menu
poster

Tenach (-200)

Alternatieve titels: Het Oude Testament | Tanach | Hebreeuwse Bijbel | Mikra | תנ"ך | הברית הישנה

mijn stem
4,13 (23)
23 stemmen

Hebreeuws (Ivriet)
Verhalenbundel
Ideeënliteratuur / Esoterisch

1016 pagina's
Eerste druk: Onbekend, Jeruzalem (Israël)

In het Oude Testament wordt de Messiaanse profetie verkondigd. Het Oude Testament is in opdracht van God geschreven. Op basis van de wetten die hij Mozes had gegeven, moest een geloof worden opgebouwd. De delen Genesis en Deuteronomium gaan voornamelijk over de geschiedenis van Israël en welke rol God hierin gespeeld heeft. De rest van de delen geven vooral inzicht in het leven van Gods profeten en dienaren. Allemaal voorspellen ze dat de wereld verlost zal worden door een man...

zoeken in:
avatar van Zelva
Off topic-discussie verwijderd.

avatar
the Cheshire cat
Ik vind Genesis erg goed...

..de popgroep bedoel ik.

avatar van liv2
the Cheshire cat schreef:
Ik vind Genesis erg goed...

..de popgroep bedoel ik.



maar alleen met Peter Gabriel als zanger natuurlijk ?!
(en phil Collins als drummer, waar hij hoort)
dit bedoel ik:

YouTube - Peter Gabriel, Genesis- The Musical Box, live

YouTube - Genesis - The Musical Box: fantastische plaat eigenlijk.

avatar
ags50
Merlijn96 schreef:
De Tenach (het Oude Testament) is voor het eerst vertaald in het Grieks tussen circa 250 v. Chr. en 100 v. Chr.

De eerste vertaling vanuit het Hebreeuws is inderdaad naar het Grieks geweest, in opdracht van een der Ptolemaeën, en gedaan in Alexandrië waar toen (en daarna) een vrij grote joodse gemeenschap leefde, uitgevoerd vanaf laat in de derde eeuw voor de huidige jaartelling en afgerond in 132 vdhj. Deze vertaling zou je "τὰ βιβλία" (= de boeken) kunnen noemen en staat misschien beter bekend als de Septuagint.
Vergeet niet dat vanwege de veroveringen van Alexander de Grote en zijn opvolgers (de zogenaamde Diadochen) het Grieks en de Griekse cultuur zich over een groot gebied had uitgespreid en sindsdien het Grieks de "lingua franca" van het gebied rondom de Middellandse Zee werd. Zelfs de betere klasse onder de Romeinen sprak beter Grieks dan het volkse (plebse) Latijn.
Helaas is deze vertaling naar het Grieks later in eerste instantie de basis geworden van de vertaling naar het Latijn, dat aan invloed won na de scheiding van het Romeinse Rijk in een Oosters (Constantinopel) en Westers (Rome) deel, met alle misvattingen van dien.

Maar nu ter zake: in het kader van het bovenstaande ben ik het niet eens met de Latijnse titel die hier wordt gehanteerd. Als deze verzameling geschriften een titel moet hebben, dan toch zeker de Hebreeuwse?

avatar
ags50
Ebenezer Scrooge schreef:
Ik heb ooit een paar bladzijdes uit de Bijbel gescheurd omdat ik geen vloeitjes
meer in huis had.

Maar je hebt van dat prachtige dundrukpapier toch alleen de onbedrukte randen benut? Het met inkt bedrukte deel smaakt, heb ik me laten vertellen, bij verbranden gewoonweg smerig.

avatar
the Cheshire cat
ags50 schreef:
Maar je hebt van dat prachtige dundrukpapier toch alleen de onbedrukte randen benut? Het met inkt bedrukte deel smaakt, heb ik me laten vertellen, bij verbranden gewoonweg smerig.

Als je verslaafd bent doe je gekke dingen en ik rookte destijds als een ketter! Maar ben inmiddels alweer een klein jaartje gestopt met roken. Gelukkig. Heb toen wel Leviticus 20:13 gebruikt, mét inkt, verrekte smerig inderdaad. Kerstverhaal maar met rust gelaten.

Las gisteravond toevallig nog een leuk stukje in 'Alle Beesten' van Midas Dekkers over het ontbreken van de poes in de Bijbel..

