menu

De Boeken der Kleine Zielen: Het Late Leven - Louis Couperus (1902)

mijn stem
4,12 (13)
13 stemmen

Nederlands
Streek/Familie

183 pagina's
Eerste druk: Veen, Amsterdam (Nederland)

'Het late Leven' behandelt, in vervolg op 'De kleine zielen', het verdere leven van Van der Welcke en zijn vrouw, samengehouden door hun jaloerse liefde voor hun zoon Addy, in het mondaine, Haagse milieu. In dat milieu van 'Kleine Zielen' behandelt hij de hoofdfiguren Henri van der Welcke en zijn vrouw Constance, wier mislukte levens wij uit het eerste deel van het werk reeds kennen. Zij zijn beide, door het getob en de misère van hun ruzie-bestaan heen, zo langzamerhand door hun jeugd heengeleefd, en beginnen nu aan wat 'Het late Leven' wordt genoemd. Maar nú komt in dat late Leven - te laat - over beiden de Illusie, die, ware zij vroeger gekomen, had kunnen ontbloeien tot geluk en blijdschap om het bestaan, maar die nú niet meer tot rijpheid komen kon, omdat dit late leven er geen atmosfeer voor heeft.

zoeken in:
avatar van Kólja Krasótkin
4,5
Vorige week ook het tweede deel (van vier) van de Boeken der kleine zielen uitgelezen. In dit tweede deel wordt inderdaad meer de nadruk gelegd op het huiselijke leven van Constance en Henri. Zowel Constance als Henri worden verliefd op een ander, maar Henri vindt dat ze omwille van hun zoon Addy toch bij elkaar moeten blijven, hoewel Constance hem de ruimte zou hebben gegeven om weg te gaan met zijn geliefde. Op zich moet ik er altijd weer even inkomen in het taalgebruik van Couperus, maar als ik dan eenmaal aan het lezen ben, dan ga ik er ook wel weer snel doorheen. Hoewel er niet veel gebeurt in dit boek, blijft het toch op de een of andere manier boeien.

Om een idee van het taalgebruik van Couperus te geven, volgt hier een kort tekstfragment. Constance zit hier wat weg te dromen, denkend aan haar geliefde.

Het zoû zoo zijn... het was de zekerheid... zij zag het in de toekomst... Zij zag zich aan zijn zijde, aan zijn hart, in zijn armen leven, leven voor zich en hem, leven voor elkaâr en allen-in-alles... zij zag het glanzend oplichten met ieder weêrlicht in de lichtende opglanzing der toekomstige jaren, die komen zouden... Een jeugd dauwde over hen heen, deed hen glimlachen tot elkaâr, als waren zij, de kinderen van vroeger, die elkaâr onbewust hadden gezocht, gegroeid tot jongen man, tot jonge vrouw, die gevonden hadden elkaâr - na het mysterie van den wolkjes-sluier en van de verre rivier onder groote blâren - ... en zij gingen nu verder...: hunnen wegen liepen op naar glanzende toekomststeden, wier kristallijnen dommen koepelden onder de openbarende luchten,- achter wier torengezwemel zonnestralen uitschoten, die in de kristalkoepels regenboogden...

4,5*

Gast
geplaatst: vandaag om 07:53 uur

geplaatst: vandaag om 07:53 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.