Het zijn de grote liefde voor Bach, met name het tweede Brandenburgse Concert, en de verwarrende ontluikende liefde voor meisjes die de jonge Metten Anker, student musicologie en bakkersknecht in de zaak van zijn vader, beheersen. Alsof hij er zelf geen grip meer op heeft, wordt hij door deze drang geleid. De vertelling begint met een nachtelijke dwaaltocht, op zoek naar de weg naar huis, door een volkstuinencomplex vanwaaruit hij terugblikt op de geschiedenis van zijn liefdesleven. Voor de droomkoningin blijkt Anna Magdalena uit cantate 82 van Bach model te staan. ‘Schlummert ein, ihr matten Augen’. Een liefde tot in de dood.
In de jonge Metten menen we de contouren van de auteur te herkennen, deze keer in het decor van Leiden; de hoogspanningsmast nummer 82, die hem aan Bachs cantate 82 doet denken, staat daar inderdaad. Op zoek naar de uitgang van het complex, klimt de hoofdpersoon midden in de nacht hoog in die mast om de omgeving te verkennen en wordt vermanend naar beneden geroepen door een heer met hond, een jurist in ruste, gespecialiseerd in echtscheidingen. Door hem meegenomen naar zijn tuinhuisje op het volkstuinencomplex, een beetje gedwongen door zijn dreigende hond, komt Metten Anker ertoe over zijn huwelijk te vertellen.
De sfeer van het boek is licht en droomachtig. Het nachtelijk dwalen, de puberale gedachten en gevoelens, de onbeantwoorde liefdes; het had zwaar en diep kunnen worden, maar dat wordt het niet. Zijn grote liefde, de violiste Renske, waarvoor hij avondenlang in een koud portiek staat te verkleumen om een glimp van haar op te vangen, tot hij de moed vindt om met haar samen te musiceren, zal zijn grote liefde blijven. Maar niet de definitieve rust voor zijn onstuimige drang naar dat wonderlijke, dierlijke, dat hem aantrekt in de onbekende vrouw. De vrouw blijft voor Metten Anker een mysterie, met niets anders te vergelijken dan met het wonder van de muziek van Bach.
Een knappe raamvertelling in dit boek, en fraai van stijl en detail. Bijzonder humoristisch is de beschrijving van het eerste bezoek van Metten aan de ouders van Renske.
Ik denk dat we dit boek in de rij moeten plaatsen van zijn grote vroege romans. Dat zijn naar mijn idee: Een Vlucht Regenwulpen (1978); De Aansprekers (1979) en dit werk waarvan ik een door de schrijver gesigneerd exemplaar in huis heb met datum: 11-9-’80, de vijfde druk.