Voor poezen was er zelfs in de stal geen plaats. In het kerstverhaal komt geen poes voor en ook uit de rest van de Bijbel zijn poezen genadeloos geweerd. Het boek Baruch, waarin de kat in één adem met vleermuizen en zwaluwen wordt genoemd, is zelfs in zijn geheel als apocrief uit de Bijbel verwijderd. Dat is de schuld van de Oude Egyptenaren. Oude Egyptenaren hielden van poezen. Oude Israëlieten hielden niet van Oude Egyptenaren, dus werden poezen door Oude Israëlieten gehaat.


avatar
PeterW
Wat raar dat een bioloog als Midas Dekkers alleen praat over poezen; de vrouwelijke variant van het beest kat. Tellen de katers bij hem ook niet mee?

avatar
ags50
En je kunt je afvragen of die Jozef toen niet juist opgescheept zat met een flinke kater!

avatar
ags50
the Cheshire cat schreef:
Als je verslaafd bent doe je gekke dingen en ik rookte destijds als een ketter!

Het woord ketter is afgeleid van Katharen, een religieuze beweging in het zuiden van Frankrijk wier gegeven naam (niet door henzelf gebruikt) weer afkomstig is van het Griekse “καθαροί”, en wanneer jij jezelf dus een kathaar noemt past dat volledig bij je pseudoniem

avatar
PeterW
ags50 schreef:
En je kunt je afvragen of die Jozef toen niet juist opgescheept zat met een flinke kater!

Dat hangt ervanaf hoe je dat bekijkt; als het inderdaad van een ander was, was ie mooi genaaid.

avatar
the Cheshire cat
PeterW schreef:
Wat raar dat een bioloog als Midas Dekkers alleen praat over poezen; de vrouwelijke variant van het beest kat. Tellen de katers bij hem ook niet mee?
Hij heeft geloof ik niet veel op met katers, hij zegt daar iets over in 'Poes' maar wat precies weet ik niet meer. Wel raar ja, gebruik dan gewoon het woord kat of zeg desnoods poes & kater.
Heb jij een kater thuis Peter(W)?

avatar
the Cheshire cat
ags50 schreef:
Het woord ketter is afgeleid van Katharen, een religieuze beweging in het zuiden van Frankrijk wier gegeven naam (niet door henzelf gebruikt) weer afkomstig is van het Griekse “καθαροί”, en wanneer jij jezelf dus een kathaar noemt past dat volledig bij je pseudoniem
Is het woord 'catharsis' daar ook van afgeleid?

avatar
ags50
Ja, inderdaad, “καθαροί” betekent: de zuiveren, de reinen (doelend op personen) en “κάθαρσις” betekent: de reiniging, beide afgeleid van “καθαρός” = puur, schoon, rein, onbezoedeld.
Alleen jammer dat deze van oorsprong Griekse woorden zo nodig gelatiniseerd moesten worden in het Nederlands, waarmee ik bedoel: de Griekse k vervangen door de Latijnse c (die in het èchte klassieke Latijn altijd als k uitgesproken dient te worden).

avatar
PeterW
the Cheshire cat schreef:
Heb jij een kater thuis Peter(W)?

Twee; en een poes.

avatar
the Cheshire cat
PeterW schreef:
Twee; en een poes.

Aah, wat lief! En gaat dat goed samen?

avatar
PeterW
the Cheshire cat schreef:
(quote)

Aah, wat lief! En gaat dat goed samen?

Nee, voor geen meter.

avatar
Geralt of rivia
Geweldig boek allemaal echt gebeurd . Het geeft antwoorden op veel zaken zoals waarom wij op aarde wonen en wat de regels van god zijn een dikke 5.0 ????

avatar
the Cheshire cat
PeterW schreef:
Wat raar dat een bioloog als Midas Dekkers alleen praat over poezen; de vrouwelijke variant van het beest kat. Tellen de katers bij hem ook niet mee?

