On Liberty - John Stuart Mill (1859)
Alternatieve titel: Over Vrijheid
Engels
Ideeƫnliteratuur / Politiek
209 pagina's
Eerste druk: John W. Parker and Son,
Londen (Verenigd Koninkrijk)
In het boek stelt Mill de vraag welke beperkingen legitiem aan de vrijheid van het individu mogen worden opgelegd. Omdat volgens Mill geluk bestaat uit de bevrediging van behoeften moet politieke vrijheid bestaan uit de vrijheid om daarin te voorzien. Die vrijheid moet maximaal zijn. Haar grens ligt daar waar de vrijheid van het individu schade brengt aan een ander individu. Dit is het zogeheten schadebeginsel. Mill verwerpt wettelijke dwang of sociale druk om de opinies en het gedrag van mensen in een bepaald patroon te dwingen. Hij argumenteert dat de enige uitzondering hierop is, wanneer het gedrag van een persoon een gevaar oplevert voor andere personen. In alle andere gevallen dient de maatschappij zich terughoudend op te stellen en diversiteit te respecteren. Mill rechtvaardigt de waarde van vrijheid op een utilitaristische manier. Zijn essay tracht de positieve effecten van vrijheid aan te tonen op alle mensen en op de maatschappij als geheel. In het bijzonder verbindt hij vrijheid met de mogelijkheid tot vooruitgang en het vermijden van sociale stagnatie. Non-conformisten hebben in zijn visie een waardevolle functie, want zij dagen de maatschappij uit en halen haar uit haar zelfvoldane rust.
