Het is niet zo gek dat Bolaño door sommigen in een zin genoemd wordt met Gabriel Garcia Marquez; net als zijn 'voorganger' heeft hij een voorliefde voor politieke onderwerpen, psychologische / sociologische lagen en een mysterieuze, welhaast magisch-realistische sfeer.
Zijn stijl in Nocturno de Chile ligt nog het dichtst naast dat van Marquez' El Otoño del Patriarca; lange, zeer gestileerde zinnen in combinatie met een steevast ritme (en het totale gebrek aan hoofdstukken of alinea's) zorgen ervoor dat je haast in trance door blijft lezen, terwijl het verhaal zelf steeds grimmiger wordt.
Het regime van Pinochet wordt aangestipt, alsmede de gemartelden die het waagden zich tegen hem te verzetten, maar gek genoeg treedt dit nooit echt naar de voorgrond. Misschien was het wel nooit de bedoeling geweest van Bolaño om van zijn roman een politieke aanklacht te maken, maar het blijft vreemd dat dit enerzijds zo'n relatief grote rol heeft gekregen, terwijl het de lezer anderzijds te weinig vertelt over de situatie om hem te informeren. Enige achtergrondkennis van Pinochet, zijn beleid in Chili en ook het Marxisme is dan ook wel vereist om alles uit deze novelle te halen, want Bolaño verdoet zijn tijd niet met uitleggen.
Wat het verhaal dan wel wil zeggen, is er moeilijk uit op te maken, hoewel het duidelijk is dat deze graag iets wil overbrengen. Tegelijkertijd maakt dit het verhaal des te intrigerender en blijft het langer hangen / rondspoken. Wat sowieso recht overeind staat is de sfeer, het taalgebruik en Bolaño's duidelijke talent om de lezer langzaam het boek in te zuigen. 4*