerste deel uit Murakami’s 1Q84-trilogie: het leest als een thriller, mààr het is ook echt een eerste deel waarbij je misschien wat op je honger blijft zitten. Murakami heeft in dit boek heel zorgvuldig alle pionnen in stelling geplaatst, maar het lijkt mij dat het ‘echte’ verhaal pas vanaf ‘boek twee’ zijn ware start zal kennen. Hoewel ook in het eerste deel reeds voldoende haakjes en oogjes naar elkaar toe neigen, waardoor het boek op zich dus voldoende weet te boeien, blijf je toch achter met de idee dat dit een groots opgezet werk is waarvan je nu nog geen goed beeld hebt kunnen vormen.
Het verhaal is zorgvuldig opgedeeld in een verhaallijn over Tengo en een verhaallijn over Aomame, die dus ook naar elkaar toe lijken te lopen. Doorgaans heb ik het niet zo voor een dergelijke structuur, omdat vaak één van de verhaallijnen wat minder kan boeien, waardoor je om het hoofdstuk een zekere teleurstelling ervaart daar je ‘weer over die of dat moet lezen’. Hier ervoer ik dit allerminst, want beide personages zijn toch wel vrij interessant. Het deel rond Tengo, de schrijver-wiskundige, is iets trager, psychologischer en meer beschouwend van aard. Heel boeiend hierbij is dat wanneer over het boek van Fukaeri wordt gepraat, je als lezer eigenlijk ook een inkijk krijgt in het schrijfproces van een topauteur als Murakami. Aomame is ‘de avontuurlijkere’ van de twee, wat ook wel te verwachten valt van de martial arts-sportinstructrice slash huurmoordenares. Opvallend is wel dat Tengo en Aomame heel veel gemeen hebben met elkander, misschien zal dit in het volgende boek nog een rol gaan spelen. Het enige wat mij soms stoort bij het verhaal rond Aomame is de thematiek van de verkrachtingen en het geweld tegen vrouwen. Enfin, eigenlijk stoort het me nu nog niet, maar ik hoop enkel dat het niet het bepalende thema wordt in de volgende delen, want na een overdaad aan Slaughter en Larsson, en zelfs Bolano’s 2666 heb ik het daar wel wat mee gehad.. In een recensie die ik ergens las, werd Aomame voorts vergeleken met zo’n clichématig Hentai-figuur, en daar kan ik misschien wel wat inkomen. Opnieuw, voorlopig stoort het nog niet, maar ik hoop evenwel dat niet ieder volgend Aomame-hoofdstuk een seksueel getint randje krijgt.
Conclusie: alvast een boeiend eerste deel, dat vooral hoge verwachtingen doet rijzen voor de volgende twee boeken.