Du Contrat Social ou Principes du Droit Politique - Jean-Jacques Rousseau (1762)
Alternatieve titel: Het Maatschappelijk Verdrag, of Beginselen der Staatsinrichting
mijn stem
3,50
(9)
9 stemmen
Frans
Politiek / Ideeƫnliteratuur
265 pagina's
Eerste druk: Marc-Michel Rey,
Amsterdam (Nederland)
Rousseau beschrijft het staatsbestel van zijn tijd en stelt een aanklacht in tegen overheidsdwang. Hij probeert daarnaast een oplossing te vinden om deze ketenen van de staat legitiem te krijgen. Daarvoor is een fundamentele omslag nodig: de mens moet zich gaan houden aan een maatschappelijk verdrag, waardoor hij niet meer leeft naar zijn eigen wil maar naar die van de gemeenschap.
zoeken in:
0
geplaatst: 29 juni 2010, 14:22 uur
Verplichte kost voor liefhebbers van politieke filosofie. Rousseau is minder anti-sociaal 'natuurmens' dan vaak wordt gedacht en zijn opvattingen passen in de tijd dat democratie langzaam maar zeker voet aan vaste grond begon te krijgen. Boeiend leesvoer, vlot geschreven.
0
geplaatst: 23 februari 2024, 11:05 uur
Zo'n typisch filosofisch werk dat meer abstract is dan werkelijk concreet, echt mijn smaak en interesse heeft dat niet. Maar ik wilde wdit werk al wel jaren lezen en het is vrij kort dus verder wel volledig doorgenomen. Bovendien zijn we nu 250 jaar verder en dan is het allemaal niet zo schokkend en bijzonder meer wat hij hier allemaal neerpent.
Bovendien stelt hij vaak zaken hoe een en ander in elkaar moet zitten, maar nooit waarom dat precies zo moet. Zo geeft hij enkele eisen wanneer je wel of niet een stuk land mag claimen. Helder welke eisen hij bedoelt, waarom precies die eisen? Daar komt dan geen antwoord op. Zo zegt hij ergens dat een wet wel kan zeggen dat een Koning het staatshoofd is, maar niet wie de Koning is of welke familie. Hij bedoelt dat vermoedelijk op abstract niveau, maar waarom dat zo is wordt niet duidelijk. (In onze eigen Grondwet staat overigens dat de Koning afstamt van Willem I).
Het zijn vooral meningen, wetenschappelijk is het allemaal weinig doordacht. En daar ligt minder mijn interesse en Rousseau weet die ook nergens te wekken. 2,0*.
Bovendien stelt hij vaak zaken hoe een en ander in elkaar moet zitten, maar nooit waarom dat precies zo moet. Zo geeft hij enkele eisen wanneer je wel of niet een stuk land mag claimen. Helder welke eisen hij bedoelt, waarom precies die eisen? Daar komt dan geen antwoord op. Zo zegt hij ergens dat een wet wel kan zeggen dat een Koning het staatshoofd is, maar niet wie de Koning is of welke familie. Hij bedoelt dat vermoedelijk op abstract niveau, maar waarom dat zo is wordt niet duidelijk. (In onze eigen Grondwet staat overigens dat de Koning afstamt van Willem I).
Het zijn vooral meningen, wetenschappelijk is het allemaal weinig doordacht. En daar ligt minder mijn interesse en Rousseau weet die ook nergens te wekken. 2,0*.
0
geplaatst: 23 februari 2024, 11:51 uur
mjk87 schreef:
Wetenschappelijk is het allemaal weinig doordacht.
