menu

Lolita - Vladimir Nabokov (1955)

mijn stem
4,09 (279)
279 stemmen

Engels
Psychologisch / Romantiek

365 pagina's
Eerste druk: The Olympia Press, Parijs (Frankrijk)

Humbert Humbert, een Europese intellectueel, is op drift geraakt in de Verenigde Staten. Hij raakt geobsedeerd door een verloren jeugliefde als hij de 12-jarige Dolores Haze ontmoet. Hij is vastbesloten deze reïncarnatie van zijn jeugvriendinnetje zowel artistiek als lichamelijk te bezitten. Humbert moet echter eerst van haar moeder af zien te komen, en zijn 'Lolita' werkt ook al niet even goed mee als in zijn talrijke fantasieën.

zoeken in:
5,0
Ik kan de stijl van een naakt van Picasso bijvoorbeeld meer of minder (esthetisch) appreciëren, eRCee, maar dat verandert op zich toch hoegenaamd niets aan het stijlgehalte, laat staan aan de Kunst-waarde van het werk? Bovendien heeft stijl-appreciatie lang niet alleen met esthetica te maken, maar ook met een heleboel andere variabelen, zoals affiniteit, betrokkenheid, stijlgevoeligheid...
En mijn morele appreciatie van dat fameuze naakt heeft zo mogelijk nog minder met de Kunst-waarde ervan te maken!
Daarom zeg ik dat Kunst (als zodanig) nooit relatief is, in tegenstelling tot esthetica en moraal, die dat allebei juist ten voeten uit zijn!
Maar ondertussen zijn we nogal theoretisch bezig, en eigenlijk ook wat naast de kwestie, sorry Ted. Ik wilde alleen effie reageren op de opmerking hierboven...

avatar van eRCee
4,0
Ik denk/vrees dat we nog een apart topic nodig hebben om uit de doeken te doen wat deze kunst met een grote K dan wel mag zijn, maar misschien is dat iets voor een andere keer.

avatar van Jason82
3,0
Ronald Giphart besprak dit boek onlangs in het AD en ook op deze site werd het veelvuldig besproken. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt... 3 weken later heb ik het boek uit en dat was bij vlagen doorzetten.

Het begin vond ik nog boeiend en hoewel ik er niemand over hoor vond ik de kleine, verborgen steekjes van humor erg leuk. Wellicht niet eens bedoeld als humor, dat zegt mogelijk wat over mij. Verder was er sprake van mooie beschrijvingen over de twijfels van het hoofdpersoon en zijn wijze van omgaan met mensen. Alles in het teken van dat ene doel: contact met zijn "nimfijn" Lolita.

Het 2e deel vond ik best traag en saai en het einde vanuit het niets grotesk en bijzonder. Niet echt mijn ding blijkbaar, want ik moest me ertoe zetten het volledig uit te lezen.

5,0
Wat een fantastisch boek, hoe doet hij het? De ik-persoon is een seksmaniak, pedofiel, moordenaar, bedrieger enz., maar toch slaagt Nabokov erin om empathisch te reageren op hem en ons te laten meeleven met hem. Ik kan me niet voorstellen dat iemand na lezing van “Lolita” gaat denken dat pedofilie eigenlijk niet zo erg is en “moet kunnen” en toch kunnen we H.H.’s reacties begrijpen. Dat heeft zeker ook te maken met Nabokovs licht ironische stijl, die het lezen op zichzelf al een plezier maakt. H.H.’s misprijzen voor Amerika en de Amerikanen speelt misschien ook mee.
Het is wonderlijk!

5,0
geplaatst:
Introductie

Het boek is een vertelling van hoofdpersoon Humbert die zijn verhaal doet na zijn arrestatie; we weten dus meteen dat het niet goed voor hem afloopt (en in het voorwoord wordt het definitieve weggegeven) zoals het boek voortdurend vooruitloopt op een noodlottige afloop hetgeen het verhaal het karakter van een tragedie geeft. Meteen vanaf de beroemde openingszin valt de ongekende schoonheid en rijkdom van zijn taalgebruik op: elke zin verbluft met z’n paradoxale combinatie van enerzijds beeldende, lyrische en zelfs poëtische rijkdom en anderzijds directe, droge precisie. Vaak is de zin ook een briljante vondst in z’n spel met taal en bijzonder geestig (of zelfs hilarisch). De roman wordt zelfs wel beschouwd als stilistisch de beste roman in de Engelse taal; Nabokov beschreef de roman wel als zijn liefdesaffaire met de Engelse taal die voor hem nieuw was, net als dat de VS de nieuwe wereld is zodat er geen last is van de traditie, die moet worden geherdefinieerd, maar een vrij spel met woorden: in die zin werkt de vrijheid van Amerika ook door in Humberts vrij associërend taalgebruik. Humbert blijkt dan ook een ontwikkelde, scherpzinnige man die we ook snel leren kennen als erg zelfingenomen zodat zijn houding jegens andere mensen wat neerbuigend en zijn humor wat cynisch is – het cynisme verenigt aldus de tragedie en de komedie van het verhaal waarbij ook het verhaal zelf enkele komische elementen heeft die desastreuze effecten hebben – en de indruk ontstaat dat hij schaamteloos jonge meisjes verovert precies omdat hij alles kan en dus moet krijgen wat hij wil: hij benadrukt een aantal malen dat hij heel knap is en elke vrouw kan krijgen hetgeen zijn kwelling extra ondraaglijk lijkt te maken omdat hij niet geïnteresseerd is in al die beschikbare vrouwen maar slechts geïnteresseerd is in een speciaal type jong meisje – het type dat hij een nymphet noemt (en wij vanwege zijn roman sindsdien een Lolita) en dat een seksueel vroegrijp en uitdagend jong meisje is – waarvan het nu echter juist bij wet verboden is om die te bezitten.

