menu

Travels with Charley: In Search of America - John Steinbeck (1962)

Alternatieve titels: Reizen met Charley | Op Reis met Charley

mijn stem
3,82 (19)
19 stemmen

Engels
Reis

246 pagina's
Eerste druk: Viking, New York (Verenigde Staten)

De auteur trok begin jaren ‘60, vergezeld van zijn poedel Charley, in een camper door de Verenigde Staten om, na twintig jaar, te ontdekken of zijn land en volk soms veranderd waren. Het verslag van deze reis is niet alleen een reisbeschrijving maar heeft ook iets van een roman, omdat de auteur aan wat hij ziet en ervaart, allerlei brede beschouwingen verbindt, waarbij hij, deels naïef-filosofisch deels humoristisch, zijn grillige gedachten de vrije loop laat.

zoeken in:
4,5
Ook al is het verhaal, volgens Geert Mak ( hij heeft het onderzocht en schreef er een prachtig boek over) grotendeels verzonnen, toch een heerlijk boek om te lezen. Voor de eerste maal gelezen in 1976 tijdens een vakantie door Engeland, een boekje uit de Salamander reeks. Later nog diverse malen herlezen.Heb nu een beter exemplaar van uitgeverij Atlas.

avatar van Theunis
4,5
Zo nu en dan, als ik even niet meer weet wat ik wil lezen, kies ik voor een schrijver die me nooit teleur zou kunnen stellen. John Steinbeck is, in ieder geval tot nu toe, zo’n schrijver. Reizen met Charley lag al een tijdje te wachten. Na een paar zinnen al verscheen er een glimlach op mijn gezicht, zo’n glimlach die je krijgt als je goede vriend na jaren weer eens ziet en waarbij je onmiddellijk voelt dat er niets is veranderd, dat het even vertrouwd was als toen.

Steinbeck gaat met een omgebouwde camper, Rocinante, en zijn poedel Charley op reis door de Verenigde Staten van het begin van de jaren zestig. Een garantie voor succes. Hij houdt van reizen, het is zijn tweede natuur: “Ik ben verdwaald geboren en wens niet gevonden te worden.” Steinbeck liefdevolle beschrijven van mensen en natuur is iets wat me altijd naar hem terug doet verlangen. Steinbeck lezen geeft ontspanning, biedt warmte. Over wat hij beschrijft, geeft hij onmiddellijk toe, kun je weinig concluderen. Het zijn de waarnemingen van één persoon op een bepaald moment op een bepaalde plek. Hij haalt daarmee misschien wat druk weg, toch is hij te bescheiden, want het geeft wel degelijk een beeld van wat er gaande was en ook nog steeds gaande is. Voeg daarbij de manier van schrijven, met die stijlvolle, warme pen, toe en je weet waarom het zo prettig is om hem te lezen. Een paar voorbeelden van dit alles.

Steinbeck schrijft over de eeuwige wens om weg te gaan omdat gras elders steevast groener is. “Ik vraag me af of zo iemand die naar Florida is verhuisd en op een oktoberavond in een stoel van nylon en aliminium op een onveranderlijk groen grasveld muggen zit weg te slaan – ik vraag me af of de steek van herinnering hem niet hoog in de maag vlak achter de ribben treft, op de plek waar het pijn doet. En in de eeuwigdurende, vochtige zomer waarschuw ik hem in zijn fantasie niet terug te gaan naar die schreeuw van kleur, naar de zuivere, bijtende vrieskou, naar de geur van brandend dennenhout en strelende warmte uit de keuken. Want hoe kun je kleur ontdekken in eeuwigdurend groen, en wat voor nut heeft warmte als de kou je er niet naar doet verlangen?” Steinbeck is dan in Maine, maar je kunt iedere plek waar dan ook ter wereld hierop plakken. Is het niet beter om te genieten van datgene wat er wél is?