Dit schoot me een tijdje geleden ineens weer te binnen. Dekkers zegt altijd 'poes' in plaats van 'kat' omdat hij die woorden associeert met de woorden 'poep' en 'kak'. Hij gebruikt ook liever het woord 'poep' en het werkwoord 'poepen' dan 'kak' en 'kakken', omdat dat net iets vriendelijker in de oren klinkt.
Daar komt het ongeveer op neer dus, maar Dekkers legt dat natuurlijk veel beter uit dan ik en geeft er ook nog een paar geestige voorbeelden bij. Ik weet alleen niet meer in welk boek het staat, om uit te zoeken is ook zo'n gedoe.

avatar
PeterW
the Cheshire cat schreef:
Hij gebruikt ook liever het woord 'poep' en het werkwoord 'poepen' dan 'kak' en 'kakken', omdat dat net iets vriendelijker in de oren klinkt.

Ik gebruik het geen van beiden; ik schijt altijd.

avatar
the Cheshire cat

avatar van manonvandebron
4,5
Je hoeft niet gelovig te zijn om de Bijbel te lezen. Je kunt ook Griekse mythes lezen zonder te geloven dat Zeus en Aphrodite bestaan. Het is een boek, of liever een verzameling boeken, met een enorm historisch belang. Veel meesterwerken in de beeldende kunst en de klassieke muziek hebben een bijbels thema. Veel woorden en uitdrukkingen hebben een een oudtestamentische oorsprong: de verboden vrucht; Babylonische spraakverwarring; zo oud als Methusalem, de zondebok; de benjamin; oog om oog, tand om tand; een salomonsoordeel...

De eerste hoofdstukken van Genesis bieden een mythische verklaring voor het ontstaan van het heelal, de Aarde, de mens en de zondeval. Verhalen over een zondvloed komen in veel oude culturen voor. De oorsprong is polytheïstisch. Het woord Elohim is Hebreeuws voor goden.

De God van Mozes stelt Zichzelf voor als JHVH, vrij vertaald: "Ik Ben Wie Ik Ben." Hij is een wrede God die de plagen van Egypte opwekt. Het gebod "Gij zult niet doden" geldt slechts binnen de twaalf stammen van Israël; Kanaänieten en Filistijnen mag je bij bosjes uitmoorden. Hij is een jaloerse God die als Enige aanbeden wil worden. Later evolueert dat tot monotheïsme, waarbij er nog slechts één God bestaat.

De daaropvolgende boeken zijn historisch meer betrouwbaar, gebaseerd op koningslijsten met regeerperiodes. Alles wordt uitgelegd vanuit religieuze hoek. De Babylonische Ballingschap is een straf voor het aanbidden van valse goden. In die periode werden veel Bijbelboeken geschreven en nam het jodendom als monotheïstische religie vaste vorm aan.

Na de historische boeken volgen de poëtische boeken, waaronder de psalmen en het Hooglied. Prediker brengt filosofische wijsheid met de opvatting "Alles is ijdelheid." Ten slotte volgen de profetische boeken, met "voorspellingen" die vaak pas achteraf gedaan werden. Het Oude Testament blijft een bron van inspiratie, zolang het niet al te letterlijk en dogmatisch geïnterpreteerd wordt.

avatar van Donkerwoud
Heerlijk omineus: ''Allemaal voorspellen ze dat de wereld verlost zal worden door een man...''

avatar van Wandelaar
Donkerwoud schreef:
Heerlijk omineus: ''Allemaal voorspellen ze dat de wereld verlost zal worden door een man...''
Mee eens dat dit dreigend klinkt. Het idee dat de Bijbel en in het bijzonder de lastig te begrijpen boeken van Tenach (het Oude testament) vol staat met voorspellingen, zou ik naast me neerleggen. Ook de zogenoemde Messias-voorspellingen kunnen net zo goed anders uitgelegd worden en zijn tijdgebonden, dus ontleend aan gebeurtenissen uit de tijd waarin ze geschreven werden. Het gaat hier om de geschiedenis van een volk en zijn religie, die anders is dan die van de omringende volken. Voor 'de wereld' is de belangstelling matig. Hooguit werd hiermee de wereld om Israël heen bedoeld, het Midden-Oosten, een grotere wereld was nog niet bekend.

Apocalyptiek ('de wereld staat op het punt van vergaan en moet gered worden') vinden we eigenlijk alleen in het boek Daniël, wat tot op de dag van vandaag onder joden en christenen een omstreden werk is, evenals de Openbaring van Johannes, waarmee het Nieuwe Testament afsluit. Geen 'glazen bol' dus in de Bijbel, wel een bron van inspiratie, voor wie zich daarvoor open stelt, zoals manonvandebron hierboven terecht opmerkt. Ook literair gezien een monumentale bundel geschriften.