Solipsisme

Het bijzondere van de roman en de reden dat het zo’n klassieker is geworden is denk ik zeker niet alleen de wonderschone taal of het gevoelige onderwerp (die ongetwijfeld wel hebben geholpen aandacht te genereren voor het boek) die meer de vehikels zijn om iets diepers weer te geven. Allereerst gaat het boek eigenlijk helemaal niet over Lolita of over seks, maar alleen maar over Humbert. Alles is in feite de verbeelding van Humbert: het gaat over zijn herinneringen, zijn gevoelens, zijn kwelling en zijn Lolita die in werkelijkheid Dolores heette hetgeen van belang is want ook Lolita is geheel het product van Humberts verbeelding (en dus uitdrukkelijk niet de ‘echte’ Dolores). Zoals Humbert zelf zegt: “What I had madly possessed was not she, but my own creation, another, fanciful Lolita–perhaps, more real than Lolita; overlapping, encasing her; floating between me and her, and having no will, no consciousness—indeed, no life of her own.” (de roman is dan ook allesbehalve duister en zelfs z’n thema’s reikt de verteller ons gewoon aan). Lolita is aldus een fetisj en niet echt. Alle onwereldse schoonheid en verlokkingen die hij in Lolita ziet zijn natuurlijk ook zijn projecties (want anders zouden we allemaal pedofiel zijn). Dat maakt enerzijds dat iedereen kan meevoelen met Humbert, want de gevoelens herkennen we ook als we die op een volwassene projecteren (waarbij Humbert ook geen criminele intenties heeft), en anderzijds dat Humberts wereld wel solipsistisch is genoemd: er is slechts Humbert en alle andere mensen zijn slechts verschijningen die Humbert inkleurt met zijn gedachten en gevoelens. Dat verklaart ook zijn wat cynische, neerbuigende houding jegens anderen en maakt hem in die zin het prototype van een seksueel roofdier dat zijn slachtoffers als dingen behandelt waarbij de lust het geweten verdringt en de rede probeert het eigen misdadige gedrag te rechtvaardigen en hij omgekeerd zelf pas kan bestaan als wij hem inbeelden door met hem mee te voelen: “I shall not exist if you do not imagine me”. Maar tegelijkertijd moeten we ons afvragen of we niet allemaal zoals Humbert wat solipsistisch zijn en de ander als een ding behandelen.

Postmodernisme

Het boek verscheen in 1955 en dat was in de hoogtijdagen van de filosofie van het existentialisme (en de fenomenologie) dat zich precies voor dit probleem gesteld zag: als de hele wereld datgene is wat zich aan ons bewustzijn verschijnt, hoe kan ik dan contact maken met een ander bewustzijn (hetgeen in onze tijd tot identiteitspolitiek heeft gevoerd want die Ander is aldus transcendent en onbereikbaar voor ons en moeten we dus ook niet proberen in ons begrip te brengen)? De ander maakt ons tot ding zoals wij de anderen tot ding maken: “de hel, dat zijn de anderen” aldus Sartre. Volgens Hegel kunnen we echter alleen zelfbewustzijn verwerven door middel van herkenning en erkenning door het andere bewustzijn: nu dat volgens postmodernen zoals psychoanalyticus Lacan niet kan, resteert ons slechts verlangen naar de erkenning door de ander die nooit geheel kan worden gerealiseerd en dus bevredigd (en we ook van onszelf vervreemd blijven). In die zin is Lolita denk ik ook een postmoderne roman: allereerst is de wereld slechts de verbeelding van Humbert – waarbij hij zich ook aldoor bedient van zinnen uit en referenties naar andere werken – en is hij zo een ‘onbetrouwbare verteller’ die mogelijk ons zelfs opzettelijk belazert zoals hij de mensen in het verhaal belazert (en we er daarom ook niet achter komen of Humbert nu eigenlijk dader of slachtoffer, gewetenloos of gewetensvol is) waarbij Humbert ook zelf aldoor cynisch refereert naar hoe het leven in de VS een imitatie is geworden van de schijnwereld van film en advertenties maar dat hij zelf ook eigen maakt door zijn beeldend proza en z’n verhaal vaak uitdrukkelijk als een filmscript te schrijven; het spel met woorden beheerst Humbert en dus eigenlijk Nabokov zo goed dat we Humbert geloven en we mogelijk zonder het te beseffen de volmaakte misdaad aanschouwen waar Humbert in z’n verhaal van droomt.

Paradox en parodie

Tegelijk gaat het filosofisch dieper: zoals het directe van de beschreven solipsistische beleving paradoxaal samenvalt met een cynische afstandelijkheid (waarbij Humbert ook zichzelf objectiveert en aanduidt als ‘Humbert’ of iets anders in plaats van ‘ ik’) zoals ook de bloemrijke taal samenvalt met droge precisie (als immigrant gaat Humbert net als Nabokov heel bewust met de taal om en corrigeert hij als het ware voortdurend het gewone, wat vage taalgebruik om er geslepen diamanten van te maken), zo valt het eerlijke paradoxaal samen met oppervlakkige Speilerei. Een voorbeeld is hoe Humbert de hotelkamer beschrijft: “There was a double bed, a mirror, a double bed in the mirror,…”: hij beschrijft aldoor exact wat hij ziet maar juist daarom voelt het niet serieus want bij een ‘objectieve’ weergave zouden we het spiegelbeeld weglaten uit onze beschrijving. Het subjectieve en objectieve vallen in feite aldoor samen in de roman. Zoals Humbert het ‘onschuldige’ meisje bespeelt, zo lijkt hij ook de lezer en zelfs de taal te bespelen, maar tegelijk wordt omgekeerd ook de onschuld van het meisje, van de lezer en van de taal bevraagd: misschien is het ons vooroordeel dat meisjes en de taal onschuldig zijn – beide geïnstrumentaliseerd door Humbert – en wordt in werkelijkheid Humbert bespeeld door het meisje en wij allen door de taal (en uiteindelijk Humbert ook door ons)? De nymphet belichaamt precies die paradox: de vereniging van kind en seksueel wezen, van onschuld en verleiding. De roman is wel een parodie c.q. zelf een aanranding genoemd – van onder meer het romantisch genre en een aantal literaire werken – maar de roman laat zien dat de werkelijkheid zelf een parodie is geworden zoals we met name ironisch imiteren wat we op TV, in films en magazines zien, zoals Lolita’s filmkus die een imitatie is van wat ze in de film heeft gezien en het hele fenomeen van de nymphet (of Lolita) in wezen berust op de imitatie van het simulacrum van de film en andere populaire cultuur, niet in de laatste plaats die van advertenties die de consument moeten verleiden. In de woorden van Humbert:
“Then she crept into my waiting arms, radiant, relaxed, caressing me with her tender, mysterious, impure, indifferent, twilight eyes—for all the world, like the cheapest of cheap cuties. For that is what nymphets imitate— while we moan and die.”