Wetenschap en filosofie zijn afwijkende disciplines; hoewel het een het andere informeert. Veelal probeert filosofie door te redeneren op basis van grondbeginselen (axioma's). Zeker ook omdat er best wat rationeel interessante gedachten bestaan die niet (direct) testbaar zijn en je ook nog moet leven in de wereld die je observeert (is-ought-probleem) Daarenboven was de wetenschappelijk theorie in Rousseau's tijd nog niet zo uitgekristalliseerd als dat sinds de 20ste eeuw (Popper o.a) het geval is. Nou ben ik bepaald niet de grootste fan van Rousseau, dus ik geloof direct dat het betoog slecht gemotiveerd is, maar dat laat onverlet dat je zo'n werk niet met dezelfde maatstaf kan beoordelen als je dat zou doen bij een descriptieve wetenschap (natuurkunde, biologie etc.). Het is een werk dat een ander soort type vraag probeert te beantwoorden: wat is een rechtvaardige maatschappij?Wetenschappelijk is het allemaal weinig doordacht.
1
geplaatst: 23 februari 2024, 11:58 uur
misterfool schreef:
maar dat laat onverlet dat je zo'n werk niet met dezelfde maatstaf kan beoordelen als je zou doen bij een descriptieve wetenschap (natuurkunde, biologie etc.).
maar dat laat onverlet dat je zo'n werk niet met dezelfde maatstaf kan beoordelen als je zou doen bij een descriptieve wetenschap (natuurkunde, biologie etc.).
Ja én nee. Enerzijds heb je volledig gelijk, anderzijds beoordeel ik hier vooral op wat ik eruit haal. Dat zit op allerlei vlakken, van vermaak tot getriggered worden door bepaalde ideeën tot ook dat ik daadwerkelijk iets leer.
In een komedie verwacht ik niet per se iets te leren, maar die maatstaf welk plezier ik eruit haal geldt wel altijd. En in dit boek zit op al die drie punten te weinig. Dat geneuzel (om maar even een term te noemen) van Rousseau doet me niks. Dus ik beoordeel dit zeker niet als iets wetenschappelijks, maar dat tweede vind ik wel een pak boeiender.
En dat ik dat schreef is ook vooral voor mijzelf om erachter te komen waarom dit niet boeide. Daar helpen reviews schrijven vaak aan mee.
2
geplaatst: 23 februari 2024, 22:40 uur
Damn, jullie doen het erom om mij uit de tent te lokken met de voortdurende claim dat filosofie, in ieder geval oude filosofie, achterhaald is, he? Welnu, oude filosofie, inclusief Rousseau, is niet achterhaald: niet alleen is met name dit klassieke werk van Rousseau de basis van de Franse Revolutie, van het liberalisme, van het socialisme en van het fascisme, dus van alle moderne politiek, maar het werk is nog steeds 100% relevant in alle hedendaagse politieke discussies.
Even in het kort: waar gaat het bij Rousseau om? Om de vrijheid c.q. het probleem van de ander: in ons eentje zijn we vrij maar reeds de aanwezigheid van een ander beperkt ons. Immers, reeds de blik van de ander maakt ons tot een ding (dat bij feministen heeft geleid tot het idee dat de blik van mannen de vrouw reduceert want objectiveert tot een lichaam en bij Sartre tot: ‘de hel, dat zijn de anderen’) en ons bewustzijn dat de ander ons ziet maakt dat we ons met die ander vergelijken, resulterend in afgunst, haat, strijd en oorlog. Als mensen moeten samenleven, dan ontstaat er conflict en onderdrukking op grond van het recht van de sterkste. In dit boek werkt hij een oplossing uit waarbij de mens zijn (verloren) vrijheid kan herwinnen zonder de samenleving te verlaten. Dit is mogelijk doordat de individuele, natuurlijke vrijheid wordt verruild voor een collectieve, morele vrijheid. Een eerste aspect is ‘volkssoevereiniteit’: niet de vorst maar het volk is de legitieme baas van zichzelf (welk revolutionair concept resulteerde in natievorming en het einde van de adelstand waardoor het moderne Europa ontstond), waarmee dus ook elk individu zowel onderdaan als wetgever is (dat zou leiden tot Kants concept van vrijheid als zelfwetgeving: ‘autonomie’). Een tweede aspect van dat sociaal contract als volkswil is het ‘algemeen belang' waarop deze algemene wil berust: dat is niet de wil van allen c.q. de optelsom van alle individuele belangen of willen maar in wezen iets mystieks dat enerzijds vaak is aangegrepen door dictators om hun beleid te rechtvaardigen en anderzijds nog altijd het ideaal is van de democratie (vervalt democratie in een strijd tussen deelbelangen dan ontstaat populisme). Tot slot, de burger moet zich als het ware ‘oplossen’ in de Staat dus de wet (de misdadiger wil zijn eigen straf): de algemene wil is in wezen de religie van de Staat die de burger moet eren waarmee het boek de religieuze impuls niet ontkent of onderdrukt maar een seculiere, moderne vorm geeft hetgeen een oplossing is voor de spanning tussen religie en staat. Zo ongeveer alle politieke denkers na Rousseau – tot aan de dag van vandaag – zijn dan ook schatplichtig aan dit boek.
