menu

Lolita - Vladimir Nabokov (1955)

mijn stem
4,09 (286)
286 stemmen

Engels
Psychologisch / Romantiek

365 pagina's
Eerste druk: The Olympia Press, Parijs (Frankrijk)

Humbert Humbert, een Europese intellectueel, is op drift geraakt in de Verenigde Staten. Hij raakt geobsedeerd door een verloren jeugliefde als hij de 12-jarige Dolores Haze ontmoet. Hij is vastbesloten deze reïncarnatie van zijn jeugvriendinnetje zowel artistiek als lichamelijk te bezitten. Humbert moet echter eerst van haar moeder af zien te komen, en zijn 'Lolita' werkt ook al niet even goed mee als in zijn talrijke fantasieën.

zoeken in:
avatar van donnie darko
5,0
Net vandaag uitgelezen en toch wel een pracht van een boek, hoor. Ik heb vandaag dan ook de film gekeken van Kubrick en die is een stuk minder, maar wel behoorlijk mooi verfilmd, maar het is zo een moeilijk boek om te verfilmen. Ik vond het alleszins een prachtig boek en heb de laatste 150 pagina's in één ruk uitgelezen. Zeker een boek dat hoog zal staan in mijn persoonlijke top 10.

4.5*

avatar van eRCee
4,0
Dit boek heb ik nooit aangedurfd, deze site vormde een mooie aanleiding er nu in te beginnen. Ik moet zeggen dat ik het toch vrij heftig vond. Bij vlagen althans. Het afschrikwekkende onderwerp is tegelijk ook wel het fascinerende aan deze klassieker.

Verder is het vooral de stijl die opvalt. De fraaie opzet van het boek als publieke schuldbekentenis (met daarbij die haakjes) maar ook het prachtige taalgebruik. Of een zin als deze: "De helling leek onbetreden. Een laatste hijgende den nam een welverdiende adempauze op de rots die hij had bereikt".

Het einde van het verhaal vond ik wel wat teleurstellend. Niettemin een buitengewoon boek. 4*

avatar van psyche
4,0
psyche (crew)
andreas schreef:

In mijn ogen heeft Nabokov met Lolita een qua stijl onovertroffen, grappig (ah, Humbert en zijn verfijnde ironie!) en bijwijlen intens ontroerend elegie geschreven...
Dit is kunst.
5*


Eindelijk heb ik dan Lolita uit. Eindelijk, omdat ik me aanvankelijk door het boek heb moeten worstelen.
De openingszin mag dan meesterlijk zijn, voor mij heeft hij iets ranzigs, want het zijn de uitgesproken woorden over een kind door een veel oudere man. Heel lang blijf ik Humbert Humbert alleen een doortrapte viezerik vinden. Stuitend is het als ik lees dat HH maar heel zelden en in grote nood en wanhoop zijn toevlucht neemt tot het verlepte vlees van zijn eerste echtgenote en zich daarbuiten verlekkert aan nimfijntjes vanaf acht jaar.
Er was mij aangeraden vooral door te lezen, ik vroeg ik me regelmatig af hoe ik in hemelsnaam moest gaan stemmen, want ja, Nabokovs stijl is onovertroffen en grappig. Inmiddels was ik van Lolita's dwarse buien gaan houden: ga vooral zo door meid.

Ondertussen de berichten op deze site bij het boek geraadpleegd. Miste ik iets? Hoezo ontroerende elegie? Totdat op pagina 246 HH zich herinnert:

'Weet je nog,' zei ze, 'hoe dat hotel heette, je wéét wel [neus gerimpeld], toe, je weet wel - met die witte zuilen en die marmeren zwaan in de hal? Ach je weet wel [luidruchtig uitgeblazen adem] - dat hotel waar je me hebt verkracht. Oké laat maar. Ik bedoel, heette dat [bijna fluisterend] De Betoverde Jagers? Ja, echt? [mijmerend] Echt? - en met een gil van een verliefde lentelach gaf ze een klap tegen de glanzende stam en vloog de heuvel op, tot aan het einde van de straat, en reed toen weer terug, voeten roerloos op stilgehouden trappers, houding ontspannen, één hand dromend op haar bloembedrukte schoot.

Vladimir Nabokov realiseert zich in een nawoord dat er lezers zijn die niet verder komen dan pagina 188, zo zou HH hen vervelen.
Bij mij is hoe dan ook nergens sprake geweest van verveling en wat ben ik blij dat ik het boek niet vroegtijdig heb dichtgeslagen.
Na pagina 246 krijgt het verhaal wendigen die mij zeer bevallen. Ik werd tot diep in de nacht meegesleurd naar de slotzin, die mij meer lief is dan de openingszin, want waar.

Het is mij één maal eerder voorgekomen dat een personage me zo tegenstond en ik op het eind toch nog begrip kreeg, dat tekent de meester. Daarom net als toen:

een 5. Chapeau Vladimir!

avatar van omsk
4,0
Woaah, wat hebben we hier dan? Wát een navrant en boeiend relaas is hier in een paar honderd pagina's samengebald. Nabokov schrijft zo scherp, met zoveel humor en liefde voor liefde dat er helemaal geen twaalfjarig meisje nodig is - dat het boek door de ongekend scherpe pen van de auteur evengoed spannend zou zijn geweest wanneer er een meer alledaags liefdesverhaal uitgewerkt was. Maar het verhaal is niet alledaags, en dat zorgt voor het beetje extra diepte dat dit boek één der beste ooit maakt.

Ik heb de gewoonte de beste vondsten van een schrijver te onderstrepen, waardoor er in dit boek op gegeven moment al even veel houtskool als inkt op de pagina's stond.

Mensen die zich verontschuldigend of beschaamd opstellen tegenover de thematiek snap ik trouwens helemaal niet - als je een goed boek over een inbreker leest, plaats je toch ook niet de toevoeging: éigenlijk ben ik tegen misdaad?

avatar van Chungking
5,0
Werkelijk geniaal geschreven boek, een van de allerbest boeken ooit geschreven.

