"De notaris bewonderde Madame. Hij keurde haar redeneringen af met zijn aangeleerde begrippen van fatsoen en deugd, maar desondanks bewonderde hij haar."
Het uitgangspunt dat dit aan dit boek ten grondslag lag, leende zich op zich voor een interessant verhaal. De immigrerende vrouw, die net als haar man moeilijk kan aarden in haar nieuwe leefomgeving, houdt bij omwonenden de gemoederen voldoende bezig om spraakmakende achtergrondverhalen aan het licht te brengen en een lezer stukje bij beetje meer bekend te laten raken met wat er allemaal gaande is in het roemruchte huis waarin zij met haar twee dochtertjes achterblijft na het overlijden van haar man, de generaal. Maar de uitwerking ervan is niet helemaal zoals ik gedurende de openingsbladzijden begon te hopen.
De hoofdpersoon zelf is 'van lichte zeden', wordt al in de inleidende alinea's gemeld. En voor haar twee dochters voorziet zij naarmate de jaren vorderen eenzelfde levensstijl, gezien zij net als haar maar moeilijk hun plaats weten te vinden in de maatschappij waarin ze opgroeien en bovendien het voor de hand liggende alternatief, waarbij een huwelijk de basis van het bestaan vormt, niet te rijmen valt met het door hun beoogde levensgeluk.
Waar hun zo eigenaardige manier van leven dan wel concreet uit bestaat, moet tussen de regels door worden waargenomen. Er wordt wat geheimzinnig om de hete brij heen gedraaid en niet al te concreet benoemd wat de drie vrouwen nu zo uniek maakt. Dit valt misschien ook niet te verwachten van een zo zedig mogelijk geschrift uit het Nederland van de eerste helft van de vorige eeuw en je kunt je ook vooral afvragen of hun 'beroepsmatige' handelen op zichzelf zo interessant is, maar dat alleen verteld wordt van koppen thee, die door op bezoek komende mannen worden gedronken, vond ik persoonlijk dan weer iets te kort door de bocht gaan.
Maar dat is het voornaamste probleem helemaal niet. De drie hoofdbewoners van het huis, met de daaromheen gelegen tuin, maken gewoonweg te weinig mee om de aandacht vast te houden. Ze delen onderling lief en leed, waarmee er wel wat triviale dingetjes de revue passeren, maar enkel een affaire van de jongste dochter weet echt tot de verbeelding te spreken en daarvoor blijkt vervolgens maar een beperkt aantal bladzijden te zijn gereserveerd.
Veel had het allemaal dus niet om het lijf en een uitbreiding had de roman naar alle waarschijnlijkheid ook niet veel beter gemaakt. Gelukkig is het dus aan de korte kant gebleven en zodoende waren de korte hoofdstukjes als losse verhalen nog wel enigszins te behappen. Enkele passages zijn ook best mooi geschreven en zo nu en dan vallen er zinnen te lezen die van een waar vakmanschap lijken te getuigen, maar het feit blijft dat die uitzonderingen opvallen in een voor de rest weinig memorabel vertelsel.