Steinbeck is een natuurliefhebber en heeft zich “nooit verzet tegen verandering, zelfs niet toen het vooruitgang werd genoemd.” Maar toch, “toch voelde ik een wrok tegen de vreemdelingen die wat ik als mijn land beschouwde overspoelden met lawaai en rotzooi en de onvermijdelijke stapels schroot.” Steinbeck ziet “overal driftige groei, een kankerachtige groei. Bulldozers rolden de groene bossen op en schoven de overblijvende hopen rotzooi bijeen om verbrand te worden. Het versplinterde, witte hout van betonbekistingen lag opgestapeld naar grijze muren. Ik vraag me af waarom vooruitgang er zo vaak uitziet als verwoesting.” En hij ziet de grote bewegingen. “De nieuwe Amerikaan vindt zijn uitdaging en zijn liefde in straten die verstopt zitten door het verkeer, een hemel die zich nestelt in smog en stikt in de chemische dampen van de industrie, het gegier van rubber en huizen die door elkaar in bedwang worden gehouden, terwijl de stadjes op het platteland een tijdje wegkwijnen en daarna ophouden te bestaan.” Iets verderop: “En aangezien alle slingers heen en weer bewegen, weet ik zeker dat ook de uitpuilende steden ten slotte zullen scheuren als openbarstende baarmoeders om hun kinderen weer over het platteland te verspreiden. Deze voorspelling wordt bevestigd door het dat de rijken dat al aan het doen zijn. Waar de rijken vooropgaan, zullen de armen volgen, of proberen te volgen.”

En de prachtige, beeldende taal die hij hierbij gebruikt deed me handenwrijvend glimlachen:

“Nu strekten zich kleine huisjes, die allemaal op elkaar leken, vooral omdat ze probeerden er anders uit te zien, zich wel een kilometer in alle richtingen uit. Dat was een bossige heuvel met eikenbomen die donkergroen afstaken tegen het verdorde gras waarop de coyotes op maanverlichte avonden zaten te janken. De top is afgevlakt en een tv-steunzender priemt de hemel in en geeft een trillerig beeld door aan duizenden nietige huisjes die als bladluizen aan de wegen kleven.”

Naast de achterkant van de vooruitgang heeft Steinbeck ook vragen gesteld bij het volk. Wie zijn wij Amerikanen nou? “Amerikanen zijn veel Amerikaanser dan dat ze noorderlingen, zuiderlingen, westerlingen of oosterlingen zijn. (…) Californische Chinezen, Ieren in Bosten, Duitsers in Wisconsin en, ja, negers in Alabama, hebben meer gemeen dan ze van elkaar verschillen.” Daar, met dat kleine woordje, “ja”, raakt Steinbeck een teer onderwerp. Hij bekijkt het racisme debat van een afstandje, alsof hij er zelf ook nog niet helemaal uit is wat hij moet vinden. Maar over wat hij wel ziet is hij duidelijk. Zo is hij in New Orleans om met eigen ogen te kijken naar de Cheerleaders, een groep protesterende dames die dag in dag uit bij een school staan te protesteren omdat er een paar negerkinderen zijn toegelaten. “Het kleine meisje keek niet naar de joelende menigte, maar van opzij zag het wit van haar ogen eruit als dat van een verschrikt hertje.” Ze wordt door bewakers een trap op geleid. “Toen maakte het meisje een eigenaardig sprongetje, en ik denk dat ik weet wat het was. Ik denk dat ze in haar leven nog geen tien stappen had gezet zonder te huppelen, maar nu kon ze het midden in haar eerste huppeltje niet meer opbrengen en namen haar kleine, ronde voeten afgemeten, aarzelende stappen tussen de grote bewakers.” Steinbeck hekelt de protesterende menigte, maar vraagt zich af waar de anderen waren, “diegenen die stonden te popelen om het kleine, bange, zwarte peutertje op te pakken”.

Hij legt de vinger op de zere plek en, zonder dat hij het zich realiseert, is hij zestig jaar na dato nog steeds relevant, want hij stelt zich de menigte voor die “zich ongetwijfeld naar huis (haastte) om zichzelf op televisie te zien. En wat zij zagen, ging de hele wereld over, niet tegengesproken door de andere dingen die er naar ik weet ook zijn.”

In een gesprek waar Steinbeck even verderop over schrijft is te lezen hoe gevoelig het onderwerp ligt.