Wat ik me vooral herinner van het boek toen ik het moest lezen, is het paradoxale en in dat opzicht wellicht typisch romantisch taalgebruik (bv. dat de Staat ‘de burger moet dwingen om vrij te zijn’). Dat staat haaks op de argumentatie zoals de wetenschap die voert (elke zin van Rousseau is als het ware onmogelijk want een tegenspraak in zichzelf), maar daarom juist echte filosofie: het prikkelt tot een denken dat dieper gaat dan dat van de wetenschap waarvan Einstein al opmerkte dat dat eigenlijk slechts het alledaagse denken is.
Even in het kort: waar gaat het bij Rousseau om? Om de vrijheid c.q. het probleem van de ander: in ons eentje zijn we vrij maar reeds de aanwezigheid van een ander beperkt ons. Immers, reeds de blik van de ander maakt ons tot een ding (dat bij feministen heeft geleid tot het idee dat de blik van mannen de vrouw reduceert want objectiveert tot een lichaam en bij Sartre tot: ‘de hel, dat zijn de anderen’) en ons bewustzijn dat de ander ons ziet maakt dat we ons met die ander vergelijken, resulterend in afgunst, haat, strijd en oorlog. Als mensen moeten samenleven, dan ontstaat er conflict en onderdrukking op grond van het recht van de sterkste. In dit boek werkt hij een oplossing uit waarbij de mens zijn (verloren) vrijheid kan herwinnen zonder de samenleving te verlaten. Dit is mogelijk doordat de individuele, natuurlijke vrijheid wordt verruild voor een collectieve, morele vrijheid. Een eerste aspect is ‘volkssoevereiniteit’: niet de vorst maar het volk is de legitieme baas van zichzelf (welk revolutionair concept resulteerde in natievorming en het einde van de adelstand waardoor het moderne Europa ontstond), waarmee dus ook elk individu zowel onderdaan als wetgever is (dat zou leiden tot Kants concept van vrijheid als zelfwetgeving: ‘autonomie’). Een tweede aspect van dat sociaal contract als volkswil is het ‘algemeen belang' waarop deze algemene wil berust: dat is niet de wil van allen c.q. de optelsom van alle individuele belangen of willen maar in wezen iets mystieks dat enerzijds vaak is aangegrepen door dictators om hun beleid te rechtvaardigen en anderzijds nog altijd het ideaal is van de democratie (vervalt democratie in een strijd tussen deelbelangen dan ontstaat populisme). Tot slot, de burger moet zich als het ware ‘oplossen’ in de Staat dus de wet (de misdadiger wil zijn eigen straf): de algemene wil is in wezen de religie van de Staat die de burger moet eren waarmee het boek de religieuze impuls niet ontkent of onderdrukt maar een seculiere, moderne vorm geeft hetgeen een oplossing is voor de spanning tussen religie en staat. Zo ongeveer alle politieke denkers na Rousseau – tot aan de dag van vandaag – zijn dan ook schatplichtig aan dit boek.
Wat ik me vooral herinner van het boek toen ik het moest lezen, is het paradoxale en in dat opzicht wellicht typisch romantisch taalgebruik (bv. dat de Staat ‘de burger moet dwingen om vrij te zijn’). Dat staat haaks op de argumentatie zoals de wetenschap die voert (elke zin van Rousseau is als het ware onmogelijk want een tegenspraak in zichzelf), maar daarom juist echte filosofie: het prikkelt tot een denken dat dieper gaat dan dat van de wetenschap waarvan Einstein al opmerkte dat dat eigenlijk slechts het alledaagse denken is.