Verlangen

Maar parodie of niet, het boek beschrijft bovenal op authentieke wijze het intens zinderende en oneindige verlangen naar – in Humberts geval – Lolita die nooit kan worden bevredigd, reeds omdat ook zij niet ‘echt’ bestaat. Het verlangen zelf wordt volgens Lacan pas echt als zij wordt uitgesproken dus uitgedrukt – en in die zin is de roman één grote zelfverwerkelijking van het verlangen door middel van de taal – maar de taal schiet altijd tekort en met de taal verdwijnt zelfs het ding (het woord vervangt het ding). Daarom komt dat het verlangen, als Lacan gelijk heeft, altijd voortkomt uit het tekort als oorzaak in plaats van een object als doel: ergens voelen we ook dat Humbert ondanks zijn gelukkige jeugd en successen een gemankeerde ziel is die iets mist; wellicht niet zonder belang is dat zijn moeder stierf toen hij drie was, al wijt hij het zelf aan een verstoorde jeugdliefde aan het strand, zodat zo beschouwd het hele avontuur met Lolita een gedoemde poging is om het verloren paradijs terug te winnen. In ieder geval projecteert Humbert zijn tekort en daarmee zijn onbevredigbaar verlangen op Lolita alsof het slechts de wet is die hem weerhoudt het ‘echte’ geluk te vinden. In feite wordt Humbert steeds weerhouden, reeds door de objectiverende taal die hem rationeel en bij de moraal houdt: Humbert en de roman bewegen zich voorzichtig maar doelbewust naar de grens waar het woord stopt in welke directe – niet door taal bemiddelde – beleving van het hier en nu de lust een nieuwe, droomachtige en ontremde wereld schept voorbij de wakkere, talige remming en controle.

Betovering

Het gaat Humbert uitdrukkelijk niet om de seks als zodanig: het gaat om de ‘magie’ van de nymphet die als zodanig een ervaring belooft aan gene zijde van ons kalme, rationele en talige bestaan. In dat verband is de door Humbert gekozen naam nymphet veelzeggend: de nimf is van oudsher de daemon als verpersoonlijking van de rusteloze en ontregelende werkzaamheid van de natuur die aan elke beschaving, bewustzijn of volwassenheid voorafgaat èn eraan ontkomt. De nimf werd van oudsher afgebeeld als een bekoorlijk en naakt meisje en zij is verwant met de elf die (in Disneyfilms ook uitgerust met een toverstaf) voor het betoverde staat: Nabokov speelt met deze betekenissen doordat het hotel met de naam The Enchanted Hunters de plaats delict is waar Humbert de ‘enchanted hunter’ is en Lolita de ‘enchanted prey’ die tegelijkertijd de demon is die hem verleidt en in het verderf stort. De roman houdt ons ook in dit opzicht een spiegel voor: we leven in een welvaartsstaat en in vrijheid zodat we alles krijgen wat we willen, maar tegelijk lijkt dat alleen maar de onbevredigbare leegte in ons bestaan nog ondraaglijker te maken, resulterend in een jacht op een lustvolle roes van destructie en zelfdestructie voorbij moraal en beschaving.

Leegte

Tot zo ver Part One van het boek dat over het verlangen gaat en eindigt in de verovering van Lolita. Part Two heeft een geheel andere toon en onderwerp, alsof we opeens in een heel ander boek zitten, en begint met lange, saaie beschrijvingen van hotels, landschappen en toeristische attracties terwijl Humbert en Lolita de VS rondreizen. De beschrijvingen zijn nog wel poëtisch en vol taalspel maar voelen koud want de hartstocht lijkt geheel verdwenen en ingeruild voor een wederzijds geïrriteerd opgescheept zitten met elkaar waarbij Humbert “dangerous” Lolita rationeel en financieel moet paaien (en een beetje dreigen) opdat ze niet naar de politie gaat, ofschoon Humbert ons nog wel verzekert dat hij door het bezit van een nymphet nog steeds “beyond happiness” is, al is dat wel een “a paradise whose skies were the colour of hell-flames”. In feite wordt de paradox van het eerste deel – waar het verlangen de werkelijkheid betovert en ‘mirage and reality merge’ – binnenstebuiten gekeerd: in de kern is er nog immer Humberts onbedwingbare lust voor Lolita, maar Lolita ondergaat de seks geheel onverschillig (en noemt het ook ‘rape’) zodat de werkelijkheid van het contact het tegendeel is van liefde en heel koud is. Op seksueel gebied gaat ze zich als een prostituee gedragen. Lolita blijkt ook heel vulgair en leeg, zoals jonge meisjes dat zijn: ze geeft niets om cultuur, is bv. het volmaakte doelwit van advertenties die tot plat consumeren willen aanzetten en is grof in de mond en allesbehalve aangenaam gezelschap. Ze is zo beschouwd het archetype van consumentistisch Amerika waar geen diepgang is en alles te koop is – waar Humbert misbruik van maakt – en dan opeens het tegendeel van wat sophisticated Humbert verlangt (omgekeerd beschrijft Humbert Europa als oud en verrot).

Paranoia

Aldus heeft de daemon in de vermomming van bevallige nimf arme Humbert verleid tot een fatale misstap, ook al is Humbert evengoed schuldig aan ontvoering en seksueel misbruik van een minderjarige. Gaandeweg wordt het tweede deel spannender waarbij het Lot Humbert op de hielen zit met groeiende jaloezie en paranoia bij de verteller: opnieuw is er de constante kwelling maar nu omdat hij Lolita heeft en bang is haar kwijt te raken. En opnieuw vervaagt de grens tussen realiteit en verbeelding waarbij Humbert langzaam gek wordt omdat Lolita hem lijkt te bedriegen (waarbij uiteindelijk Humbert natuurlijk zichzelf bedriegt door middel van z’n obsessie voor Lolita) en dus ook de lezer steeds moeilijker wat echt en wat paranoïde waan is kan onderscheiden. Dat Humbert in zijn paranoia een pistool gaat dragen anticipeert een gewelddadig slot. Als het Lot hem heeft ingehaald – de onwinbare strijd tegen het Lot is een thema van het boek op grond waarvan Humbert zich als slachtoffer kan presenteren terwijl als een wrang komisch effect de loop der dingen telkens door toevalligheden lijkt te worden bepaald – keert de nuchterheid terug waarbij Humbert schuldbewust beseft dat hij zich nooit met Lolita’s geestesgesteldheid heeft beziggehouden zodat zij immer een mysterie voor hem is gebleven: de aard van hun relatie was ook zodanig dat zij niets met hem kon delen, omdat hij niets voor haar – geen vlam, geen vriend, geen vader – was zodat zij heel eenzaam moet zijn geweest want ze had niemand, hetgeen haar nukkige houding tegen hem verklaart. Haar relatie met hem was vooral vervelend op een gevoelloze manier: “He broke my heart. You merely broke my life.”, zoals Humbert haar gedachten invult waarbij hij op zijn typische wijze zaken met elkaar verbindt of associeert door middel van hun taalkundige gelijkenis (“turtuous and tortoise-slow”, “For three years I suffered a Proustian and Procrustean fate...”, etc) en hij ook veelvuldig woorden allitereert tot nieuwe woorden. Zo maakt hij vele variaties op z’n eigen naam waaronder Humbug en Hummer, al naar gelang de context.