Om te beginnen is de schrijfstijl echt om duimen en vingers bij af te likken. Zoals eerder vermeld komt deze schrijver met meer literaire vondsten op één pagina dan andere schrijvers in hun hele oevre (met enige zin voor overdrijving natuurlijk). Wat een taalgevoel en -beheersing! (het boek in het Engels lezen valt trouwens echt wel aan te raden)
Verder was ook de lichtsarcastische zelfreflexieve humor bij momenten echt geweldig (Down poor beast, down!). Een leuk detail vond ik de constante verbasteringen van de naam Humbert (Mr. Humburger, Mr. Humbertson, Humbert the great, enz.)
Erg knap is ook dat het boek zo slim is opgebouwd dat je sympathie krijgt voor Humbert (die wel degelijk met heel zijn hart van Lolita houdt, ook al weet hij dat wat hij doet verkeerd is). Met wat een overgave en oog voor detail beschrijft hij zijn geliefde! Dit is zelden vertoond. Doordat je de dingen ziet vanuit zijn perspectief, kan hij je natuurlijk makkelijker naar 'zijn' trant van denken overhalen, en lijken zijn acties bij momenten zelfs begrijpbaar.

Het contrast tussen de fantastische inventieve proza en het moreel verwerpelijk onderwerp is werkelijk enorm, dit spanningsveld is wat voor mij de kracht van deze roman uitmaakt.

2,5
Karl schreef:
Nabokovs lyrische taalgebruik zorgt ervoor dat Lolita ruim vijftig jaar na dato nog altijd fris en modern aanvoelt. Helaas hou ik niet zo erg van lyrisch, fris taalgebruik, wat er dan ook voor zorgde dat ik Lolita niet bepaald met veel plezier las. Het continue gewrocht door de gedachtenkronkels van Humbert Humbert - die haast zijn best lijkt te doen zo enthousiast en origineel mogelijk over te komen bij alles wat hij vertelt - is wellicht interessant voor de liefhebber; ik daarentegen begon me na vijftig bladzijden te ergeren aan de uitleggerige passages, die me duidelijk moesten maken waarom meneer Humbert deed wat hij deed. Een ramp kan Lolita desondanks niet genoemd worden: het verhaal is interessant genoeg om het boek niet weg te leggen en het eind was toch wel enigszins bevredigend.

3,0*


Ik had zo'n beetje hetzelfde gevoel bij dit boek. Het boek vond ik opgeblazen, het hoofdpersonage een opgeblazen kikker. Dit gevoel kreeg bij het lezen de overhand, zo erg zelfs, dat ik bij bladzijde 60 het lezen moest staken. Zoiets overkomt mij niet vaak.

2,5
Deel 1 is absoluut subliem. Deel 2 is ronduit matig. Al met al net aan 2,5 ster. Natuurlijk is de stijl sterk, maar dit wordt op een gegeven moment erg flauw en kan het boek zeker niet redden. De hele roadtrip had van mij uit het boek geknipt mogen worden.

Wat ik wel sterk vond was dat je eerst meegezogen wordt met het betoog van Humbert, dat je hem bijna gelijk geeft (hij kan er ook niets aan doen), maar door de hints die her en der gegeven worden realiseer je je op een gegeven moment dat HH zich vooral aan het goedpraten is en dus een onbetrouwbare verteller is. Dat zet het relaas opeens in een heel ander licht..

Maar dat mag helaas niet baten. Ik heb het boek uitgelezen, maar een dergelijk onderwerp dat uiteindelijk slechts onverschilligheid oproept, kan geen andere score krijgen dan 2,5 ster.

avatar van mjk87
5,0
Tijd terug al gelezen, maar nog niets had ik hierover geschreven. Ook heeft de indruk na die maanden nog niets aan kracht ingeboed. De gegeven 5* zijn wat mij betreft volkomen terecht: één der beste boeken ooit geschreven. Zowel inhoudelijk, maar vooral stilistisch.
Een absolute aanrader te lezen in het Engels. Af en toe wat pittiger (veel pittiger dan een Orwell of Sallinger), maar meestentijds zeer goed leesbaar. Maar wat je voor die extra moeite terugkrijgt overtreft alle verwachting. Natuurlijk kende ik de verhalen over taalrijkdom, maar tegenvallen is het enige dat een boek dan kan doen. Zo niet deze. Vanaf alinea één begint het al, en gaat met gemak zo het hele boek door. Woordvondsten, inhoudelijk vondsten, combinaties van die twee, op werkelijk elke bladzijde minstens wel één, maar al te vaak meer. Lees het boek eigenlijk hardop, en laat ook de taal horen, zo mooi kan Engels zijn. Het belangrijkste echter: de taal lijkt het verhaal vooral te dienen. Nergens vind ik het pretentieus, opdringerig, het laten zien wat de schrijver wel niet kan. Nee, eerlijk en oprecht komt het over.
Natuurlijk, een omhulsel kan nog zo mooi zijn, als het geen vulling kent blijft het bij dat omhulsel. Gelukkig heeft Nabokov ook inhoudelijk een fantastisch verhaal gemaakt. H.H. wordt fantastisch uitgewerkt, in al zijn eigenaardigheden en nuances. Tot op de ziel wordt er gekeken. Daarnaast houdt Nabokov het verhaal interessant, door het tweede deel als een road-story te maken. Je leeft als lezer mee met Humbert en met Lolita, gunt ze beide het beste. Terwijl beide dader en slachtoffer zijn. Die scheidslijn is dun, zo niet vloeiend, en zorgt voor zeer veel spanning. Uiteindelijk weet Nabokov er een passend einde aan te geven, hoopvol, eerlijk, en bovenal mij met goedkeuring achterlatend.

avatar van david bohm
2,0
Heeft mij niet zo kunnen bekoren hoewel de lust van de hoofdpersoon overtuigend is neergezet. Vrij saai.

avatar van manonvandebron
5,0
Lolita heet niet Lolita; ze heet Dolores Haze. Lolita is het fantasiebeeld dat de zieke geest van Humbert Humbert projecteert op Dolores. Hij is een subjectieve verteller. We leren niet de realiteit kennen, maar zijn ervaring van de realiteit. Hij gebruikt ergens het woord solipsisme. Dat is de filosofische opvatting dat het universum slechts bestaat in de geest van de waarnemer.