0
geplaatst: 24 februari 2024, 11:51 uur
Bovenstaande maakt hopelijk duidelijk waarom Rousseau’s boek vandaag nog net zo relevant is als in de 17de eeuw, gelet op de democratische en politieke crises waar we momenteel in zitten, waar we banger voor de ander zijn dan ooit tevoren (Rousseau’s eigen paranoia en antisociaal karakter anticipeerde in dat verband de huidige mens), met informatiebubbels, partijen die deelbelangen vertegenwoordigen en dus populisme maar ook met een individualisme waarin alleen het eigen belang of gevoel telt en elke sociale cohesie ondermijnt met dan nog een immigratiestroom van moslims die hun religie en wetgeving (sharia) boven die van de Staat stellen: Rousseau geeft voor dit alles – de huidige crisis – een oplossing.
In dat verband wil ik nog iets zeggen over de eerste of meest fundamentele politiekfilosofische vraag waarop het concept van ‘het sociaal contract’, waarvan Rousseau in dit boek zijn eigen versie gaf, een antwoord gaf: wat is de legitimiteit van het gezag of regime? Of is de machthebber simpelweg degene die op sluwe wijze – het verleiden en bedriegen van de massa – of op gewelddadige wijze de macht c.q. de wapens in handen heeft gekregen, zodat de machthebber per definitie de grootste crimineel is – het product van het recht van de sterkste – en het minst recht heeft op die macht? Je hoeft maar op Twitter te kijken om te beseffen dat heel veel mensen deze cynische mening zijn toegedaan zodat we met een groot legitimiteitsprobleem zitten. In de middeleeuwen gaf God de legitimiteit aan de koning die overigens daardoor zelf niet geheel vrij was maar het algemene belang (het gemeenschappelijke goed) in het oog moest houden: hij moest immers verantwoording afleggen aan God als zijn ‘baas’. Maar de secularisering in de vroegmoderne tijd maakte dit problematisch – het maakte de weg vrij naar tirannen – en een nieuwe legitimiteit werd gevonden in het concept van ‘het sociaal contract’ waarin men een stukje van zijn vrijheid inleverde in ruil voor vrede en veiligheid (en het verdwijnen van dit contract in onze tijd maakt wanna-be-tirannen als Trump mogelijk). Rousseau zocht een radicalere oplossing waarin men in zekere zin z’n vrijheid helemaal niet hoeft in te leveren terwijl – of juist omdat – men zich geheel onderwerpt aan de Staat: zoals Rousseau eerder het mystiek opgaan in de natuur of God had beproefd om de oorspronkelijke vrijheid te herwinnen, leverde hij nu het concept van een mystiek opgaan in c.q. vereenzelviging met de Staat op grond van ‘de algemene wil’. Het verlies van een mythisch-religieuze fundering van de Staat die de burger ook met zijn hart aan de wetten bindt, bedreigt direct de huidige samenleving (steeds meer mensen menen dat de wet hen niet bindt). Zoals Nietzsche – die eveneens schatplichtig is aan Rousseau – schrijft in het boek dat ik nu lees:
“zelfs de staat kent geen krachtiger ongeschreven wetten dan het mythische fundament, dat zijn samenhang met de religie en zijn ontstaan uit mythische voorstellingen waarborgt.”