Dubbelgangermotief

De dubbele naam Humbert Humbert verwijst naar het dubbelgangermotief: waar in het eerste deel Humbert zichzelf innerlijk opsplitst in de verteller en het personage, welke laatste uitdrukkelijk wordt geobjectiveerd (dus van zich vervreemd) doordat de verteller vaak over ‘Humbert’ in plaats van ‘I’ spreekt, en dat ook een splitsing tussen de goede Humbert (het slachtoffer: ‘I’) en de kwade Humbert (de dader: ‘Humbert’) suggereert, wordt in het tweede deel – gelijk de veruitwendiging van de kou van de relatie en daarmee de vervreemding van elkaar – zijn kwade ik (de door de demon verleide perverseling en verkrachter) veruitwendigd in de persoon van Quilty die Humbert zijn schaduw noemt als hij zich gevolgd waant maar die ook moreel zijn schaduwkant is. De naam Humbert, waar het Franse woord voor schaduw, ‘ombre’, in zit verwijst zelf al naar de schaduw: de strijd tussen literator Humbert en toneelschrijver Quilty is zijn innerlijke strijd en uiteindelijk komen ze samen (“… he rolled over me. I rolled over him. We rolled over me. They rolled over him. We rolled over us.”). Quilty wordt ook als vrouwelijk beschreven hetgeen aan de psychoanalyse van Jung doet denken: volgens Jung heeft elke man ook een vrouwelijke kant (en elke vrouw een mannelijke kant) die echter vaak wordt onderdrukt waarbij de zogeheten ‘schaduw’ de relatie met jezelf vormt: hoe meer de eigen tekortkomingen en instincten worden onderdrukt hoe duisterder en gewelddadiger dit reservoir van het onbewuste wordt. Bij Humbert is zijn ontwikkeld voorkomen zijn persona – het masker dat iedereen draagt ter conformering – maar zijn onderdrukte anima vormt een duistere schaduw die zich uit door middel van projecties, in dit geval in de vorm van Quilty (met Lolita als de projectie van zijn verlangen waarbij Lolita de niet meer onschuldige dubbelganger is van onschuldige jeugdliefde Annabel met wie het niet tot seks kwam).

Toneel

Het hele avontuur met Lolita moet in die zin worden opgevat als een toneelstuk – een theater van projecties – dat kwade Humbert (Quilty) heeft bedacht en Lolita aanvankelijk als zodanig boeide en waar ze met plezier en enthousiasme haar rol in speelde, maar waarin ze acuut geen rol meer wenste toen het spel menens was geworden (de verkrachting) terwijl zij voor Humbert slechts een rol bleef in zijn toneelstuk waarbij zij paradoxalerwijs een rol moest spelen om onder de rol uit te kunnen komen die Humbert haar had toebedeeld. Niet alleen Lolita met haar movie magazines maar ook Humbert leeft zo in een schijnwereld van glamour en gespeelde werkelijkheid. Het laat opnieuw de wisselwerking tussen spel en ernst, bedrog en eerlijkheid alsmede taal en werkelijkheid zien die ononderscheidenlijk worden als we alleen over Humberts eigen vertelling beschikken en Humbert zelf alleen over diens eigen herinneringen beschikt waarvan we weten dat die weinig betrouwbaar zijn maar net als dromen onbewust worden ingevuld. Dat hij het als een bekentenis verwoordt geeft het een eerlijke glans maar dit in het licht brengen van duistere, verborgen zonden behelst bovenal een uitspreken ervan waardoor de taal er vat op krijgt en via de taal vat op ons als lezer. Uiteindelijk is het ook een zelfrechtvaardiging voor de jury waarmee opnieuw een toneelstuk wordt opgevoerd.

Conclusie

De roman stapelt aldus zowel qua stijl als qua inhoud talloze paradoxen op elkaar waarbij ook stijl en inhoud samenvallen in een verdwijnen van het onderscheid tussen wat echt is en wat niet echt is (‘reality’ is volgens Nabokov een van de weinige woorden die niets betekent als het niet tussen aanhalingstekens staat). We scheppen immers zelf de werkelijkheid door middel van taal (en beeld) – het onbewuste bewust gemaakt – en daarin is Humbert en dus ook Nabokov een meester, zodat niet te achterhalen is wat eerlijk en wat bedrog is of wie in de vierhoeksrelatie Lolita-Humbert-Nabokov-lezer wie precies bedriegt of manipuleert of object van projectie is. Lolita als nymphet is precies het brandpunt waar alle paradoxen samenkomen: zij is als imitatie van de Amerikaanse cultuur en als projectie van Humberts verlangen niet echt maar als levend wezen wel echt en zo ook is zij als verleiding de daemon maar ze is ook slachtoffer. De roman, die zo tegelijk komedie en tragedie is, gaat naar mijn mening niet over seksueel misbruik en wie daar schuldig aan is, maar over het paradoxale van de werkelijkheid of althans de Amerikaanse cultuur als zodanig waarin het subjectieve en objectieve samenvallen maar het – mede door het kapitalisme aangewakkerde – verlangen ook een ontregelende kracht is. Het boek is wel amoreel of zelfs immoreel genoemd, maar het boek gaat in mijn interpretatie over het verlangen dat voorbij de moraal en de rede ligt waarbij het verhaal laat zien dat het verlangen zelf het ongeluk meebrengt omdat het verlangen een belofte behelst die nooit kan worden waargemaakt zodat we ons laten leiden door onze demonen en het leven uiteindelijk tragisch is zoals uitgedrukt maar ook getroost door de kunst die aldoor wisselt tussen werkelijkheid en fictie en tussen het begrijpelijke en sublieme: Humbert keert zich herhaaldelijk tegen de psychoanalyse (van Freud) die kunst en cultuur als sublimering van onderdrukte seksuele lust opvat en stelt zelf omgekeerd dat seks slechts een vertakking van kunst is. Lolita is dan ook geen Freudiaans symbolisme of allegorie die voor iets anders staat: Nabokov vangt met Lolita veeleer het seksuele verlangen in zijn sublieme essentie dus als kunstvorm – in plaats van door commerciële pornografie platgeslagen – waarbij kunst altijd schokkend is want het leven zelf betreft en overtreft, voorbij goed en kwaad.