Humbert Humbert heeft een dubbele persoonlijkheid. Voor de buitenwereld zet hij het masker op van de intellectueel, de literatuurprofessor die een flink deel van de wereld gezien heeft. Z'n verborgen kant is de man die op vroege tienermeisjes valt. Wanneer hij Lolita voor het eerst te zien krijgt, heeft Charlotte het over haar lelies. Humbert zegt: "mooi," maar heeft hij het over de lelies of over Lolita?

Nabokov noemde dit z'n liefdesverklaring aan de Engelse taal. Hij speelt met alliteraties, anagrammen en verwijzingen, onder andere naar Poes Annabel Lee. Na de tennispartij zegt hij dat Lolita een "dubbel spel" speelde, wat op zich een dubbele betekenis heeft.

Om z'n voorkeur voor jonge meisjes te verantwoorden valt hij terug op de Griekse mythologie. Hij noemt die meisjes nimfen, alsof ze geboren zijn uit een waterlelie. Hij is uitsluitend positief over Lolita en een paar van haar klasgenotes. Op de rest van de mensheid kijkt hij neer; hij heeft geen vrienden. Charlotte stelt hij voor als een koe, bekrompen, provinciaal en kleinburgerlijk. De buren en de leraars stelt hij voor als dom en bemoeiziek. Clare Quilty heeft hij nodig om z'n eigen verdorvenheid op iemand anders te kunnen projecteren. Hij is Humberts tegendeel, de enige andere intellectueel en literatuurkenner in het verhaal. Clares partner Vivian Darkbloom is een anagram van Vladimir Nabokov.

Om dichter bij haar dochter te kunnen zijn, trouwt hij met Charlotte. Om haar uit de weg te ruimen maakt Nabokov gebruik van een deus ex machina: ze wordt overreden. Daarna is hij voortdurend op de vlucht, voor Quilty, voor bemoeials, voor z'n eigen waanbeelden. De mooiste scène is misschien wel wanneer hij kort voor het einde de zeventienjarige, zwangere Dolores terugziet. Dan ziet hij haar voor het eerst als een mens, niet enkel als een fantasiebeeld. De great American novel is door een Rus geschreven.

avatar van Raskolnikov
4,0
Het herlezen van persoonlijke favorieten doet soms pijn…
Lolita was één van acht boeken die ik op Boekmeter met vijf sterren beoordeelde. Sinds jaar en dag gevestigd top-10 materiaal dus. Over het herlezen deed ik bijna driekwart jaar, want er was altijd wel een ander boek dat meer aandacht vroeg. Of was het vluchtgedrag om een definitief oordeel te ontlopen? Één van de onfortuinlijke dingen die in de tussentijd is gebeurd, is dat ik meer boeken van Nabokov heb gelezen. Pnin en vooral Ada zijn zo zwaar geparfumeerd met eruditie, dat het je verstikt. Naast de hautaine pralerij is er weinig ruimte voor andere lezenswaardige zaken. Ik had zelfs wat te doen met die arme Pnin, de geëmigreerde Rus die zich in onbeholpen Engels verstaanbaar maakt, sardonisch opgetekend door een Rus die het Engels superieur beheerst.

In Ada is het stilistische experiment zo ver doorgevoerd dat een sprookjesachtige sfeer ontstaat. Dat valt over Lolita zeker niet te zeggen, maar de vette ironie, de satirische hand en de extreme twists die de verteller aan zijn handeling geeft, maken een sfeer die ik als cartoonesk zou willen omschrijven. Ik denk dat dit mede is waarom Lolita mij ooit zo greep. Elk taboeonderwerp heeft te maken met gevoeligheden, het is alsof Nabokov die met puur stilisme omzeilt. Moralisme, sentimentaliteit, melodrama; anders dan je bij een dergelijk onderwerp zou verwachten is het allemaal ver te zoeken, en dat is een verademing.

Nu beleef ik dat toch anders. Een dikke tien jaar verder leven we naar mijn idee in een tijd met meer bewustzijn over het ongepaste in de verhouding tot de ander. #BlackLivesMatter en #MeToo kalibreren de sociale kompassen danig en momenteel zijn we ons zelfs fysiek (anderhalve meter!) bewust van de ander. Ik zou absoluut niet zo ver willen gaan dat we een daaruit voortvloeiende mentaliteitsverandering mee moeten nemen naar de bejegening van fictieve handelingen en personages, beter van niet zelfs. Maar het lezen van Lolita maakte me er van bewust dat ‘de tijdsgeest’ me toch al met andere ogen laat kijken naar het perverse binnen het verhaal. Toentertijd schreef ik voor een filmblog zo’n 2000 woorden over het boek en de film, en het is onthutsend nu terug te lezen hoe weinig aandacht ik daarbij had voor het leed dat in de kern schuilgaat achter de mooie woorden. In een tijd waarin kinderporno een industrie op zich is, en schandalen rond kindermisbruik in allerlei vormen eindeloos naar boven blijven komen, vraag ik me af of een behandeling à la Nabokov (‘cartoonesk’) het nog wel doet voor mij. Nou, dat doet het dus niet. Hoe fictief het allemaal ook is, de verwrongen verhouding tussen Humbert Humbert en Lolita staat voor heel wat ellende en pijn in de wereld, en ik kan me er niet meer toe zetten daar kwijlend bij de mooie taalvondsten van te genieten.

Dit gezegd hebbende, voel ik me wel een vreselijk burgerlijke moraalridder, precies zoals Nabokov het niet graag gezien zou hebben. Ik ben ook gewoon kunst zonder al teveel morele bagage tegemoet te treden. Het roept de vraag op hoe het dan moet met al die andere kunstwerken, handelend over de minder fraaie zaken van het leven. Daarbij zij opgemerkt dat het in dit geval in het heel specifieke van Nabokov zelf zit; zijn hautaine houding zoals ik die in ander werk (ook) ervaar en zijn pretentie het morele aspect buiten de deur te houden. Ook zij opgemerkt dat dit een voorlopig oordeel en geen eindoordeel vormt, juist nu ik me er zo van bewust ben geworden wat een verandering van tijd kan doen met de perceptie. Wie weet hoe ik er over tien jaar naar kijk? En laten we wel wezen; weliswaar geen vijf sterren meer, maar alleen al het geworstel met mijn standpunt ten aanzien van deze (formeel natuurlijk nog altijd knappe) roman, rechtvaardigt zeker vier sterren.

avatar van JJ_D
3,5
Ted Kerkjes liet de term al vallen, ook in dat andere aardige topic (cfr. supra): “voortschrijdend inzicht”. ThomasVV maakte er “evoluerende smaak” van, wat mijn inziens niet helemaal overeen stemt. Immers, wat Raskolnikov reeds aanhaalde: de sociale kompassen zijn vandaag de dag anders gekalibreerd. Dat behelst geen keuze van de lezer (“vandaag ga ik eens door de bril van de 21ste eeuw lezen”), veeleer is dat een gegeven. We kunnen er collectief niet onder uit.