Korrels zout zijn dus wel nodig, willen we de poëzie en dus de zeggingskracht ervan niet uit het oog verliezen.

avatar van Wandelaar
De eerste vijf boeken van Tenach vormen de Tora, de boeken van Mozes.
Het gaat om Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

Sinds enkele dagen is er een nieuwe Nederlandse vertaling, uitgegeven door Skandalon, met de volledige tekst van de Tora en toelichtingen. Die toelichtingen zijn redelijk uitputtend en bij veel verzen wordt een uitleg gegeven van de tekstvarianten en betekenissen. Daarom is dit werk de meest volledige uitgave van dit belangrijkste deel van de Hebreeuwse Bijbel in onze taal. Door de vele noten niet minder dan 800 pagina’s dik.

Toen in 2004 een Nieuwe Bijbelvertaling verscheen, was daar vanuit wat genoemd wordt ‘de Amsterdamse School’, een groep theologen die zo dicht mogelijk bij de grondtekst wil blijven, flinke kritiek op. Het kon en moest anders en dichter bij de oorspronkelijke tekst. Een resultaat van dit ongenoegen was de alternatieve vertaling van Pieter Oussoren, beter bekend als de Naardense Bijbel, die onlangs in een nieuwe editie verscheen.
Die Naardense Bijbel is zeker geen vlotte vertaling en vraagt wat van de lezer. Het stroeve en weerbarstige van de bijbeltekst wordt niet gladgestreken.

Zo ook deze vertaling door theoloog Alex van Heusden en de bekende Amsterdamse dichter-theoloog Huub Oosterhuis, die vorig jaar overleed. Ook in deze vertaling van de Tora, waaraan decennialang is gewerkt, gaat het om een zo dichtbij mogelijke vertaling. Maar dat niet alleen, ook de poëzie klinkt erin door. Het hardop lezen versterkt de kracht van de regels: een vertaling die de poëtische en taalrijke tekst van het Hebreeuwse origineel respecteert. Er staat meer dan er staat en niet alleen de inhoud wordt vertaald, maar ook de vorm. Die vorm doet er wel degelijk toe. Het woord klinkt en resoneert mee met de inhoud. Niet de boodschap, maar de tekst zelf is het die tot de lezer spreekt. De tekst verklaard niet, maar brengt over.

Een protestvertaling zou je deze nieuwe Tora-versie dus wel kunnen noemen. Een protest vooral tegen de vervlakking. Een meer dichterlijke aanpak ook. De bijbel als poëzie.
In een bijlage, geschreven door Mirjam Elbers, wordt de Nieuwe Bijbelvertaling, waaronder ook de NBV21 valt, kritisch een ‘chocoladewikkelvertaling’ genoemd. Een leesbare, vlot klinkende tekst, aantrekkelijk verpakt dus, die weinig respect heeft voor de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. En met een paar voorbeelden maakt ze duidelijk dat het niet alleen gaat om het begrijpen van een tekst, maar ook om klank, ritme, herhaling, gevoelswaarde. Offer je die op ten behoeve van de ‘begrijpelijkheid’, dan maak je van een bijbeltekst een weinig spannend krantenartikel.

‘ In den beginne schiep God de hemel en de aarde ‘
Hiermee begint het boek Genesis. Opvallend is dat we deze regel ook aantreffen in de oude Statenbijbel en de NBG'51 vertaling, waarmee velen zijn opgegroeid. We proeven het mysterie. De NBV wil hier ‘In het begin’ lezen, wat letterkundig niet onjuist is, maar niet begrijpt dat het ‘in den beginne’ geen tijdsaanduiding is, een gebeurtenis van vroeger, maar een actueel en eeuwig begin. Een begin dat alleen bij God kan beginnen en ook vandaag een ‘in den beginne’ kan zijn. Het lijkt theologische muggenzifterij, maar het gaat al gauw om heel wezenlijke zaken. De bijbel vertelt geen geschiedenisverhaaltjes, maar spreekt ook nu door die aloude woorden. Je wordt aangesproken. Iets wat in het jodendom veel beter is begrepen en verstaan dan in de christelijke vertolking van deze teksten. En vanuit een ander perspectief. Er is niets verouderd aan het Oude Testament. Het zijn levende woorden van een levende religie. Zo biedt deze vertaling voor de lezer die de verhalen meent te kennen, allerlei ontdekkingen en verrassingen. Die kun je ook opdoen met de eeuwenoude en nog steeds nauwkeurige Statenvertaling natuurlijk. Het kost wat moeite die te ontcijferen. De bijdrage van Huub Oosterhuis aan deze Nederlandse Tora is vooral de tekst te laten lopen in het ritme van het origineel en er klanktaal van te maken.