5,0
geplaatst:
Nabokov zelf zou mijn stukje hierboven waarschijnlijk gehaat hebben en ook ik heb ernstige twijfels of ik met zo'n analyse/bespreking niet 'Lolita' (ditmaal het boek) alleen maar aanrandt en mezelf voor schut zet (ik zie ook dat jullie niet met dergelijke epistels komen na het lezen van een boek). Over deze twijfels heb ik ook een stukje geschreven: Literatuur vs. filosofie.

avatar van ...stilte...
geplaatst:
Geneer je er niet voor De Filosoof. Ik denk dat "dergelijke epistels" een verrijking zijn voor BoekMeter. En veel anderen zullen het ongetwijfeld met me eens zijn. Ik raad je wel aan het ergens in een la te bewaren, want als de stekker eruit gaat is het verdwenen... (iets wat al mijn schrijfsels staat te wachten)

Wat mij vooral interesseert in je stuk is wat tussen haakjes staat:

(het woord vervangt het ding)

Ik zal Lolita eens lezen...

5,0
geplaatst:
Schitterende bespreking, De Filosoof! Vooral je allerlaatste zin vind ik geweldig interessant en kernachtig: "Nabokov vangt met Lolita veeleer het seksuele verlangen in zijn sublieme essentie dus als kunstvorm..., waarbij kunst altijd schokkend is want het leven zelf betreft en overtreft, voorbij goed en kwaad." Waar haal je dat eigenlijk?

avatar van Raspoetin
4,0
geplaatst:
Klinkt als Nietzsche.

5,0
geplaatst:
Ja, de uitdrukking "voorbij goed en kwaad" heb ik van Nietzsche. Ik wilde iets zeggen over de moraal omdat iedereen het daar over heeft (en ik begrijp dat het boek in dat verband ook veel last van de censuur heeft gehad). Zoals ik in mijn stuk schrijf gaat het boek mijns inziens echter eigenlijk niet over seks, is zeker ook niet pornografisch en beoogt het ook niet een moreel oordeel te vellen. Sowieso interpreteer ik het werk als een postmodern werk zodat Nietzsche dan nooit ver weg is. In het postmodernisme zoals van Lacan wordt onderscheid gemaakt tussen de reële orde (die we ervaren), de imaginaire orde (de verbeelding) en de symbolische orde (de taal, de moraal, de wet). Naar mijn idee gaat het boek over verlangen en z'n verhouding met die ordes: het verlangen wordt geprojecteerd op Lolita (de imaginaire orde), uitgesproken (de symbolische orde) maar juist in dat communcerende verband waarmee men zich in relatie tot de ander plaatst is de spreker altijd bewust van de moraal waardoor Humbert zichzelf splitst in een goede c.q. vergoeilijkende Humbert (die Lolita geen pijn wil doen, die slachtoffer is van haar verleiding) en een kwade Humbert die toegeeft aan z'n verlangen ten koste van Lolita. Maar hoe is dat laatste mogelijk? Daartoe is er een overgang naar de reële orde als pure ervaring waarin de symbolische orde en daarmee de moraal geheel verdwijnt. Criminelen zeggen dan vaak dat ze niet wisten wat ze deden of 'the devil made me do it'. Nu wijst Humbert - als spreker - dat laatste expliciet af om zo de schuld op zich te nemen, maar Nabokov beschrijft mooi hoe zo'n point-of-no-return waarin het woord c.q. het bewuste machteloos wordt plaatsvindt op de hotelkamer (al kun je zeggen dat Humbert dat liet gebeuren en dus niet echt een vlaag van verstandsverbijstering had).

Al met al wordt de complete werkelijkheid gegeven door Nabokov en gaat het mijns inziens ook om die werkelijkheid dus niet om een moreel oordeel.

Wat betreft de relatie seks en cultuur haalt Humbert (en ook Nabokov zelf) herhaaldelijk uit naar Freud en diens psychoanalyse. Volgens Freud is de cultuur de sublimering van onderdrukte seksuele lust, maar in Lolita merkt Humbert op: "It is not the artistic aptitudes that are secondary sexual characters as some shams and shamans have said; it is the other way around: sex is but the ancilla of art." Dat heb ik dan weer vertaald in: Lolita vangt veeleer "het seksuele verlangen in zijn sublieme essentie dus als kunstvorm" waarbij ik de op z'n kop gezette Freud meteen combineer met kunst als het goed en kwaad transcenderend.

5,0
geplaatst:
...stilte... schreef:
(het woord vervangt het ding)


Ook dit is heel erg postmodernisme. Tegenover de traditionele 'metafysica van de aanwezigheid', om welke reden het gesproken woord superieur aan het geschreven woord werd geacht omdat dat geschreven woord in elke nieuwe context kan worden herhaald en daarmee ook z'n betekenis kan doen vervagen, benadrukt bv. Derrida sterk het woord als afwezigheid: zodra je een ding benoemt dan neemt die naam in feite de plaats in van het ding die aldus verdwijnt. Blanchot zei zelfs dat literatuur een dubbele ontkenning is: het woord ontkent niet alleen het ding maar zelfs het idee dat ernaar verwijst omdat juist literatuur nieuwe betekenissen schept door creatief met woorden om te gaan (en zeker Nabokov is daarin een meester). En om het nog wat complexer te maken: de reële orde is puur aanwezigheid maar als nog ongeordend door het woord zonder onderscheiding of betekenis. Eerst met het woord is er betekenis (onderscheiding) maar het ding - en de reële orde - is dan buiten beeld geplaatst...

avatar van ...stilte...
geplaatst:
Wel leuk om hier Blanchot te citeren:

De afwezigheid van het boek maakt elke blijvende aanwezigheid ongedaan en ontsnapt aan elk onderzoek dat zich op het boek baseert. Die afwezigheid is niet de binnenkant van het boek, noch de steeds ontglippende Betekenis ervan. Hoewel ze in het boek ligt besloten, bevindt die afwezigheid zich juist eerder buiten het boek. Het gaat hier niet zozeer om zijn buitenkant, maar om de verwijzing naar een buiten dat er geen betrekking op heeft.