In dat verband wil ik nog iets zeggen over de eerste of meest fundamentele politiekfilosofische vraag waarop het concept van ‘het sociaal contract’, waarvan Rousseau in dit boek zijn eigen versie gaf, een antwoord gaf: wat is de legitimiteit van het gezag of regime? Of is de machthebber simpelweg degene die op sluwe wijze – het verleiden en bedriegen van de massa – of op gewelddadige wijze de macht c.q. de wapens in handen heeft gekregen, zodat de machthebber per definitie de grootste crimineel is – het product van het recht van de sterkste – en het minst recht heeft op die macht? Je hoeft maar op Twitter te kijken om te beseffen dat heel veel mensen deze cynische mening zijn toegedaan zodat we met een groot legitimiteitsprobleem zitten. In de middeleeuwen gaf God de legitimiteit aan de koning die overigens daardoor zelf niet geheel vrij was maar het algemene belang (het gemeenschappelijke goed) in het oog moest houden: hij moest immers verantwoording afleggen aan God als zijn ‘baas’. Maar de secularisering in de vroegmoderne tijd maakte dit problematisch – het maakte de weg vrij naar tirannen – en een nieuwe legitimiteit werd gevonden in het concept van ‘het sociaal contract’ waarin men een stukje van zijn vrijheid inleverde in ruil voor vrede en veiligheid (en het verdwijnen van dit contract in onze tijd maakt wanna-be-tirannen als Trump mogelijk). Rousseau zocht een radicalere oplossing waarin men in zekere zin z’n vrijheid helemaal niet hoeft in te leveren terwijl – of juist omdat – men zich geheel onderwerpt aan de Staat: zoals Rousseau eerder het mystiek opgaan in de natuur of God had beproefd om de oorspronkelijke vrijheid te herwinnen, leverde hij nu het concept van een mystiek opgaan in c.q. vereenzelviging met de Staat op grond van ‘de algemene wil’. Het verlies van een mythisch-religieuze fundering van de Staat die de burger ook met zijn hart aan de wetten bindt, bedreigt direct de huidige samenleving (steeds meer mensen menen dat de wet hen niet bindt). Zoals Nietzsche – die eveneens schatplichtig is aan Rousseau – schrijft in het boek dat ik nu lees:
“zelfs de staat kent geen krachtiger ongeschreven wetten dan het mythische fundament, dat zijn samenhang met de religie en zijn ontstaan uit mythische voorstellingen waarborgt.”
0
geplaatst: 24 februari 2024, 13:29 uur
Ik heb niet de tijd om punt voor punt op jouw betoog in te gaan, maar zal in de toekomst zeker wel eens wat uitgebreider op dit boek reageren. (daarvoor zal ik het eerst moeten lezen). Ik hou het op wat kleine opmerkingen.
1) Ik acht oude filosofie niet op voorhand achterhaald; maar een stelling moet niet haaks staan op (robuust) wetenschappelijk onderzoek. Een stelling is dan feitelijk onjuist.
2) Ik wantrouw het idee van een volkswil. De mens is weliswaar hetzelfde diersoort en derhalve kennen we grofweg dezelfde basale belangen; er zijn bovendien overeenkomstigheden tussen mensen binnen eenzelfde cultuur. Dat laat echter onverlet dat de invulling van een volkswil doorgaans uitgaat van de belangen van de machthebbende groep. Niet voor niets wordt een volkswil dikwijls aangegrepen door dictators: het is een verdomd gemakkelijke rechtvaardiging voor gruwelijkheden tegen individuen.
3) Het idee van een sociaal contract is problematisch. In wezen legt de staat nog steeds met geweld haar wil op aan haar bevolking; terwijl Kafka'esque wordt verondersteld dat je hiermee hebt ingestemd. Ik denk weliswaar dat het geweldsmonopolie van de staat een noodzakelijk kwaad is, maar dit kwaad moet beteugeld worden door verkiezingen, lokale inspraak etc. Naar mate staatsmacht centraliseert en slechter beïnvloedbaar is; kan ik me goed voorstellen dat de legitimiteit van de staat onder druk komt te staan.
1) Ik acht oude filosofie niet op voorhand achterhaald; maar een stelling moet niet haaks staan op (robuust) wetenschappelijk onderzoek. Een stelling is dan feitelijk onjuist.
2) Ik wantrouw het idee van een volkswil. De mens is weliswaar hetzelfde diersoort en derhalve kennen we grofweg dezelfde basale belangen; er zijn bovendien overeenkomstigheden tussen mensen binnen eenzelfde cultuur. Dat laat echter onverlet dat de invulling van een volkswil doorgaans uitgaat van de belangen van de machthebbende groep. Niet voor niets wordt een volkswil dikwijls aangegrepen door dictators: het is een verdomd gemakkelijke rechtvaardiging voor gruwelijkheden tegen individuen.