Dus? Moet een boek als ‘Lolita’ daarom op de schop? Uiteraard niet! Mij doet dit denken aan de discussie die onlangs woedde rondom de bijgewerkte literaire canon, en of Jef Geeraerts met zijn racistisch getinte ‘Black Venus’ daarin een plaats verdiende. Het antwoord is: we moeten kunst onbevangen in zijn tijdsgeest kunnen bekijken, maar we moeten ons ook de vraag stellen of het betreffende kunstwerk nog overeenstemt met onze huidige waarden. Is dat niet het geval, dan hoeft een werk niet in de ban gedaan worden – o wee, dictatuur van de politiek correcte kunst! – maar dan daalt de appreciatie ervan allicht wel. Kortom: iedereen mag ‘Black Venus’ lezen – misschien moeten we dat zelfs met z'n allen eens doen, om er achteraf over in dialoog te gaan? – maar het is minder evident geworden het een geweldig boek te vinden.

Nou, wat dat met ‘Lolita’ te maken heeft? Exact wat Raskolnikov reeds aangaf: “het is onthutsend nu terug te lezen hoe weinig aandacht ik daarbij had voor het leed dat in de kern schuilgaat achter de mooie woorden.” De oorzaak daarvan ligt wat mij betreft in de eerste plaats niet bij de lezer – die inmiddels door een verhoogde socioculturele gevoeligheid voor misbruik in het algemeen extra voelsprieten heeft ontwikkeld, dat wel – doch eerder bij de auteur, die in het nawoord effectief beweert dat hij het boek niet als morele oefening ziet, doch louter als esthetische beleving. Vraag is of een dergelijke houding gewenst of zelfs mogelijk is bij een thema dat inherent zo ethisch geladen is. Toch?

In het verlengde daarvan sluit ik me echter aan bij eRCee, die eerder heeft opgemerkt dat ‘Lolita’ veel meer is dan louter een apologie vanuit het perspectief van Humbert Humbert. Anders dan hier door sommigen werd beweerd, praat de protagonist zijn daden niet “goed”. Hij weet dat hij schuldig is, legt ook bekentenis af, doch stelt zichzelf in zekere zin voor als slachtoffer van zijn pedofiele neiging. Dat levert mededogen op, en laat ons wel wezen: het is geen schande dat als lezer te ervaren. Meer nog: wanneer Humbert geconfronteerd wordt met wat er van zijn nimfijn geworden is – een wrak, voorwaar, een vrouw! – dan nog heeft hij haar lief, kortom zelf is hij ook gegroeid in zijn verhouding tot Dolores: van seksueel geprikkeld naar affectief afhankelijk… In die zin is ‘Lolita’ een portret van een liefde. Zij het een atypische, moreel verwerpelijke, pathologisch ontspoorde liefde. Maar dan nog: liefde!

Er zit bovendien meer psychologie in het boek dan op het eerste zicht vermoed. Denk bijvoorbeeld aan hoe Dolores zich ontwikkelt, of net niet: niet toevallig zoekt ze haar redding in de armen van een substraat van haar stiefvader, net omdat ze geen andere amoureuze contouren (her)kent. Ze schermt er zich voor af (cfr. het gesprek met het schoolhoofd), en tegelijk gebruikt ze haar ontwakende seksualiteit en leert ze die inzetten om zaken aan Humbert te ontfutselen – een psychisch procedé waarbij vanuit de afhankelijkheid een manipulatief vermogen tot controle ontstaat, een met het lichaam als koopwaar verworven mini-vrijheid. Dat Dolly uiteindelijk kiest voor een man die geen man is – zeg nu zelf: Dick is een mannelijk omhulsel, een omtrek zonder inhoud, iemand die net zoals Lolita in een emotioneel vacuüm leeft – lijkt me trouwens heel nauwkeurig. Kortom, Nabokov heeft het psychologisch in z'n geheel schitterend doorzien.

Het maakt ‘Lolita’ tot een geweldig boek, maar grandioos tot geniaal? De namen Proust en Joyce zijn hier eerder gevallen, en ook bij Nabokov worstel ik met de stijl van een schrijver die graag pronkt met zijn schrijverschap. Het is literatuur die bij uitstek literatuur wil zijn, kortom geen relaas dat een lezer doet vergeten of ‘ie nou leest, kijkt, tast…terwijl de ideale kunstervaring voor mij het medium overstijgt, waarbij je als lijdend voorwerp het betreffende werk ondergaat, en zelf louter als een gevoel, een emotionele connectie, lijkt te bestaan…noem het romantische onzin, maar het benadert wel degelijk hoe ik superieure kunst heb (en probeer te) ervaren.

Niets daarvan echter bij ‘Lolita’. Ik hou er nochtans van wanneer een auteur zijn lezer niet onderschat, maar tegen Nabokovs eruditie moet je steeds het onderspit delven, en daar pakt de man verdomd graag mee uit. Latijn, Frans, woordspelletjes, binnenpretjes: het valt voor mij niet allemaal op z’n plaats. Nochtans erken ik dat een almaar meer elliptisch idioom als stijlfiguur goed kan werken om toenemende waanzin te verkennen of om te schetsen dat iemand grip op de realiteit verliest (Lobo Antunes, Beckett, noem maar op), maar hier kiest Nabokov reeds van bij de start voor een solipsistische teneur, waardoor je als lezer een beetje buiten het relaas wordt gehouden…

…enfin, zo kunnen we doorgaan, maar genoeg voor nu. Als 'Lolita' als roman een probleem heeft, dan ligt dat voor mij in wat anderen juist als grootste troef hebben benoemd: de stijl, die wuft, ja zelfs pronkziek aandoet.

