Beter nog dan voorganger
Imperium. Aldaar heb ik al voldoende geschreven over mijn voorliefde voor romans die zich afspelen in de Romeinse tijd, dus dat zal ik hier niet opnieuw doen. Niet alleen om niet in herhaling te vervallen, maar ook omdat mijn waardering van dit boek grotendeels los staat van de setting.
Wat Harris namelijk doet in dit deel is dat hij enerzijds meer de nadruk legt op de psychologie van zijn personages, terwijl anderzijds het thriller-aspect meer naar voren komt. Ik werd even op het verkeerde been gezet door het begin met het geofferde kind. Tot mijn verbazing werd vrijwel direct onthuld wie daar verantwoordelijk voor was - geen moordmysterie dus. In de eerste helft van het boek vloeit de spanning voort uit het feit dat we weten dat er een samenzwering tegen Cicero speelt, maar niet hoe wijdverbreid die samenzwering is. Daarbovenop komt nog de frustratie dat Cicero nu weliswaar consul is, maar nog steeds machteloos lijkt te staan tegen zijn tegenstanders. Nu weet ik dat Cicero zijn jaar als consul overleefd heeft (al was het maar omdat er nog een derde boek komt) maar de spanning is er niets minder om.
Als dat jaar eenmaal achter de rug is, valt Cicero in een diep gat en hij begint een aantal nare trekjes te vertonen, waardoor hij zowel ergernis als medelijden oproept. Cicero is niet geschikt om niets om handen te hebben en tegelijkertijd met zijn eigen geweten te moeten leven. Ondertussen zitten de andere spelers in het machtsspel natuurlijk niet stil. Meesterlijk bouwt Harris een gevoel van onbestemd onbehagen op totdat de dingen uiteindelijk gierend uit de hand lopen.
De verteller Tiro, immer trouw aan zijn meester maar niet blind voor diens gebreken, beschrijft heel mooi wat hij zo bewondert aan hem:
het aarzelende, uiteindelijk huiverig genomen besluit om te doen wat juist was. Dat is precies waarom ik toch geen hekel aan hem heb gekregen. De met zichzelf geobsedeerd geraakte Cicero weet zich uiteindelijk - iets - te herpakken als een crisis onvermijdelijk lijkt. De tegenstand heeft inmiddels echter monsterlijke proporties aangenomen en juist het feit dat Cicero net op tijd bedenkt dat hij geen volstrekt gewetenloze machtswellusteling is doet hem de das om.
Lustrum eindigt met Cicero onderaan het rad van fortuin. Dat maakt héél erg nieuwsgierig naar het derde deel. Naast het sterke einde, de fysieke dreiging in het eerste deel en de psychologische dreiging in het tweede en de uitstekende kenschetsing van de personages (behalve Cicero bijvoorbeeld Metellus Celer, Terentia weer, Cato, Pompeius, Caesar natuurlijk, en zoveel anderen) nog een aantal goede punten. Dit tweede deel heeft een verklarende woordenlijst en dramatis personae, wat de leesbaarheid ten goede komt. De politieke ontwikkelingen zijn minstens zo spannend maar beter te volgen dan in
Imperium. En zoals ik al zei, deze kwaliteiten zijn onafhankelijk van de setting. Voorkennis van of affiniteit met de Romeinse republiek is nog minder nodig dan in het eerste deel. Mijn enige kleine punt van kritiek is dat Tiro zelf er in dit deel wat bekaaid van afkomt. Genoeg pluspunten echter voor 4.5 sterren.