“De negers willen mensen zijn. Bent u daartegen?”
“Lieve hemel, nee, meneer. Maar om een mens te worden, moeten ze vechten tegen diegenen die er geen genoegen mee nemen een mens te zijn.”
“Bedoelt u dat de negers geen genoegen zullen nemen met een beetje vooruitgang?”
“Zou u dat doen? Doet iemand die u kent dat?”
“Zou u het goed vinden om ze mensen te laten zijn?”
“Ik zou het best vinden, maar ik zou het niet begrijpen. Ik heb hier te veel ci gîts. Hoe moet ik het zeggen? Nou, stel dat uw hond hier, hij ziet eruit als een heel intelligente hond…”
“Dat is hij ook.”
“Nou, stel dat hij kon praten en op zijn achterpoten kon lopen. Misschien zou hij het in elk opzicht heel goed doen. Misschien kunt hem uitnodigen te komen eten, maar zou u zich hem kunnen voorstellen als mens?”
“Bedoelt u hoe ik het zou vinden als mijn zus met hem ging trouwen?”
Hij lachte. “Ik vertel u alleen hoe moeilijk het is om een gevoel over dingen te veranderen. En wilt u wel geloven dat het even moeilijk zal zijn voor negers om hun gevoel over ons te veranderen als het voor ons is om ons idee over hen bij te stellen? Dit is niet nieuw. Het is al een hele tijd aan de gang.”


Even verderop in het gesprek.

“En soms, ’s avonds, vergeten we het. Zij vergeten me te benijden en ik vergeet dat ze het misschien doen, en dan zijn we gewoon drie aardige… dingen die in één huis wonen en de geur van de bloemen opsnuiven.”
“Dingen”, herhaalde ik. “Dat is interessant, niet mens en dier, niet zwart en blank, maar aardige dingen. Mijn vrouw vertelde me over een stokoude man die zei: "Ik herinner me een tijd waarin negers geen ziel hadden. Toen was het veel beter en gemakkelijker. Nu is het verwarrend.”
(…)
“Als je iemand dwingt om te leven en werken als een beest, dan moet je hem als beest beschouwen, anders zou je gek worden van medeleven.”


Steinbeck neemt na dit gesprek weer even afstand, grasduint in zijn eigen herinneringen. Hij had ooit “een neger in dienst” en zag hem op een dag vanuit het raam aan komen lopen. Een vrouw kreeg op dat moment een ongeluk en de neger stak de straat over om zo snel mogelijk uit de buurt te zijn. Steinbeck vroeg hem, nadat hij binnen was gekomen, waarom hij de vrouw niet even hielp. Het antwoord: “Nou, meneer, zij is dronken en ik ben een neger. Als ik haar had aangeraakt, had ze wel eens kunnen schreeuwen dat ik haar probeerde te verkrachten, en dan komt er een opstootje en wie gelooft mij?”

Ja, het werd Steinbeck langzaam duidelijk wat er aan de hand was. “Ik was op reis gegaan om te leren. Wat leerde ik? Er was geen moment waarop ik de spanning niet had gevoeld, het gewicht van de angst. (…) (De mensen) aanvaardden het als een dagelijkse manier van leven, hadden nooit anders gekend."

Ik moest al deze passages wel een aantal keer lezen om ze tot me door te laten dringen. Het is zo moeilijk om het je voor te stellen, meer dan een halve eeuw later. Of, dacht ik even later, misschien toch niet? Zien we nu, anno 2019, pas hier en daar een écht bewustzijn doordringen? Nee, een bewustzijn is er langer. Niet veel later immers zou de burgerrechtenbeweging verder groeien, maar dat de strijd ook nu nog niet gestreden is, nog lang niet wellicht, is duidelijk. Het is goed om te merken dat een schrijver als Steinbeck, die steevast liefdevol en objectief over mensen schrijft, schijnbaar zoekende is naar wat er aan de hand is. Een paar pagina’s later neemt hij in ieder geval duidelijk afstand van een vooringenomen, haatdragende en racistische lifter.

En dan eindigt de reis. “In de buurt van Abingdon, in de punt van Virginia, om vier uur op een winderige namiddag, ging mijn er zonder waarschuwing of afscheid of bekijk het maar vandoor en liet me ver van huis achter.” Wat restte was Rocinante en Charley naar huis te rijden. Het boek eindigt daarmee ook, maar het mooie van het boek is dat je de reis, grotendeels verzonnen of niet (is het daarmee minder waar?), altijd opnieuw kunt maken. Iets wat Geert Mak later bijna letterlijk nog heeft gedaan toen hij dezelfde route door Amerika ging rijden. Als ik ooit eens de kans zou krijgen…

Gast
geplaatst: vandaag om 10:47 uur

geplaatst: vandaag om 10:47 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.