Ik besloot om mijn kennismaking met Bukowski onvertaald te lezen. Het is niet nodig om vloeiend Engels/Amerikaans te kennen om deze schrijver goed te begrijpen: de taal is vrij direct en blijft dicht bij de aarde. Geen plaats voor verhevenheid in de stijl van Bukowski: aan de rand van de samenleving gaapt de goot. En aan de samenleving heeft de antiheld van deze roman een broertje dood, daarom ook slingert hij tussen samenleving en goot, maar heeft het schooierdom uiteindelijk veel liever. Nog maar net uit de kinderschoenen leert hij de dronkenschap kennen, die hem als een warme vriend even uit de bittere realiteit van zijn omgeving haalt. Ook de literatuur biedt hem enige vrienden die wat zinnigs te zeggen hebben: ze laten hem voelen dat hij niet geheel alleen staat. Verder staat hij echter alleen en die jas past hem steeds beter totdat de steen die hij draagt ook de steen is waar hij graag onder schuilt. Deze steen is hij tenslotte zelf, want zijn missie was uiteindelijk harder worden dan alles en iedereen in zijn buurt. Er wordt veel gevochten, gezopen, gescholden, gehaat: onvertaald voelt het boek nog echter, nog rauwer (ik heb namelijk ook stukken uit de Nederlandse vertaling gelezen). Over de gevechten: mijn bloed ging er van koken, mijn agressie borrelde in mijn lichaam. Zo goed, zo spannend. Van de tegendraadsheid werd ik tegendraads. Ook de misantropische visie kon mij goed bekoren en was des te begrijpelijker door de “meegeleefde” jaren van armoede en mishandeling. Bukowski’s Stijl laat de lezer dusdanig meeleven zodat deze zich aan het eind van het boek doorleefd voelt.
Ik denk dat ik er goed aan heb gedaan om dit boek van Bukowski als eerst te lezen: het lijkt te dienen als achtergrond voor de rest van zijn werk.