Kort en goed? Graag gelezen: ja. Meesterlijk bevonden: niet helemaal.

3,75*

avatar van Jason82
3,0
Ronald Giphart besprak dit boek onlangs in het AD en ook op deze site werd het veelvuldig besproken. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt... 3 weken later heb ik het boek uit en dat was bij vlagen doorzetten.

Het begin vond ik nog boeiend en hoewel ik er niemand over hoor vond ik de kleine, verborgen steekjes van humor erg leuk. Wellicht niet eens bedoeld als humor, dat zegt mogelijk wat over mij. Verder was er sprake van mooie beschrijvingen over de twijfels van het hoofdpersoon en zijn wijze van omgaan met mensen. Alles in het teken van dat ene doel: contact met zijn "nimfijn" Lolita.

Het 2e deel vond ik best traag en saai en het einde vanuit het niets grotesk en bijzonder. Niet echt mijn ding blijkbaar, want ik moest me ertoe zetten het volledig uit te lezen.

5,0
Wat een fantastisch boek, hoe doet hij het? De ik-persoon is een seksmaniak, pedofiel, moordenaar, bedrieger enz., maar toch slaagt Nabokov erin om empathisch te reageren op hem en ons te laten meeleven met hem. Ik kan me niet voorstellen dat iemand na lezing van “Lolita” gaat denken dat pedofilie eigenlijk niet zo erg is en “moet kunnen” en toch kunnen we H.H.’s reacties begrijpen. Dat heeft zeker ook te maken met Nabokovs licht ironische stijl, die het lezen op zichzelf al een plezier maakt. H.H.’s misprijzen voor Amerika en de Amerikanen speelt misschien ook mee.
Het is wonderlijk!

5,0
Introductie

Het boek is een vertelling van hoofdpersoon Humbert die zijn verhaal doet na zijn arrestatie; we weten dus meteen dat het niet goed voor hem afloopt (en in het voorwoord wordt het definitieve weggegeven) zoals het boek voortdurend vooruitloopt op een noodlottige afloop hetgeen het verhaal het karakter van een tragedie geeft. Meteen vanaf de beroemde openingszin valt de ongekende schoonheid en rijkdom van zijn taalgebruik op: elke zin verbluft met z’n paradoxale combinatie van enerzijds beeldende, lyrische en zelfs poëtische rijkdom en anderzijds directe, droge precisie. Vaak is de zin ook een briljante vondst in z’n spel met taal en bijzonder geestig (of zelfs hilarisch). De roman wordt zelfs wel beschouwd als stilistisch de beste roman in de Engelse taal; Nabokov beschreef de roman wel als zijn liefdesaffaire met de Engelse taal die voor hem nieuw was, net als dat de VS de nieuwe wereld is zodat er geen last is van de traditie, die moet worden geherdefinieerd, maar een vrij spel met woorden: in die zin werkt de vrijheid van Amerika ook door in Humberts vrij associërend taalgebruik. Humbert blijkt dan ook een ontwikkelde, scherpzinnige man die we ook snel leren kennen als erg zelfingenomen zodat zijn houding jegens andere mensen wat neerbuigend en zijn humor wat cynisch is – het cynisme verenigt aldus de tragedie en de komedie van het verhaal waarbij ook het verhaal zelf enkele komische elementen heeft die desastreuze effecten hebben – en de indruk ontstaat dat hij schaamteloos jonge meisjes verovert precies omdat hij alles kan en dus moet krijgen wat hij wil: hij benadrukt een aantal malen dat hij heel knap is en elke vrouw kan krijgen hetgeen zijn kwelling extra ondraaglijk lijkt te maken omdat hij niet geïnteresseerd is in al die beschikbare vrouwen maar slechts geïnteresseerd is in een speciaal type jong meisje – het type dat hij een nymphet noemt (en wij vanwege zijn roman sindsdien een Lolita) en dat een seksueel vroegrijp en uitdagend jong meisje is – waarvan het nu echter juist bij wet verboden is om die te bezitten.

Solipsisme

Het bijzondere van de roman en de reden dat het zo’n klassieker is geworden is denk ik zeker niet alleen de wonderschone taal of het gevoelige onderwerp (die ongetwijfeld wel hebben geholpen aandacht te genereren voor het boek) die meer de vehikels zijn om iets diepers weer te geven. Allereerst gaat het boek eigenlijk helemaal niet over Lolita of over seks, maar alleen maar over Humbert. Alles is in feite de verbeelding van Humbert: het gaat over zijn herinneringen, zijn gevoelens, zijn kwelling en zijn Lolita die in werkelijkheid Dolores heette hetgeen van belang is want ook Lolita is geheel het product van Humberts verbeelding (en dus uitdrukkelijk niet de ‘echte’ Dolores). Zoals Humbert zelf zegt: “What I had madly possessed was not she, but my own creation, another, fanciful Lolita–perhaps, more real than Lolita; overlapping, encasing her; floating between me and her, and having no will, no consciousness—indeed, no life of her own.” (de roman is dan ook allesbehalve duister en zelfs z’n thema’s reikt de verteller ons gewoon aan). Lolita is aldus een fetisj en niet echt. Alle onwereldse schoonheid en verlokkingen die hij in Lolita ziet zijn natuurlijk ook zijn projecties (want anders zouden we allemaal pedofiel zijn). Dat maakt enerzijds dat iedereen kan meevoelen met Humbert, want de gevoelens herkennen we ook als we die op een volwassene projecteren (waarbij Humbert ook geen criminele intenties heeft), en anderzijds dat Humberts wereld wel solipsistisch is genoemd: er is slechts Humbert en alle andere mensen zijn slechts verschijningen die Humbert inkleurt met zijn gedachten en gevoelens. Dat verklaart ook zijn wat cynische, neerbuigende houding jegens anderen en maakt hem in die zin het prototype van een seksueel roofdier dat zijn slachtoffers als dingen behandelt waarbij de lust het geweten verdringt en de rede probeert het eigen misdadige gedrag te rechtvaardigen en hij omgekeerd zelf pas kan bestaan als wij hem inbeelden door met hem mee te voelen: “I shall not exist if you do not imagine me”. Maar tegelijkertijd moeten we ons afvragen of we niet allemaal zoals Humbert wat solipsistisch zijn en de ander als een ding behandelen.