5,0
geplaatst:
De associatie van de uitdrukking "voorbij goed en kwaad" met Nietzsche vind ik in dezen niet zo bijzonder, De Filosoof, maar wel de omkering van het Freudiaanse en eigenlijk ook Platoonse idee van kunst (resp. filosofie) als "sublimering" van seksueel verlangen, en die omkering van met name Plato is natuurlijk ook Nietzscheaans! Nabokov ziet seksualiteit dus als kunstvorm. Maar vanwaar komt dan de kunst?

5,0
geplaatst:
Ik denk dat hij dit ook min of meer op de wijze van Nietzsche (en Hegel) ziet: wij mensen scheppen zelf de werkelijkheid doordat we die altijd interpreterend waarnemen, met name via de taal. Welbekend is ook het onderscheid tussen behoefte en verlangen bij onder meer Lacan: dieren hebben behoeften, die kunnen worden bevredigd (bv. honger), maar wij mensen hebben verlangens die niet kunnen worden bevredigd en die daarmee verhinderen dat we een compleet zelfbewustzijn verwerven. We verlangen immers naar de erkenning van de ander - we zien onszelf door de ogen van de ander - maar jij en die ander zitten tegelijk opgesloten in ons solipsisme: het verlangen is gericht op dat ideaal van samenzijn dat nooit helemaal lukt (en ik merk op dat de mensen in Lolita diep eenzaam zijn). Kunst probeert dat ideaal uit te beelden of te realiseren en dat onderliggende verlangen kleurt ook onze seksualiteit die op dezelfde manier niet slechts een (dierlijke) behoefte is (hetgeen ook expliciet tot uitdrukking wordt gebracht in Lolita). Ook seks wordt zo bij de mens tot kunst verheven (zelfs letterlijk in de ars erotica).

PS. Ik ben begonnen in Shelley's Frankenstein, een hoogtepunt uit de Romantiek die natuurlijk wordt gekenmerkt door dat verlangen naar het onbereikbare. Meteen op de eerste pagina's spat dat thema ervan af, van het reizen naar verre mysterieuze oorden zoals de Noordpool (het mythische land van de Hyperboreërs zou Baudet kunnen zeggen) tot het verlangen naar de ander in de vorm van vriendschap die de belofte draagt ons te bevrijden van onze fundamentele eenzaamheid. Wat dat betreft vormt Lolita denk ik een mooi maar cynisch contrapunt jegens Frankenstein: waar in Frankenstein nog een heilig geloof is in vrienschap en een vastberadenheid om naar de verste oorden te reizen om de hoogste kennis te verwerven, is er in Lolita nog slechts het misbruik of bedrog en een leeg en doelloos langs pretparken en toeristische attracties reizen.

5,0
geplaatst:
Dat het wezenlijk onbevredigbaar verlangen naar de bevrijding van eenzaamheid en naar erkenning door en samenzijn (eenheid) met de ander existentieel tot de condition humaine behoort, en dat de menselijke seksualiteit daarvan de uitdrukking bij uitstek is, lijdt voor mij geen twijfel, De Filosoof, maar is volgens jou Kunst als zodanig (voor Nabokov e.a.) dan uiteindelijk ook de uitdrukking van dat verlangen?

5,0
geplaatst:
Nabokov stelde dat hij het beslist niet eens is met wat Humbert allemaal in Lolita zegt (laat staan doet) maar ze hebben beiden wel een hekel aan Freud, zodat ik Humberts opmerking daarover wel aan Nabokov zelf durf te koppelen. Dus voor hem “sex is but the ancilla of art”. Kunst noemt hij ook wel “curiosity, tenderness, kindness, ecstasy” en dat kun je natuurlijk ook wel aan seks toeschrijven. Dan zijn we er eigenlijk al, maar spelend met de omkering van Freuds sublimeringstheorie en het thema van het verlangen probeerde ik de twee te verbinden op grond van het tekort of gebrokenheid van de mens die door middel van kunst (en seks) poogt tot betekenis en heelheid te komen.

5,0
geplaatst:
Die zogenaamde omkering van Freuds sublimeringstheorie blijft me toch intrigeren. De woorden "sex is but the ancilla of art" impliceren eigenlijk toch ook de "ondergeschikte" rol van seks ten opzichte van kunst, en sluiten de sublimeringsgedachte toch niet uit? Misschien wel integendeel! En hoe moet ik die woorden eigenlijk precies rijmen met jouw woorden "Nabokov vangt met Lolita veeleer het seksuele verlangen in zijn sublieme essentie dus als kunstvorm", De Filosoof?

5,0
geplaatst:
Wat betreft de ‘onderschikking’: of iets boven of onder het andere zit ligt eraan hoe je het bekijkt maar waar het om gaat is dat – simpel gezegd – voor Freud ‘alles’ seks is en cultuur moet worden begrepen als een uitdrukking van (onderdrukte en onbewuste) seksuele driften hetgeen in die zin kunst reduceert tot “secondary sexual characters”. Nabokov keert dat om maar maakt seks niet ondergeschikt aan kunst: de ware essentie van seks is denk ik voor hem ook kunst. We leven niet in een ideale wereld, maar we streven daar wel naar: dat verlangen krijgt uitdrukking in de kunst en in seks.

De verwarring zit ‘m denk ik in mijn – wellicht verwarrend – gebruik van ‘het sublieme’ in de kunst dat niet hetzelfde is als Freuds sublimering. Of in wezen wel maar ook dan keert Freud het om: voor Freud zijn de seksuele driften – de basis van het gedrag – onbewust en cultuur is dan de bewuste uitdrukking ervan. Ikzelf ben filosofisch opgevoed in de ietwat omgekeerde opvatting van het sublieme, namelijk als wat met name in de kunst awe en terror oproept omdat het ons overweldigt en – in Kants begrip – verstandelijk niet kan worden gevat (terwijl het schone juist een aangenaam gevoel geeft omdat we het wel begrijpen). Het sublieme is zo beschouwd het onzeglijke of onrepresenteerbare zoals bij Wittgenstein als die zegt: ‘wat kan worden gezegd kan helder worden gezegd en wat niet kan worden gezegd – bv. de moraal en de kunst – daarover moet men zwijgen’. Traditionele kunst is schone kunst maar moderne kunst is subliem – met name de Romantiek is een en al fascinatie voor het sublieme – maar poogt dat onzeglijke nog wel in schone vorm te zeggen door middel van bv. symbolisme (postmoderne kunst laat de schone vorm en daarmee het symbolisme ten slotte achterwege).

