De vraag of Paul Verhoeven wel of niet een film gaat maken over het leven van Jezus hangt al anderhalf decennium in de lucht. Een dergelijk project staat nog wel op de wensenlijst van de inmiddels 84-jarige filmmaker, maar eigenlijk was het boek al voldoende.
In 2008 verscheen dit opzienbarende boek van een man die zijn leven lang een fascinatie bleek te hebben met de persoon van Jezus. Niet de christelijke kerk-versie van Jezus, maar wie hij als mens nu werkelijk was.
In ieder geval is Verhoeven ervan overtuigd dat Jezus werkelijk bestaan heeft en bijzondere dingen gedaan heeft. Hij schreef na jaren van studie dit uitdagende boek. Geen droge stof, maar een levendig verslag van zijn ontdekkingen.
Over Jezus weten we weinig meer dan wat er verteld wordt in de vier evangeliën. Daarom verdiepte hij zich intens in de verhalen van Marcus, Matteüs, Lucas en Johannes over het leven van deze legendarische figuur. Wat algemeen bekend is, is dat deze evangelisten creatief zijn omgesprongen met het hun aangereikte (mondelinge) materiaal. Ze gaven geen letterlijke biografie, maar bundelden verhalen en uitspraken. En ze pasten die naar eigen inzicht aan of verzonnen erbij wat hun van pas kwam.
Verhoeven valt zo van de ene ongerijmdheid in de andere en ziet fouten en aanpassingen uit later jaren terug in het overgeleverde materiaal. Het is verrassend hoe deskundig en grondig de niet-theoloog te werk is gegaan. Hij biedt een alternatieve blik op de bekende verhalen. En niet zelden ziet hij de hand van een redacteur die de zaken mooier of aanvaardbaarder wil maken dan het oorspronkelijk geweest moet zijn. Is er sprake van een wonder, dan moet er iets verhuld worden, een onaangename werkelijkheid over Jezus.
Verhoeven noemt dat verhullen: overschilderen.
Zo ziet hij Jezus als randpsychotische exorcist, grillig, met woede-uitbarstingen, maar ook als een man die op de vlucht sloeg voor de autoriteiten. Zeker geen held en wonderdoener.
Zo krijgen we door de ogen van de cineast een meer menselijke Jezus uit de verhalen te zien. En dat is niet ver naast de belijdenis van de kerk: Jezus was een echt mens. En dat de bijbelschrijvers gewone mensen waren hoeft ook geen echt probleem te zijn.
Bijzonder dat de auteur vrijwel geen aandacht schenkt aan de brieven van Paulus, de vroege documenten van de apostel waarin het Jezus-geloof al een paar decennia vóór de evangelisten werd opgeschreven. Paulus krijgt slechts twaalf regels tekst toebedeeld in dit boek. Begrijpelijk ook wel, omdat de apostel op zijn beurt weinig belangstelling leek te hebben voor de puur menselijke aspecten van Jezus. Bij hem draaide het, naast de ethiek, vooral om kruis en opstanding. Daar kan Verhoeven dan ook weinig mee.
In zijn epiloog vat Paul Verhoeven het nog eens krachtig samen:
“Jezus is dood. Zijn geest is vernietigd, net als die van Einstein en Mozart. Een lichamelijke opstanding heeft nooit plaatsgehad. Dat brengt me terug bij het begin van dit boek en de vraag: wat blijft er dan nog over van het christendom? Heeft Paulus gelijk als hij stelt: “Als Christus niet is opgestaan [ ..] dan is uw geloof zinloos”?
Ik geloof van niet. Ik denk dat we daar anders naar moeten kijken. We moeten teruggaan naar Jezus’ visie op het koninkrijk Gods, zoals hij dat in zijn parabels en de Bergrede heeft verwoord…”
Dat is eigenlijk de ontdekking die Verhoeven deed en waar hij met enthousiasme over schrijft. Bij Jezus draait het om het doorbreken van Gods koninkrijk. Dat inbreken van Godswege stond voor de deur volgens Jezus en zou de wereld radicaal veranderen. Verhoeven beschouwt zichzelf niet als een gelovige, maar daar slaat hij toch wel een theologische spijker op de kop.
Een interessant boek, trefzeker en daarom soms wat eigenwijs en met één oog door de filmcamera geschreven. Het beeld geeft de antwoorden op de vraag wat waar is. Kan het niet in beeld gebracht worden, dan is het niet zo gegaan. Zó ziet Verhoeven Jezus van Nazaret. Misschien ooit nog eens in een bioscoopversie.