Grotesk drama in superdebuut
Als personages in een boek Huntghburth, Zwier, Dembeck en Kinschot heten, dan kun je al een vermoeden hebben, wat voor soort boek je in handen hebt. Een roman met grotekse figuren; karikaturen à la Tommy Wieringa (Joe Speedboot), John Irving (Owen Meany) of Arjan Visser (Lode Bast uit Hemelval). Niet per se slapstick, maar wel types, typische mensen, vreemde vogels, maar ook onbestemde sferen. Want die mensen met dikke, veelzeggende namen zijn onberekenbaar. In zo'n boek kan alles.
Het debuut Begeerte heeft ons aangeraakt - een zin uit De Internationale - van journalist Bert Natter biedt dit alles dan ook. Hier tobt de hoofdpersoon met zijn onuitsprekelijke naam, Lucas Huntghburth, en hij heeft ook nog eens een wonderlijk beroep: conservator van oude muziekinstrumenten, met specialiteit clavecimbel. Hij verliest zijn vriend, kunstenaar Ernst Zwier, bij de vuurwerkramp in Enschede. Dat verlies maakt zijn leven ineens minder zinvol en hij dobbert al enkele jaren rond in zijn eigen bestaan. Zodra hij zijn baan verliest in het museum begint het hilarische en dramatische avontuur van dit boek.
Huntghburth komt toevallig een heel bijzondere clavecimbel op het spoor in een Gronings gehucht. Hij krijgt telefoon van Dembeck jr wiens vader net is gestorven. De clavecimbel zat in diens nalatenschap en Dembeck wil er vanaf, voor enkele tienduizenden euro's. Lucas zoekt hem op in klooster Bethlehem, waar vader Dembeck heeft gewoond en raakt zo verzeild in een merkwaardige familie op een gevoelig moment van afscheid en begrafenis.
Pas dan doet de echte hoofdpersoon haar intrede, Dido Dembeck, het gek geworden zusje van Diederik. Hier wordt het verhaal spannend, onverwacht en lyrisch en liefdevol tegelijkertijd. Natter spreekt Dido consequent in de jij-vorm aan, waardoor er een intimiteit ontstaat die de begeerte, lust en liefde tussen Lucas en Dido voelbaar maakt. Dido is zogezegd de psychiatrische patiënt in het verhaal, maar tot vlak voor het einde van het boek zijn eigenlijk alle andere personages licht geschift, behalve zij.
Hier en daar maakt Natter een wat onhandig sprongetje in het verhaal, maar voor het overige is het onvoorstelbaar dat iemand zo'n vaardig debuut kan afleveren. Hij heeft groteske personages gecreëerd die ook nog in steeds zijn gevoel op te roepen. Daarbij is Dido een onbetwist hoogtepunt als vrouwelijk personage in de Nederlandse literatuur. Van haar ga je als lezer zelf houden, zo ver kun je in Lucas' perspectief meegaan. Daarentegen blijft Lucas zelf een beetje vlak, al past dat ook wel weer bij zijn wat depressieve toestand. Tegen de matte Lucas schittert Dido des te meer.
De verwikkelingen in het boek zijn hilarisch en dramatisch tegelijkertijd. Lucas is al snel geen meester meer de gebeurtenissen. Hij wordt opgeslokt in een vreemde familie waar zich vreemde taferelen afspelen. Natter slaagt erin al dat gekke en vervreemdende als een heuse Irving precies voldoende geloofwaardigheid te geven om met rode koontjes door te blijven lezen. Nergens denk je, nu maak je het te bont, dit trek ik niet meer. Nee, zoals Lucas ongewild in een steeds raardere familiegeschiedenis verzeild raakt. zo ga je als lezer ook steeds mee in het verhaal dat stap voor stap merkwaardiger wordt.