Bij Freud vormen de cultuur en kunst symbolen voor het onbewuste driftleven (zodat het sublieme zelf het symbool is in plaats van dat symbolen naar het sublieme verwijzen). Nabokov verwierp alle symbolisme (en daarmee ook interpretaties van bv. Lolita in termen als dat het over de relatie tussen de Sovjet-Unie en VS zou gaan): kunst is geen symbool voor seks of iets anders maar een eigen wereld die seks – ik neem aan begrepen als erotische kunst – omvat. Nabokov was niet geïnteresseerd in pornografie dat platgeslagen cultuur is, maar ik denk dat hij in Lolita het verlangen dat aan het verhaal ten grondslag ligt in zijn sublieme wezen uitdrukt en daarmee het tot z’n eigenlijke artistieke sfeer verheft maar ook terugbrengt. Dat doet hij niet door middel van symbolen, maar door het spel met woorden waarbij bewust de grens wordt opgezocht van wat het woord kan uitdrukken.

5,0
geplaatst:
Nu breng je wel heel verschillende dingen samen, De Filosoof! Ik heb het gevoel dat je het Freudiaanse begrip van "sublimering" hierbij toch wat al te "filosofisch", d.w.z. te weinig psychoanalytisch interpreteert, met name als je het hebt over Kant en Wittgenstein. Freud heeft het volgens mij over kunst als "sublimering" van de seksuele driften in de zin van "vergeestelijking", dus bijna in de zin van transsubstantiatie. De kunst ligt voor hem dus wel "in het verlengde" van die driften, maar is er zeker niet ondergeschikt aan of louter symbool van. Voor Freud vormen de seksuele driften in zekere zin de onderdrukte en onbewuste grondlaag of grondmateriaal voor de sublimeringsact van de kunst. Als Nabokov dan van de "ancilla of art" spreekt, lijkt mij dat daarvan eigenlijk niet bepaald een omkering te zijn. In het boek Lolita worden seksuele driften gesublimeerd tot de grootste kunst, waarin zij tegelijkertijd, zoals jij het ook mooi uitdrukte, tot zichzelf worden teruggebracht. Maar ik zie daar - tot daar - nog geen omkering van Freud in! Op dat "terugbrengen" kan je dan wel nog doorgaan, en stellen dat bij Nabokov de seksuele drift zélf - dus als zodanig, en in bewuste vorm - in het hoofd van Humbert "vergeestelijkt", en dus "gesublimeerd" wordt. En dan komen we misschien in de buurt van seks als kunst, of "erotic art". De kwadratuur van Freud?

5,0
geplaatst:
Goed om te zien dat het meisje Lolita niet meer afgedaan wordt als fatale mannenverleidster, zoals in de vorige eeuw, maar gezien wordt als een kind van 12. Het kan nu weer gewoon over de kwaliteit van het boek gaan.


Het grote vooroordeel over dit boek is denk ik dat het boek überhaupt over Lolita (of over seks) zou gaan. Lolita zegt praktisch niets, doet praktisch niets en blijft de grote onbekende in het boek. Nabokov heeft dan ook geen boek over Lolita willen schrijven. Het gaat over Humbert die zijn verhaal vertelt en die in wezen Lolita schept als object van zijn verlangen. Omdat Humbert zijn verhaal tegen de jury en ons als publiek vertelt splitst hij zich noodgedwongen in de verteller en de hoofdpersoon van zijn verhaal en daarmee in de goede Humbert en de kwade Humbert: de goede Humbert presenteert zichzelf als onschuldig waarbij Lolita hem zou hebben verleid terwijl de kwade Humbert erkent dat hij haar heeft verkracht maar welk schaduwzijde van hemzelf hij vervolgens nogmaals objectiveert en daarmee nog verder van zichzelf vervreemdt door een tweede personage te introduceren als zijn 'schaduw'. Het boek speelt zo een spel met identiteiten en het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie (en de rollen die wij spelen).

Bottomline: als je een boek wilt lezen over kindermisbruik of over 12-jarige meisjes dan moet je dit boek overslaan want daar gaat dit boek niet over.

5,0
geplaatst:
PS. Ik zie nu in de beschrijving van dit boek op boekmeter.nl staan: "Hij is vastbesloten deze reïncarnatie van zijn jeugvriendinnetje zowel artistiek als lichamelijk te bezitten." Ik weet niet waar dit vandaan komt, maar bovenal niet wat het betekent om iemand "artistiek" te bezitten, al heb ik het idee dat het te maken heeft met Lolita als schepping van Humbert (die Lolita een rol geeft in zijn 'toneelstuk') en/of de discussie tussen ThomasVV en mij over de relatie tussen seks en kunst.

5,0
geplaatst:
Wat voor mij wél een echte omkering van Freud zou zijn, De Filosoof, is om kunst niet te zien als "sublimering" van seksuele driften, maar de menselijke seksualiteit als de resulterende "belichaming" van een typisch menselijke geestelijke activiteit. Ik weet niet of ik deze voorstelling meteen met Nabokov mag verbinden, maar ik vind het wel een interessante vraag, en ook los van Nabokov interessant om over na te denken. Misschien werkt het wel gewoon in de twee richtingen, en dan komen we natuurlijk terug bij Lolita! Wat denk jij daarvan?

5,0
geplaatst:
Ik denk dat je onderscheid moet maken tussen behoefte en verlangen. Een behoefte is een gebrek dat kan worden vervuld (bv. honger) en is typisch voor dieren of het leven überhaupt. Verlangen is iets wat misschien alleen mensen hebben: het is een fundamentele en onbevredigbare behoefte aan erkenning of samenzijn op grond van een gevoelde radicale eenzaamheid die ontstaat doordat we geen lichaam maar bewustzijn zijn terwijl de ander voor ons altijd slechts lichaam is. Wij splitsen ook onszelf noodzakelijk op in subject (bewustzijn) en lichaam (object). Het is in die termen dat ik Lolita interpreteer. En op die voet kun je inderdaad stellen dat seks voor de mens meer is dan een dierlijke behoefte maar - en daarin staat seks naast de kunst - een ervaring die heel even die eenzaamheid (bijna) opheft en daarmee dus ook onze eigen gespletenheid heelt. Op die manier interpreteer ik zowel Lolita als Nakobovs "sex is but the ancilla of art".

5,0
geplaatst:
Bedoel je dan ook dat seksualiteit die voortkomt uit dat verlangen op zich in zekere zin al een "sublimering" inhoudt, nog vóór er sprake is van kunst in de strikte zin des woords?

