Mijn tweede werk van Rousseau (na Du Contrat Social). Een tweede sof en ik ben nu ook wel klaar met de filosoof. Grootste pijnpunt is dat ik vooral merk dat Rousseau vooral meninkjes opschrijft en niet echt onderbouwd. Vaak niet uit logica, helemaal niet vanuit echt onderzoek of de wetenschap. En daar kan ik weinig mee.
Ik moet wel zeggen dat dit werk op momenten nog wel aardig is. De hele opzet door met een fictief persoon te komen is goed gekozen, vooral om een boek over opvoeding wat persoonlijker te maken maar ook om een ander wat beeldender te brengen. Grote delen is dit boek in ieder geval nog wel vermakelijk. Enkel het lange vierde (van de vijf) hoofdstukken waarin Rousseau van alles erbij haalt is taai en is vaak volstrekt niet boeiend. Hoewel een opmerking over de geschriften van de drie grote monotheïstische godsdiensten die niet in de taal zijn die men thans nog echt spreekt (ook niet het Arabisch uit de Koran nee of het klassiek Herbreeuws) is wel een aardige nog.
Dus ja, af en toe komt hij wel met interessante gedachten, opmerkingen en aforismen. Bijvoorbeeld dat wie minder begeert dan hij aankan altijd kracht overhoudt, wie te veel begeert heeft te weinig kracht en 'is zwak'. Kinderen begeren niet veel en zeker in de puberteit groeit de kracht veel meer dan de begeerten. Een uiterst tevreden en krachtige periode. Is het waar? Geen idee, maar het is wel een interessante opmerking. Verderop komt hij met een opmerking dat vorsten meedogenloos zijn voor onderdanen en komt met en hele onderbouwing. Op zich qua logica zit dat goed in elkaar maar gaat wel uit van de veronderstelling dat vorsten meedogenloos zijn. Is dat zo? En dat gaat zo maar door. Weer verder (in Boek IV) stelt hij iets over bewegende voorwerpen dat die kracht niet uit zichzelf komt en even platgeslagen door een wil moeten voortkomen. De natuur wordt hiermee door een wil bezield, zegt Rousseau. Althans, hij gelooft dat. En dat is denk ik mijn grootste probleem met hem. Hij gelooft veel en laat hem dat lekker geloven maar dat maakt zijn werk gelijk een stuk minder interessant.
En al zou het allemaal nog wat lijken, dan in het laatste hoofdstuk gaat het nog over de opvoeding van meisjes die simpelweg de man moeten gehoorzamen uiteindelijk, aldus Rousseau. En hij zegt ook gewoon dat je als lezer ook wel vindt dat een vrouw die thuis het huishouden doet veel meer respect inboezemt dan een vrouw die zich verdiept in de literatuur. Tja, dat vrouwbeeld van hem is ook echt van invloed hoe ik dan naar de rest van zijn werk kijk: vooral niet serieus nemen. 2,5*