Het blijft vertaalwerk natuurlijk. Niet iedereen kent het oude Hebreeuws als zijn broekzak. Ik ben benieuwd wat andere puristen hier dan weer op aan te merken zullen hebben.

avatar
Eens met Wandelaar en (eerder) manonvandebron: je moet de Bijbel niet letterlijk nemen en juist daarom komt tegelijkertijd elk woord heel precies. De reden is dat het – net als de Griekse mythologie en alle andere religies – niet wetenschappelijk of zelfs filosofisch is bedoeld maar als wijsheid in artistieke, al dan niet poëtische, vorm dat aldus gebruik maakt van beelden (en ja, ook God is wat dat betreft slechts een beeld dus beeldspraak). Wij zijn die poëtische taal niet meer gewend – dat begon al te verdwijnen met die zeur van een Socrates – en de typisch modernistische fout die atheïsten en religieuze fundamentalisten maken is identiek: ze nemen het Woord letterlijk. Ook filosofisch is het allemaal letterlijk nonsens om welke reden de antieke filosofen zich erg amuseerden met de christelijke ongerijmdheden: dat begint er al mee dat God het heelal uit het niets zou hebben geschapen hetgeen het metafysisch beginsel dat niets uit niets kan ontstaan schendt en waarom zou God überhaupt iets scheppen als z’n definitie zo’n beetje is dat het goddelijke van niets afhankelijk is dus genoeg heeft aan zichzelf (het standaardantwoord is dat God de hele kosmos heeft geschapen om de mens voort te brengen zodat Hij aanbeden kan worden maar dat doet dus afbreuk aan zijn ‘substantie’ (onafhankelijkheid) dus goddelijkheid en lijkt een projectie dat de mens zich verwondert over het heelal, het zijn, welk al dat schoon zinloos zou zijn als de mens er niet was om het te bewonderen)?

In Wandelaars opmerking over het ‘In den beginne’ zie ik het postmodernistisch beginsel dat ook religie verklaart: de Werkelijkheid is louter chaos van bv. zintuiglijke prikkels (zoals de impressionisten c.q. pointillisten schilderden) en pas doordat wij er een vorm aan geven – bovenal door de taal die namen geeft – ontstaan ‘objecten’. Pas door vorm, maat en begrenzing ontstaan ‘dingen’, leerden de oude Griekse filosofen, en zonder die vormen en afbakeningen verdwijnt alles in de afgrond van de zintuiglijke oersoep. En het is de geest die de nog vormloze materie deelt, bijeenneemt en ordent dus het is de geest die alles (wat we een naam kunnen geven) laat ontstaan en wel voortdurend ‘in den beginne’ omdat er zonder die geestelijke arbeid niets is. Modernisten (bv. Kant) menen dat we zelf – het subject – die geestelijke arbeid verrichten (we worden zelf goden) terwijl die ordeningen, bv. die van de week in zeven dagen, ons leven op zo’n collectieve wijze structureren dat je ook kunt zeggen dat de geest objectief werkzaam is zodat we hem God (of volgens sommigen net zo heilig: Traditie) kunnen noemen. Bovenal ontstaat pas betekenis in de op zichzelf betekenisloze Werkelijkheid door middel van de veelal taalkundige ordeningen: dat maakt die geest of God – Zijn Woord – ‘transcendent’ en in plaats van dat wetenschap deze al te menselijke religieuze impuls overbodig kan maken zit meer religie in wetenschap dan ‘verlichte’ atheïsten denken.