3) Het idee van een sociaal contract is problematisch. In wezen legt de staat nog steeds met geweld haar wil op aan haar bevolking; terwijl Kafka'esque wordt verondersteld dat je hiermee hebt ingestemd. Ik denk weliswaar dat het geweldsmonopolie van de staat een noodzakelijk kwaad is, maar dit kwaad moet beteugeld worden door verkiezingen, lokale inspraak etc. Naar mate staatsmacht centraliseert en slechter beïnvloedbaar is; kan ik me goed voorstellen dat de legitimiteit van de staat onder druk komt te staan.
0
geplaatst: 24 februari 2024, 17:05 uur
Ik zie uit naar je uitgebreidere 'weerlegging' van het boek, maar ook van mijn kant dan alvast de volgende reactie:
Ad 1) Ik zie niet hoe filosofie en wetenschap kunnen botsen: de wetenschap beantwoordt geen filosofische vragen. Niet alleen de Staat maar ook de wetenschap is trouwens gebaseerd op een 'mythologie' zoals het centrale concept van een 'natuurwet' die een wetgever impliceert. Wat een 'natuurwet' is, is een filosofische vraag en wordt door de wetenschap niet gesteld, laat staan beantwoord. Nota bene Popper, die jij blijkbaar hoog hebt, stelt dat wetenschap berust op mythen en metafysica die zich onderscheiden van wetenschap doordat ze niet empirisch gefalsifieerd kunnen worden: ze kunnen dus beslist waar zijn, zo benadrukt Popper, maar er is geen manier om daar achter te komen (dus ook de wetenschap kan ze niet weerleggen).
Ad 2) Ja, het begrip van de volkswil en het algemeen belang zijn veelvuldig misbruikt door dictators en totalitaire regimes, hetgeen ik ook heb benoemd en om welke reden ik al meteen aan het begin schreef dat ook het fascisme is gebaseerd op Rousseau. Maar dat doet niet af aan het belang van het concept om democratie te kunnen begrijpen: zonder dit concept is democratie hooguit het gelijk van de meerderheid ofwel het recht van de sterksten, hetgeen nu juist die onderdrukking geeft waar Rouseau van af wil.
Ad 3) Je klinkt hier als zo'n cynicus waar ik over schreef en waarvoor Rousseau heilzaam kan zijn. Hoe dan ook, juist bij Rousseau blijft het volk soeverein dus kan een elite nooit de soeverein zijn. Uiteraard is Rousseau niet het laatste woord: diepe denkers na hem, bv. Hegel, hebben nog dieper gedacht om een nog betere theorie te vormen (en ik geloof dat Hegel jouw bezwaren tegen Rousseau ook had en heeft opgelost). Evengoed staan zij wel schatplichtig aan Rousseau die - of je het ermee eens bent of niet - wellicht meer dan wie dan ook de basis heeft gelegd voor het hele moderne politieke bestel (hij is niet voor niets allereerst de 'hoofdschuldige' van de Franse Revolutie).
Ad 1) Ik zie niet hoe filosofie en wetenschap kunnen botsen: de wetenschap beantwoordt geen filosofische vragen. Niet alleen de Staat maar ook de wetenschap is trouwens gebaseerd op een 'mythologie' zoals het centrale concept van een 'natuurwet' die een wetgever impliceert. Wat een 'natuurwet' is, is een filosofische vraag en wordt door de wetenschap niet gesteld, laat staan beantwoord. Nota bene Popper, die jij blijkbaar hoog hebt, stelt dat wetenschap berust op mythen en metafysica die zich onderscheiden van wetenschap doordat ze niet empirisch gefalsifieerd kunnen worden: ze kunnen dus beslist waar zijn, zo benadrukt Popper, maar er is geen manier om daar achter te komen (dus ook de wetenschap kan ze niet weerleggen).