Postmodernisme

Het boek verscheen in 1955 en dat was in de hoogtijdagen van de filosofie van het existentialisme (en de fenomenologie) dat zich precies voor dit probleem gesteld zag: als de hele wereld datgene is wat zich aan ons bewustzijn verschijnt, hoe kan ik dan contact maken met een ander bewustzijn (hetgeen in onze tijd tot identiteitspolitiek heeft gevoerd want die Ander is aldus transcendent en onbereikbaar voor ons en moeten we dus ook niet proberen in ons begrip te brengen)? De ander maakt ons tot ding zoals wij de anderen tot ding maken: “de hel, dat zijn de anderen” aldus Sartre. Volgens Hegel kunnen we echter alleen zelfbewustzijn verwerven door middel van herkenning en erkenning door het andere bewustzijn: nu dat volgens postmodernen zoals psychoanalyticus Lacan niet kan, resteert ons slechts verlangen naar de erkenning door de ander die nooit geheel kan worden gerealiseerd en dus bevredigd (en we ook van onszelf vervreemd blijven). In die zin is Lolita denk ik ook een postmoderne roman: allereerst is de wereld slechts de verbeelding van Humbert – waarbij hij zich ook aldoor bedient van zinnen uit en referenties naar andere werken – en is hij zo een ‘onbetrouwbare verteller’ die mogelijk ons zelfs opzettelijk belazert zoals hij de mensen in het verhaal belazert (en we er daarom ook niet achter komen of Humbert nu eigenlijk dader of slachtoffer, gewetenloos of gewetensvol is) waarbij Humbert ook zelf aldoor cynisch refereert naar hoe het leven in de VS een imitatie is geworden van de schijnwereld van film en advertenties maar dat hij zelf ook eigen maakt door zijn beeldend proza en z’n verhaal vaak uitdrukkelijk als een filmscript te schrijven; het spel met woorden beheerst Humbert en dus eigenlijk Nabokov zo goed dat we Humbert geloven en we mogelijk zonder het te beseffen de volmaakte misdaad aanschouwen waar Humbert in z’n verhaal van droomt.

Paradox en parodie

Tegelijk gaat het filosofisch dieper: zoals het directe van de beschreven solipsistische beleving paradoxaal samenvalt met een cynische afstandelijkheid (waarbij Humbert ook zichzelf objectiveert en aanduidt als ‘Humbert’ of iets anders in plaats van ‘ ik’) zoals ook de bloemrijke taal samenvalt met droge precisie (als immigrant gaat Humbert net als Nabokov heel bewust met de taal om en corrigeert hij als het ware voortdurend het gewone, wat vage taalgebruik om er geslepen diamanten van te maken), zo valt het eerlijke paradoxaal samen met oppervlakkige Speilerei. Een voorbeeld is hoe Humbert de hotelkamer beschrijft: “There was a double bed, a mirror, a double bed in the mirror,…”: hij beschrijft aldoor exact wat hij ziet maar juist daarom voelt het niet serieus want bij een ‘objectieve’ weergave zouden we het spiegelbeeld weglaten uit onze beschrijving. Het subjectieve en objectieve vallen in feite aldoor samen in de roman. Zoals Humbert het ‘onschuldige’ meisje bespeelt, zo lijkt hij ook de lezer en zelfs de taal te bespelen, maar tegelijk wordt omgekeerd ook de onschuld van het meisje, van de lezer en van de taal bevraagd: misschien is het ons vooroordeel dat meisjes en de taal onschuldig zijn – beide geïnstrumentaliseerd door Humbert – en wordt in werkelijkheid Humbert bespeeld door het meisje en wij allen door de taal (en uiteindelijk Humbert ook door ons)? De nymphet belichaamt precies die paradox: de vereniging van kind en seksueel wezen, van onschuld en verleiding. De roman is wel een parodie c.q. zelf een aanranding genoemd – van onder meer het romantisch genre en een aantal literaire werken – maar de roman laat zien dat de werkelijkheid zelf een parodie is geworden zoals we met name ironisch imiteren wat we op TV, in films en magazines zien, zoals Lolita’s filmkus die een imitatie is van wat ze in de film heeft gezien en het hele fenomeen van de nymphet (of Lolita) in wezen berust op de imitatie van het simulacrum van de film en andere populaire cultuur, niet in de laatste plaats die van advertenties die de consument moeten verleiden. In de woorden van Humbert:
“Then she crept into my waiting arms, radiant, relaxed, caressing me with her tender, mysterious, impure, indifferent, twilight eyes—for all the world, like the cheapest of cheap cuties. For that is what nymphets imitate— while we moan and die.”

Verlangen

Maar parodie of niet, het boek beschrijft bovenal op authentieke wijze het intens zinderende en oneindige verlangen naar – in Humberts geval – Lolita die nooit kan worden bevredigd, reeds omdat ook zij niet ‘echt’ bestaat. Het verlangen zelf wordt volgens Lacan pas echt als zij wordt uitgesproken dus uitgedrukt – en in die zin is de roman één grote zelfverwerkelijking van het verlangen door middel van de taal – maar de taal schiet altijd tekort en met de taal verdwijnt zelfs het ding (het woord vervangt het ding). Daarom komt dat het verlangen, als Lacan gelijk heeft, altijd voortkomt uit het tekort als oorzaak in plaats van een object als doel: ergens voelen we ook dat Humbert ondanks zijn gelukkige jeugd en successen een gemankeerde ziel is die iets mist; wellicht niet zonder belang is dat zijn moeder stierf toen hij drie was, al wijt hij het zelf aan een verstoorde jeugdliefde aan het strand, zodat zo beschouwd het hele avontuur met Lolita een gedoemde poging is om het verloren paradijs terug te winnen. In ieder geval projecteert Humbert zijn tekort en daarmee zijn onbevredigbaar verlangen op Lolita alsof het slechts de wet is die hem weerhoudt het ‘echte’ geluk te vinden. In feite wordt Humbert steeds weerhouden, reeds door de objectiverende taal die hem rationeel en bij de moraal houdt: Humbert en de roman bewegen zich voorzichtig maar doelbewust naar de grens waar het woord stopt in welke directe – niet door taal bemiddelde – beleving van het hier en nu de lust een nieuwe, droomachtige en ontremde wereld schept voorbij de wakkere, talige remming en controle.