5,0
geplaatst:
Ik heb niet zo veel met sublimering en Nabokov waarschijnlijk nog minder. Wel is het verlangen eerder subliem te noemen dan de seksualiteit.

5,0
geplaatst:
Of seksualiteit subliem is, is een heel persoonlijke vraag, De Filosoof, die trouwens ook één enkel persoon wellicht niet altijd op dezelfde manier zal beantwoorden. Mijn vraag is echter niet of menselijke seksualiteit subliem is, maar of ze op zich ook een vorm van sublimering inhoudt (of kan inhouden), en op die manier dus met de kunst kan vergeleken worden. Zo'n visie zou namelijk pas echt een omkering kunnen meebrengen van Freud, die de menselijke seksualiteit enkel beschrijft in termen van (onderdrukte) driften die in hun gesublimeerde vorm tot kunst (in de strikte zin) kunnen leiden. En het is met name Lolita en in het bijzonder jouw reactie daarbij (vooral van 15 en 17 mei) die mij tot die vraag brengen!

5,0
geplaatst:
Nee, niet seksualiteit maar het verlangen is subliem (denk bv. aan de Romantiek). Zowel seks als kunst kan als de uitdrukking (in jouw woorden: 'belichaming') van dat verlangen worden opgevat. En verder kan ik er niets anders over zeggen dan wat ik al heb gezegd.

avatar van ...stilte...
geplaatst:
Lolita heb ik inmiddels in huis... het staat in de wachtrij.

Maar veel animo om het te lezen is er eerlijk gezegd nog niet. Na de eerdere boeken van Nabokov Pnin, Lente in Fialta en De verdediging (daar kan je niet omheen als schaker) is het juist "de stijl" die me weerhoudt om er aan te beginnen. De geoliede zinnen brengen me niet in contact met het onderwerp... het ontbreekt aan zinnelijkheid.

Aan de andere kant is er het "epistel" van De Filosoof die mijn interesse heeft opgewekt om het te gaan lezen.
Maar Ik zit wel met een prangende vraag aan hem. Wanneer je met zo'n een uitvoerige analyse over een roman komt, waarom dan niet meer van deze schrijver lezen? De boeken van Nabokov verhouden zich toch tot elkaar en komen uit elkaar voort.
Het komt op mij over dat je dan wel belangstelling voor deze roman hebt, maar niet voor het andere werk en al helemaal niet voor de man die het heeft geschreven....

Of ontbreekt het aan tijd?

5,0
geplaatst:
...stilte... schreef:
Lolita heb ik inmiddels in huis... het staat in de wachtrij.

Maar veel animo om het te lezen is er eerlijk gezegd nog niet. Na de eerdere boeken van Nabokov Pnin, Lente in Fialta en De verdediging (daar kan je niet omheen als schaker) is het juist "de stijl" die me weerhoudt om er aan te beginnen. De geoliede zinnen brengen me niet in contact met het onderwerp... het ontbreekt aan zinnelijkheid.

Aan de andere kant is er het "epistel" van De Filosoof die mijn interesse opwekt om het toch te lezen.
Maar Ik zit wel met een prangende vraag aan hem. Wanneer je met zo'n een uitvoerige analyse over een roman komt, waarom dan niet meer van deze schrijver lezen? De boeken van Nabokov verhouden zich toch tot elkaar en komen uit elkaar voort. Het komt op mij over dat je dan wel belangstelling voor deze roman hebt, maar niet voor zijn andere werk en al helemaal niet voor de man die het heeft geschreven....

Of ontbreekt het aan tijd?


Het ontbreekt me in de eerste plaats aan tijd. Ik werk fulltime, lig 's avonds moe op de bank, moet als alleenstaande man alle huishoudelijke taken doen, in het weekend zijn er de sociale verplichtingen, etc... Tot overmaat van ramp zijn de concertzalen, bioscopen en musea weer open: voor de lockdown ging ik elke dag naar een concert en/of film en ofschoon ik literatuur nu hogere prioriteit geef dan films, concerten of musea - ik heb het plezier van lezen echt ontdekt - kun je het lezen van een boek wel makkelijker uitstellen dan een concert, film of tentoonstelling die slechts eenmalig of beperkt te bezoeken zijn. Het wordt dus passen en meten om de tijd te vinden om een boek te lezen, temeer nu ik ook nog filosofieboeken heb die ik moet lezen.

Daarnaast is het niet mijn primaire intentie om me in schrijvers of hun oeuvre te verdiepen, zeker niet zolang ik zo weinig tijd heb om te lezen: mijn 'literatuur-project' bestaat erin om een aantal wereldklassiekers te lezen en te analyseren. Wat Nabokov betreft vind je meestal alleen Lolita in de lijsten der klassiekers, dus daarom heb ik (alleen) die gelezen. En eerlijk gezegd mis ik hem niet, al vind ik zijn stijl geweldig, want bv. Frankenstein en de verhalen van Edgar Allan Poe boeien me net zo (al is het op een heel andere manier). Ik heb de indruk dat ik alle wereldklassiekers geweldig vind - ik verheug me aldoor op al die nog te lezen andere klassiekers - van Odyssee van Homerus tot Ulysses van James Joyce - en dat zeker ook de veelheid van auteurs me verrijken omdat ze zo divers zijn.

PS. Ik ben nooit eenkennig geweest als het om smaak gaat. Als puber luisterde ik naar The Beatles, Stockhausen, The Velvet Undergound, Leadbelly, Neil Young, punk, death metal, opera, country, etc (waar veel klasgenootjes slechts naar één artiest, waar ze fan van waren, luisterden). Nu ben ik weer zo'n soort puber maar dan in de wereld der literatuur...

avatar van ...stilte...
geplaatst:
Ja bij weinig tijd is het goed om je te beperken.
Zelf heb ik tijd genoeg. Ook al werk (19 uur per week) en schilder ik en heb veel andere interesses. Bovendien heb ik me gespecialiseerd in het nutteloze... En ik ben getrouwd en heb geen kinderen (dat zijn echt tijdvreters).
Maar ik beperk me ook. Klassiekers lees ik bijna niet meer en met de psychologische roman ben ik een beetje klaar. Zelfs verhalen boeien me niet meer. Toch sta je dan versteld wat er nog allemaal te ontdekken valt...

Ach je moet gewoon naar je gevoel luisteren dan komen de boeken vanzelf op je pad...

Gast
geplaatst: vandaag om 22:30 uur

geplaatst: vandaag om 22:30 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.