Lang, lang geleden, toen ik nog op de middelbare school zat (we schrijven nu eind jaren negentig) moest je voor een van de schoolonderzoeken een dossier aanleggen over een literair onderwerp. Het kon een schrijver zijn, een stroming, wat dan ook... omdat je nu eenmaal toch iets moest en omdat ik over Vals Licht en De Buitenvrouw wel te spreken was, heb ik toen maar voor Joost Zwagerman gekozen. Gimmick! heb ik toen ook nog gelezen (dat was al wat minder), alsook een eindeloze serie secundaire literatuur, zodat ik met succes een opstel over weet-ik-wat kon schrijven en nog wat zaken om het plezier in het lezen beperkt te houden. Ik heb de goede man toen ook nog een keer in het theater gezien, waar hij samen met Ronald Giphart de voorstelling Hamerliefde gaf. Van die twee maakte Zwagerman (gelukkig) toch wel de interessantere indruk.
De Houdgreep heb ik toen vermoedelijk ook gelezen. Of iets later alsnog. Of ik ben er nooit aan toe gekomen. Ik was het überhaupt vergeten, maar een paar jaar terug heb ik bij De Volkskrant een serie De Beste Debuutromans besteld en daar zat ook De Houdgreep tussen. Toen ik er een eindje in op weg was, besloot ik dat ik het boek indertijd wel gelezen had, maar het simpelweg compleet vergeten was. Sowieso was Zwagerman eigenlijk een beetje been there, done that. Als mediapersoonlijkheid vond ik hem de laatste jaren eigenlijk vooral mateloos irritant... maar 't was wel een fijne schrijver, disclaimerde ik er dan altijd maar bij.
Nou, zo fijn was hij als schrijver bij nader inzien ook niet. Het "tintelend liefdesverhaal" (achterflap) wist mij niet in het minst mee te slepen en de literaire pretenties werden er wat mij betreft aan de haren bijgesleept, met als dieptepunt een hoofdstuk dat begint met wat vrijblijvend etimologisch gebabbel over waar het woord nachtmerrie vandaan komt.
In die serie Beste Debuutromans zat trouwens ook het debuut van Ronald Giphart. Ook niet enorm hoogdravend, maar per saldo toch een vermakelijker boekje dan dit.