Betovering

Het gaat Humbert uitdrukkelijk niet om de seks als zodanig: het gaat om de ‘magie’ van de nymphet die als zodanig een ervaring belooft aan gene zijde van ons kalme, rationele en talige bestaan. In dat verband is de door Humbert gekozen naam nymphet veelzeggend: de nimf is van oudsher de daemon als verpersoonlijking van de rusteloze en ontregelende werkzaamheid van de natuur die aan elke beschaving, bewustzijn of volwassenheid voorafgaat èn eraan ontkomt. De nimf werd van oudsher afgebeeld als een bekoorlijk en naakt meisje en zij is verwant met de elf die (in Disneyfilms ook uitgerust met een toverstaf) voor het betoverde staat: Nabokov speelt met deze betekenissen doordat het hotel met de naam The Enchanted Hunters de plaats delict is waar Humbert de ‘enchanted hunter’ is en Lolita de ‘enchanted prey’ die tegelijkertijd de demon is die hem verleidt en in het verderf stort. De roman houdt ons ook in dit opzicht een spiegel voor: we leven in een welvaartsstaat en in vrijheid zodat we alles krijgen wat we willen, maar tegelijk lijkt dat alleen maar de onbevredigbare leegte in ons bestaan nog ondraaglijker te maken, resulterend in een jacht op een lustvolle roes van destructie en zelfdestructie voorbij moraal en beschaving.

Leegte

Tot zo ver Part One van het boek dat over het verlangen gaat en eindigt in de verovering van Lolita. Part Two heeft een geheel andere toon en onderwerp, alsof we opeens in een heel ander boek zitten, en begint met lange, saaie beschrijvingen van hotels, landschappen en toeristische attracties terwijl Humbert en Lolita de VS rondreizen. De beschrijvingen zijn nog wel poëtisch en vol taalspel maar voelen koud want de hartstocht lijkt geheel verdwenen en ingeruild voor een wederzijds geïrriteerd opgescheept zitten met elkaar waarbij Humbert “dangerous” Lolita rationeel en financieel moet paaien (en een beetje dreigen) opdat ze niet naar de politie gaat, ofschoon Humbert ons nog wel verzekert dat hij door het bezit van een nymphet nog steeds “beyond happiness” is, al is dat wel een “a paradise whose skies were the colour of hell-flames”. In feite wordt de paradox van het eerste deel – waar het verlangen de werkelijkheid betovert en ‘mirage and reality merge’ – binnenstebuiten gekeerd: in de kern is er nog immer Humberts onbedwingbare lust voor Lolita, maar Lolita ondergaat de seks geheel onverschillig (en noemt het ook ‘rape’) zodat de werkelijkheid van het contact het tegendeel is van liefde en heel koud is. Op seksueel gebied gaat ze zich als een prostituee gedragen. Lolita blijkt ook heel vulgair en leeg, zoals jonge meisjes dat zijn: ze geeft niets om cultuur, is bv. het volmaakte doelwit van advertenties die tot plat consumeren willen aanzetten en is grof in de mond en allesbehalve aangenaam gezelschap. Ze is zo beschouwd het archetype van consumentistisch Amerika waar geen diepgang is en alles te koop is – waar Humbert misbruik van maakt – en dan opeens het tegendeel van wat sophisticated Humbert verlangt (omgekeerd beschrijft Humbert Europa als oud en verrot).

Paranoia

Aldus heeft de daemon in de vermomming van bevallige nimf arme Humbert verleid tot een fatale misstap, ook al is Humbert evengoed schuldig aan ontvoering en seksueel misbruik van een minderjarige. Gaandeweg wordt het tweede deel spannender waarbij het Lot Humbert op de hielen zit met groeiende jaloezie en paranoia bij de verteller: opnieuw is er de constante kwelling maar nu omdat hij Lolita heeft en bang is haar kwijt te raken. En opnieuw vervaagt de grens tussen realiteit en verbeelding waarbij Humbert langzaam gek wordt omdat Lolita hem lijkt te bedriegen (waarbij uiteindelijk Humbert natuurlijk zichzelf bedriegt door middel van z’n obsessie voor Lolita) en dus ook de lezer steeds moeilijker wat echt en wat paranoïde waan is kan onderscheiden. Dat Humbert in zijn paranoia een pistool gaat dragen anticipeert een gewelddadig slot. Als het Lot hem heeft ingehaald – de onwinbare strijd tegen het Lot is een thema van het boek op grond waarvan Humbert zich als slachtoffer kan presenteren terwijl als een wrang komisch effect de loop der dingen telkens door toevalligheden lijkt te worden bepaald – keert de nuchterheid terug waarbij Humbert schuldbewust beseft dat hij zich nooit met Lolita’s geestesgesteldheid heeft beziggehouden zodat zij immer een mysterie voor hem is gebleven: de aard van hun relatie was ook zodanig dat zij niets met hem kon delen, omdat hij niets voor haar – geen vlam, geen vriend, geen vader – was zodat zij heel eenzaam moet zijn geweest want ze had niemand, hetgeen haar nukkige houding tegen hem verklaart. Haar relatie met hem was vooral vervelend op een gevoelloze manier: “He broke my heart. You merely broke my life.”, zoals Humbert haar gedachten invult waarbij hij op zijn typische wijze zaken met elkaar verbindt of associeert door middel van hun taalkundige gelijkenis (“turtuous and tortoise-slow”, “For three years I suffered a Proustian and Procrustean fate...”, etc) en hij ook veelvuldig woorden allitereert tot nieuwe woorden. Zo maakt hij vele variaties op z’n eigen naam waaronder Humbug en Hummer, al naar gelang de context.