En zo kom ik op het bestaansrecht van deze site want van literatuur die immers precies die geestelijke arbeid op creatieve manier inzet: de auteur schept zelf werelden maar bovenal nieuwe ‘transcendente’ betekenissen doordat zijn werelden op een door hem gekozen wijze zijn geordend. Elk literair werk is zo een wat meer vrijblijvende, private religie zoals elke religie een wat meer dwingend-serieus, publiek Verhaal is.

avatar van Wandelaar
Om hier nog even op terug te komen, na de beschouwing van De Filosoof. Deze vertaling van de boeken van Mozes, de Tora, het hart van de joodse Schrift, kent geen theorie of theologie die licht moet werpen op het verstaan van de tekst. Het gaat daarom primair om vertaalwerk, de tekst moet het doen. En dat is wat aanspreekt in deze uitgave van van Heusden en Oosterhuis.

Het Woord kennen we in de Griekse filosofische traditie als Logos, en wordt een schepper naast God om zo te zeggen. De Logos, de Geest, ook wel de Wijsheid of Sophia, krijgt hierdoor een soort zelfstandigheid als werkzame kracht. De jood Philo van Alexandrië, die rond het begin van onze jaartelling leefde, legde die verbinding met de Griekse filosofische traditie. Hij zag Mozes als een denker zoals Plato was, en ik zou niet willen zeggen dat hij niet echt joods was. Wel typisch Alexandrijns. Hij dacht in concepten en voorafbeeldingen, schaduwen van een dieper liggende werkelijkheid. Vandaar dat de kerkvaders goed uit de voeten konden met Philo. De Logos was immers de voorspelde Christus.

Maar de Hebreeuwse Bijbelboeken kennen die speculaties niet. In de joodse midrasj wordt wel aan uitleg gedaan. Een dwingend denksysteem, zoals in de latere theologische ontwikkeling, vanaf de middeleeuwen, komen we echter in deze geschriften niet tegen.
De logica ontbreekt en voor zover je dat postmodern wilt noemen, wil het zeggen dat je met redeneren niet bij de geheimen van God en schepping uit kunt komen. Het modernisme heeft de afgelopen tweehonderd jaar veel invloed gehad. Voor de theologie was het programma: ontmythologiseren. De Bijbel ontdoen van 'sprookjes', een rationalisatie van het ondenkbare naar het denkbare, de dagelijkse ervaring. Het kan zijn dat, met het wegvallen van de theologie er weer gelezen kan worden wat er staat, ook al 'klopt het niet' met wat we verwachten.

Recht doen aan dit aloude literaire meesterwerk, gaat uit van de bedoeling van de schrijvers en biedt de ruimte het onbegrijpelijke onbegrijpelijk te laten. Omdat het leven zelf ook zo vaak onbegrijpelijk is.

avatar
Wat je schrijft, Wandelaar, over de tekst die zelf 'aanspreekt' en het ruimte laten voor het onbegrijpelijke in plaats van het begrijpelijk te interpreteren met welk begrip de tekst wordt doodgeslagen, doet me denken aan de (postmodernistische) joodse filosoof Emmanuel Levinas die zich immers ook verzette tegen de totaliserende rationaliteit die de moderniteit kenmerkt en die alles tot ding reduceert ten gunste van "de Ander" (welke term het modewoord van de postmoderniteit is geworden) waarvan de transcendentie van de 'andersheid' zijn grond heeft in het als zodanig onkenbare oneindigheid of goddelijkheid en die we daardoor nooit helemaal kunnen begrijpen/bevatten en ons juist daardoor aanspreekt en een appel op ons doet (het idee dat God als transcendentie onkenbaar is - voorbij zijn en denken - is natuurlijk ook een centrale gedachte in het platonisme dat werd uitgewerkt in de 'negatieve theologie').

Ik denk dat je Levinas ook wel zult kennen? En kunnen we zeggen dat zijn filosofie wel typisch joods is (meer dan de hellenistische Philo)?

avatar
Bassievrucht schreef:
Staat het nieuwe testament niet op BM (ik kan niets vinden bij de zoekresultaten)?


Ik kan het ook niet vinden. Waarom staat het NT er niet op? Nog afgezien dat de tientallen verschillende boeken van zowel het OT als NT dermate verschillend zijn dat je ze eigenlijk allemaal afzonderlijk zou moeten kunnen beoordelen.

avatar van Sol1
2,0
Sol1 (moderator)
De Filosoof schreef:
Ik kan het ook niet vinden. Waarom staat het NT er niet op?