Ad 2) Ja, het begrip van de volkswil en het algemeen belang zijn veelvuldig misbruikt door dictators en totalitaire regimes, hetgeen ik ook heb benoemd en om welke reden ik al meteen aan het begin schreef dat ook het fascisme is gebaseerd op Rousseau. Maar dat doet niet af aan het belang van het concept om democratie te kunnen begrijpen: zonder dit concept is democratie hooguit het gelijk van de meerderheid ofwel het recht van de sterksten, hetgeen nu juist die onderdrukking geeft waar Rouseau van af wil.
Ad 3) Je klinkt hier als zo'n cynicus waar ik over schreef en waarvoor Rousseau heilzaam kan zijn. Hoe dan ook, juist bij Rousseau blijft het volk soeverein dus kan een elite nooit de soeverein zijn. Uiteraard is Rousseau niet het laatste woord: diepe denkers na hem, bv. Hegel, hebben nog dieper gedacht om een nog betere theorie te vormen (en ik geloof dat Hegel jouw bezwaren tegen Rousseau ook had en heeft opgelost). Evengoed staan zij wel schatplichtig aan Rousseau die - of je het ermee eens bent of niet - wellicht meer dan wie dan ook de basis heeft gelegd voor het hele moderne politieke bestel (hij is niet voor niets allereerst de 'hoofdschuldige' van de Franse Revolutie).
0
geplaatst: 24 februari 2024, 17:26 uur
De Filosoof schreef:
Ik zie uit naar je uitgebreidere 'weerlegging' van het boek, maar ook van mijn kant dan alvast de volgende reactie:
Ik zie uit naar je uitgebreidere 'weerlegging' van het boek, maar ook van mijn kant dan alvast de volgende reactie:
Ik heb helemaal niet de ambitie/insteek om dit boek te weerleggen dan wel om de invloed van Rousseau te ondergraven.
Zoals ik ook aangaf bij Der Antichrist ben ik niets meer of minder dan een geïnteresseerde leek. Niettemin zijn er altijd filosofen die je beter of minder goed liggen, hetgeen deels met persoonlijkheid te maken zal hebben. Wat ik tot nog toe weet van Rousseau wekt niet mijn enthousiasme, maar wie weet verrast hij me met (o.a) dit boek. De Filosoof schreef:
Ad 1) Ik zie niet hoe filosofie en wetenschap kunnen botsen:.
Ad 1) Ik zie niet hoe filosofie en wetenschap kunnen botsen:.
Ik dacht met name aan het dualisme tussen lichaam en geest: hetgeen haaks staat op ontwikkelingen in de neurobiologie. Ook het idee van een Tabula Rasa (de mens als ongeschreven blad) lijkt niet te kloppen, aangezien een goed deel van ons gedrag genetisch is bepaald (zie: Steven Pinker- The Blank Slate ). Dat de wetenschap en filosofie doorgaans andere typen vragen beantwoorden klopt en gaf ik ook in mijn eerste bericht aan.
0
geplaatst: 24 februari 2024, 18:19 uur
Over dat dualisme (al heeft dat niets met Rousseau te maken): de wetenschap kan nooit iets zinnigs zeggen over de geest of ziel omdat de wetenschap per definitie de subjectieve ervaring - wat we de ziel noemen - elimineert omdat de uitkomst anders niet objectief, dus niet herhaalbaar, is. Natuurlijk stelt de wetenschap dat er slechts chemische reacties zijn ('wij zijn onze hersenen') en dat die ons gedrag bepalen, maar dat doet niets af aan het gegeven dat we ook dingen ervaren en waar de wetenschap per definitie niets over kan zeggen. Zodra dergelijke wetenschappers gaan filosoferen wordt het helemaal een dwaze boel zoals dat de vrije wil niet bestaat: als we onze hersenen zijn en als die ons gedrag bepalen dan bepalen we dus zelf ons gedrag en zijn we wel vrij! De atomisten uit de oudheid hanteerden een vergelijkbare wetenschappelijke benadering maar dachten er evengoed een stuk dieper over na dan de huidige neurobiologen...
* denotes required fields.
* denotes required fields.