Dubbelgangermotief

De dubbele naam Humbert Humbert verwijst naar het dubbelgangermotief: waar in het eerste deel Humbert zichzelf innerlijk opsplitst in de verteller en het personage, welke laatste uitdrukkelijk wordt geobjectiveerd (dus van zich vervreemd) doordat de verteller vaak over ‘Humbert’ in plaats van ‘I’ spreekt, en dat ook een splitsing tussen de goede Humbert (het slachtoffer: ‘I’) en de kwade Humbert (de dader: ‘Humbert’) suggereert, wordt in het tweede deel – gelijk de veruitwendiging van de kou van de relatie en daarmee de vervreemding van elkaar – zijn kwade ik (de door de demon verleide perverseling en verkrachter) veruitwendigd in de persoon van Quilty die Humbert zijn schaduw noemt als hij zich gevolgd waant maar die ook moreel zijn schaduwkant is. De naam Humbert, waar het Franse woord voor schaduw, ‘ombre’, in zit verwijst zelf al naar de schaduw: de strijd tussen literator Humbert en toneelschrijver Quilty is zijn innerlijke strijd en uiteindelijk komen ze samen (“… he rolled over me. I rolled over him. We rolled over me. They rolled over him. We rolled over us.”). Quilty wordt ook als vrouwelijk beschreven hetgeen aan de psychoanalyse van Jung doet denken: volgens Jung heeft elke man ook een vrouwelijke kant (en elke vrouw een mannelijke kant) die echter vaak wordt onderdrukt waarbij de zogeheten ‘schaduw’ de relatie met jezelf vormt: hoe meer de eigen tekortkomingen en instincten worden onderdrukt hoe duisterder en gewelddadiger dit reservoir van het onbewuste wordt. Bij Humbert is zijn ontwikkeld voorkomen zijn persona – het masker dat iedereen draagt ter conformering – maar zijn onderdrukte anima vormt een duistere schaduw die zich uit door middel van projecties, in dit geval in de vorm van Quilty (met Lolita als de projectie van zijn verlangen waarbij Lolita de niet meer onschuldige dubbelganger is van onschuldige jeugdliefde Annabel met wie het niet tot seks kwam).

Toneel

Het hele avontuur met Lolita moet in die zin worden opgevat als een toneelstuk – een theater van projecties – dat kwade Humbert (Quilty) heeft bedacht en Lolita aanvankelijk als zodanig boeide en waar ze met plezier en enthousiasme haar rol in speelde, maar waarin ze acuut geen rol meer wenste toen het spel menens was geworden (de verkrachting) terwijl zij voor Humbert slechts een rol bleef in zijn toneelstuk waarbij zij paradoxalerwijs een rol moest spelen om onder de rol uit te kunnen komen die Humbert haar had toebedeeld. Niet alleen Lolita met haar movie magazines maar ook Humbert leeft zo in een schijnwereld van glamour en gespeelde werkelijkheid. Het laat opnieuw de wisselwerking tussen spel en ernst, bedrog en eerlijkheid alsmede taal en werkelijkheid zien die ononderscheidenlijk worden als we alleen over Humberts eigen vertelling beschikken en Humbert zelf alleen over diens eigen herinneringen beschikt waarvan we weten dat die weinig betrouwbaar zijn maar net als dromen onbewust worden ingevuld. Dat hij het als een bekentenis verwoordt geeft het een eerlijke glans maar dit in het licht brengen van duistere, verborgen zonden behelst bovenal een uitspreken ervan waardoor de taal er vat op krijgt en via de taal vat op ons als lezer. Uiteindelijk is het ook een zelfrechtvaardiging voor de jury waarmee opnieuw een toneelstuk wordt opgevoerd.

Conclusie

De roman stapelt aldus zowel qua stijl als qua inhoud talloze paradoxen op elkaar waarbij ook stijl en inhoud samenvallen in een verdwijnen van het onderscheid tussen wat echt is en wat niet echt is (‘reality’ is volgens Nabokov een van de weinige woorden die niets betekent als het niet tussen aanhalingstekens staat). We scheppen immers zelf de werkelijkheid door middel van taal (en beeld) – het onbewuste bewust gemaakt – en daarin is Humbert en dus ook Nabokov een meester, zodat niet te achterhalen is wat eerlijk en wat bedrog is of wie in de vierhoeksrelatie Lolita-Humbert-Nabokov-lezer wie precies bedriegt of manipuleert of object van projectie is. Lolita als nymphet is precies het brandpunt waar alle paradoxen samenkomen: zij is als imitatie van de Amerikaanse cultuur en als projectie van Humberts verlangen niet echt maar als levend wezen wel echt en zo ook is zij als verleiding de daemon maar ze is ook slachtoffer. De roman, die zo tegelijk komedie en tragedie is, gaat naar mijn mening niet over seksueel misbruik en wie daar schuldig aan is, maar over het paradoxale van de werkelijkheid of althans de Amerikaanse cultuur als zodanig waarin het subjectieve en objectieve samenvallen maar het – mede door het kapitalisme aangewakkerde – verlangen ook een ontregelende kracht is. Het boek is wel amoreel of zelfs immoreel genoemd, maar het boek gaat in mijn interpretatie over het verlangen dat voorbij de moraal en de rede ligt waarbij het verhaal laat zien dat het verlangen zelf het ongeluk meebrengt omdat het verlangen een belofte behelst die nooit kan worden waargemaakt zodat we ons laten leiden door onze demonen en het leven uiteindelijk tragisch is zoals uitgedrukt maar ook getroost door de kunst die aldoor wisselt tussen werkelijkheid en fictie en tussen het begrijpelijke en sublieme: Humbert keert zich herhaaldelijk tegen de psychoanalyse (van Freud) die kunst en cultuur als sublimering van onderdrukte seksuele lust opvat en stelt zelf omgekeerd dat seks slechts een vertakking van kunst is. Lolita is dan ook geen Freudiaans symbolisme of allegorie die voor iets anders staat: Nabokov vangt met Lolita veeleer het seksuele verlangen in zijn sublieme essentie dus als kunstvorm – in plaats van door commerciële pornografie platgeslagen – waarbij kunst altijd schokkend is want het leven zelf betreft en overtreft, voorbij goed en kwaad.

Gast
geplaatst: vandaag om 15:51 uur

geplaatst: vandaag om 15:51 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.