Sinds 2010 met de juiste subtitel toegevoegd, dus na het oude bericht van Bassie uit 2009:
Hê Kainê Diathêkê - Matteüs e.a. (367)

avatar
Prediker

Dit is denk ik het meest filosofische boek van de Bijbel: het werkje is waarschijnlijk geschreven in de 3de of 4de eeuw voor Christus toen wijsheidsleraren rondtrokken waarvan deze ‘prediker’ (redenaar voor een volksvergadering of verzameld publiek) er één van kan zijn geweest. Het begin “Alles is ijdelheid” (1:2) is beroemd met ‘ijdelheid’ als begrip van ‘leegte’ (Hebreeuws: hevel, Latijns: ‘vanitas’), als uitdrukking dat niets ergens toe leidt: niets komt ooit klaar of wordt vervuld maar alles wordt in een eeuwige cyclus herhaald (“er is niets nieuws onder de zon” (1:9-10) is een andere bekende uitspraak), zowel wat de inspanningen van de mens als van de natuur betreft, zodat alles zinloos en tevergeefs (en “onuitsprekelijk vermoeiend”) is. Meteen erna valt – dat is wel zo consequent – ook deze wijsheid aan de ijdelheid ten prooi: ook het nastreven van wijsheid (filosofie) is zinloos en daarom “een kwade bezigheid die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen.” (1:13). Het doet zo denken aan Camus’ absurdistische filosofie met de mythe van Sisyfus als kernmetafoor: de absurde mens – maar in wezen elk ding – is veroordeeld tot Sisyfus’ tevergeefse arbeid. Al het zwoegen en tobben, ook die het genot of rijkdom najagen, leidt tot niets en is slechts een “najagen van wind” in de woorden van Prediker. Net als Camus weet Prediker: je denkt misschien dat je wat bereikt maar uiteindelijk ga je dood en ben je evengoed alles wat je hebt opgebouwd kwijt en ook elke wijsheid wordt weer vergeten (het is dwaasheid te denken dat je nabestaanden wat je doorgeeft bewaren als ze er niet zelf voor hebben hoeven werken): het is de vergankelijkheid van alles die elke moeite om er iets van te maken al bij voorbaat zinloos maakt. En zoals bij Camus is het het denken dat leidt tot dit inzicht dat het bestaan absurd is: daarom ligt in wijsheid “veel verdriet.” (1:18)

Prediker concludeert dat God elk ding z’n eigen tijd geeft (3:2-8: “er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven” etc) en dat alleen in God alles eeuwig is omdat Hij de cycli eeuwig herhaalt (bij Hem is alles wat is, al geweest en zal opnieuw zijn: vandaar het “niets nieuws onder de zon”). De mens moet zich geen illusies maken: net als de dieren is hij geworden uit stof en zal hij tot stof wederkeren, zodat “er niets beters is dan dat de mens zich verheugt in zijn werken, want dat is zijn deel” (3: 22) (dat als een levensethiek van het leven in het hier en nu ook de gedachte van Camus is over de arbeid van Sisyfus) terwijl hij ook inziet dat al het zwoegen “louter naijver is van de een op de ander” (4:4) waardoor de wereld vol onrecht en lijden is (welke maatschappijkritiek weer aan Rousseau doet denken) en de prediker daarom de doden en vooral degenen die nog niet geboren zijn prijst. Dit doet wat dionysisch aan: elk leven is gedoemd want ten dode opgeschreven vanaf de geboorte (zodat het beter is niet geboren te worden) maar het leven zelf is eeuwig omdat elk leven eindeloos wordt gereproduceerd. Sowieso lijkt de tekst beïnvloed door de Griekse filosofie, met name van het stoïcisme en het epicurisme. Zo doet de eeuwige cyclus waarin alles z’n tijd heeft maar ook weer terugkomt denken aan het concept van de eeuwige terugkeer van de stoïcijnen.

Het betoog gaat dan richting een epicuristische oproep tot matiging of zelfs een boeddhistisch streven naar het Nirvana omdat elk actief doen en spreken ijdel en kwaadaardig is. Het vermeerderen van rijkdom (wat wij ‘kapitalisme’ noemen) is een bijzonder kwaad omdat het nooit genoeg is want de begeerte wordt nooit vervuld (zoals ook het oog nooit verzadigd raakt van wat het ziet) en alleen tot ellende leidt; de mens moet tevreden zijn met het goed kunnen eten en drinken en het verheugen in zijn zwoegen. Dan wordt weer herhaald dat de mens beter af als hij dood is: “de dag des doods is beter dan de dag van iemands geboorte” (7:1) zodat “Het hart der wijzen is in het huis van rouw, maar het hart der dwazen in het huis van vreugde.” (7:4). Dat doet weer doet denken aan Camus’ fameuze openingszin in De mythe van Sisyfus: “Er bestaat maar één werkelijk serieus filosofisch probleem: de zelfmoord.” maar ook aan de cyrenaïsche kritiek op het epicuristische streven naar rust (ataraxia) dat het streven naar de toestand van een dode zou zijn. Dan is er een opvallende breuk met het Griekse denken: wijsheid beschermt tegen onverwacht onheil doordat de wijze de middenweg bewandelt tussen rechtvaardigheid (die Gods ondoorgrondelijke wegen miskent en dus onhoudbaar zal blijken) en dwaasheid (die je onnodig laat sterven vóór je tijd). Waar de Griekse filosofen in het algemeen de toestand van de goden – zowel qua onbewogenheid als qua absoluut weten – nastreefden, houdt de joodse tekst uitdrukkelijk het menselijke (“onder de zon”) gescheiden van het goddelijke, niet alleen qua vergankelijkheid vs. eeuwigheid maar ook qua de menselijke onmogelijkheid de werkelijkheid en daarmee de ware rechtvaardigheid (die van God) te doorgronden. Daarmee heeft de tekst ook een sceptische inslag die echter – anders dan bij de Grieken – berust op de zekerheid van een transcendente God.

De zoektocht naar wijsheid blijft zo zonder slotsom. Omdat de mens geen macht heeft over de dingen, anders dan over de andere mens, is hij beter gehoorzaam om geen kwaad over zich af te roepen. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk (het lot van de mensen lijkt vaak onrechtvaardig want voor de rechtvaardigen en de zondaars onder de zon gelijk en bepaald door toeval): daarom is het beter God te vrezen, want de mens kent zijn tijd niet (hij weet niet wat er nog zal geschieden), en tevreden te zijn met wat men heeft. Maar deze wijsheid onder de zon wordt veracht: dwaasheid, die onheil brengt, heeft meer invloed dan wijsheid, die (stoïcijnse) rust brengt. Juist omdat je Gods werk niet kent en dus niet weet wat je zult bereiken met je werk, moet je je werk doen en het beste ervan hopen. Geniet van het licht van de zon maar weet dat de duisternis komt: gedenk uw Schepper en zijn gericht voordat je oud bent en sterft. Het slotwoord klinkt als een dissonant (en is mogelijk door een andere auteur toegevoegd): het vertelt dat Prediker wijs was en ook het volk heeft onderwezen door zijn spreuken, maar dat uiteindelijk het slotwoord moet zijn: vrees God en onderhoud zijn geboden.

De paradox lijkt te zijn dat de wijsheid is dat alles wat de mens doet tevergeefs is zodat hij het beste gewoon z’n leven leidt en geniet van het moment – de eenvoudige pleziertjes van het leven – waartoe hij de deprimerende wijsheid als het ware weer moet vergeten. Wat opvalt is dat voortdurend wordt benadrukt dat het hier gaat om ons leven en kennen “onder de zon” waarmee het (onmiddellijke) leven wordt bedoeld maar ook een onderscheid wordt gemaakt met de transcendente en voor ons ondoorgrondelijke “werken van God”: juist omdat wij niet verder kunnen kijken dan het huidige moment, moeten we niet alleen van dat moment – bijna letterlijk van het licht van de zon – genieten als een geschenk van God maar tegelijk Gods geboden in acht nemen want de enige zekerheid is dat Hij ons zal beoordelen. Het is daarmee vooral een oproep tot nederigheid en gelatenheid; daarmee staat Camus’ levensfilosofie in schril contrast omdat die elke hoop op een hiernamaals afwijst zodat je op Nietzscheaanse wijze het beste intens leeft met een zekere opstandigheid tegen God. Dan lijkt Kierkegaards existentiefilosofie meer op die van Prediker: omdat het leven zinloos is moet de mens een sprong in het geloof maken om op transcendent niveau betekenis te vinden.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 16:02 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 16:02 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.