menu
poster

Enten-Eller - Søren Kierkegaard (1843)

Alternatieve titel: Of-Of

mijn stem
4,38 (4)
4 stemmen

Deens
Ideeënliteratuur

837 pagina's
Eerste druk: C.A. Reitzel, Kopenhagen (Denemarken)

In ''Of-Of'' omschrijft Kierkegaard twee levensgedachten, een bewust esthetisch, de ander gebaseerd op moraal en verantwoordelijkheid. Beide gedachten worden beschreven onder een verschillend fictief pseudoniem. Het esthetische deel is in korte essay-vorm geschreven, met poëtische beeldspraak en allusies. Hoofdonderwerpen zijn esthetische onderwerpen zoals muziek, verleiding, drama en schoonheid. Het ethische beeld is geschreven als twee brieven over verantwoordelijkheid, kritische reflectie, en het huwelijk. De beelden worden niet gestructureerd gepresenteerd, maar uitgedrukt als de geleefde ervaringen van de twee fictieve auteurs. Hoofdvraag waar iedereen voor zichzelf een antwoord op zou moeten bedenken na het lezen van het boek is de vraag van Aristoteles; "Hoe moeten we leven?"

zoeken in:
avatar
4,0
Behoorlijk revolutionair boek... Kierkegaard wordt wel de vader van het existentialisme genoemd. Hij was het fundamenteel oneens met Hegel, die zei dat er een dialectisch proces gaande is, waarbij alle standpunten evenveel hun tegendeel waren, en uit deze tegenstrijdigheid een nieuw standpunt naar voren komt (kort gezegd). Kierkegaard was het oneens met dit gebrek aan keuze... sommige dingen liggen nu eenmaal Of-Of (Enten-Eller)

Ook heeft hij een stuk erin staan over wat schoonheid nou precies is.

Ik ben er nog niet helemaal doorheen, maar het eerste stuk is al wel geweldig, waarin hij door een heleboel hele korte stukjes (sommigen slecht 2 zinnen lang) een nogal ironisch beeld geeft van schoonheid.. Erg apart... latere updates volgen nog

avatar van handsome_devil
Ik vind het leuk dat je hier wat post jelle. Dit boek verdient vast meer aandacht. Ik denk dat Kierkegaard mijn heldje gaat worden, maarja, we zullen zien.

avatar
Jelle schreef:
Hij was het fundamenteel oneens met Hegel, die zei dat er een dialectisch proces gaande is, waarbij alle standpunten evenveel hun tegendeel waren, en uit deze tegenstrijdigheid een nieuw standpunt naar voren komt (kort gezegd). Kierkegaard was het oneens met dit gebrek aan keuze... sommige dingen liggen nu eenmaal Of-Of (Enten-Eller)


Volgens mij gaat het om het volgende. De Hegelianen hadden het absolute weten bereikt en aldus de totaliteit van de kennis geproduceerd (Hegels filosofie is een voltooiing van de metafysica en een metafysica van de voltooiing). Die allesweterij irriteerde Kierkegaard want als zodanig al het bewijs dat het geen weten is waar je iets aan hebt want voor hem is waarheid pas waarheid als het een verinnerlijkte en geleefde waarheid is (‘subjectiviteit is de waarheid’ schrijft hij elders). Waar absolute kennis kennis van het absolute is waarin alle tegendelen zijn opgeheven tot een eenheid, vereist het leven in de zin van existeren het maken van keuzes voor het een of voor het ander: in dit boek heeft dat de vorm van de keuze voor de esthetische levenswijze (uitgedrukt in het eerste deel) of de ethische levenswijze (uitgedrukt in het tweede deel) met uitdrukkelijk geen verzoening of conclusie.

Met de titel van het boek (Of/Of) reageert Kierkgaard overigens direct op een uitspraak van de Hegeliaan Martensen dat het “de taak van onze eeuw is dat verschrikkelijke of/of te boven te komen” waarbij Martensen vooral op de christelijke metafysica doelde. Daarin ligt een interessante overeenkomst tussen Hegel en Kierkegaard: beide hadden theologie gestudeerd maar ze hadden niets met de kerk en hun hart lag bij de filosofie en dan met name bij de verhouding tussen filosofie en christelijk geloof: Kierkegaard besloot te gaan schrijven om uit te zoeken waar het misverstand tussen de speculatieve wetenschap (Hegels filosofie) en het christendom ligt. Waar Hegel het mysterie van het christendom oplost (omdat hij gelijk God alles weet) door middel van zijn dialectiek en bij hem de filosofie en het christelijk geloof worden verzoend, hamert Kierkegaard erop dat juist van wat er toe doet geen kennis mogelijk is: de waarheid is ten diepste een mysterie of paradox want in de reflectie (het denken) gaat het wezenlijke verloren (zoals ook bv. Nietzsche later zou doen, kiest Kierkegaard voor het leven in plaats van het denken als primaat waardoor zijn werk ook dicht bij literatuur zit). Toen Kierkegaard zich op de filosofie – dus op Hegels filosofie – stortte, stuitte hij meteen op wellicht de grootste fout van Hegel: Hegels filosofie bevat geen humor! Dat is wezenlijk voor Kierkegaards filosofie: hij maakt korte metten met alle ‘objectieve’ waarheidspretenties want de werkelijkheid is ten diepste absurd zodat er maar één juiste levenshouding is, namelijk dat van het lachen. Kierkegaard is dan ook bovenal een moderne erfgenaam van de cynicus Diogenes van Sinope (404 – 323 v.Chr.) (die de filosofie van Plato aanviel zoals Kierkegaard die van Hegel).

avatar
Misschien ga ik dit boek lezen en bespreken op mijn wat scholastische manier zodat ik elk deeltje samenvat (weergave van het standpunt van de auteur) en becommentarieer (door dat standpunt vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken en te verklaren). Wat het Voorwoord betreft zou dat er dan zo uit kunnen zien:

Samenvatting

In het voorwoord – in feite voor beide delen – vertelt Eremita hoe hij de papieren bij toeval vond en besloot ze uit te geven. Het is geestig geschreven (bv. als hij een verleiding niet kan weerstaan: “Maar de begeerte is, zoals bekend, zeer sofistisch.” (p. 32) en met het metagrapje dat hij de auteur van het eerste deel ervan verdenkt met z’n laatste werkje de “oude schrijverstruc” te gebruiken om zichzelf als slechts de bezorger uit te geven, hetgeen natuurlijk vooral voor hemzelf en via hem voor Kierkegaard geldt, resulterend in een “Chinees doosjesspel”) en begint ermee dat hij niet gelooft in de filosofische stelling (van Hegel) dat het uiterlijke het innerlijke en het innerlijke het uiterlijke is, omdat wat hij ziet (het uiterlijk gedrag) niet altijd rijmt met wat hij hoort dat toegang zou geven tot het innerlijk. De gevonden papieren – klaarblijkelijk van twee auteurs – geven een kijkje in het leven van twee mensen waaruit blijkt dat hun opvattingen niet overeenkomt met hun gedrag zodat ze zijn twijfel aan de stelling bevestigen.

Commentaar

In de Romantiek zijn authenticiteit en het maskerspel twee centrale thema’s en dat geldt ook voor Kierkegaards werk waarbij hij die thema’s op een eigen manier invulling geeft. Dit Voorwoord geeft aanleiding deze twee thema’s in voorlopige zin te overdenken in het licht van Hegels stelling waarmee het Voorwoord en dus het boek begint en dat als wellicht als het ankerpunt van Kierkegaards onderneming kan dienen.

Zo lijkt het voorwoord vooruit te wijzen naar Kierkegaards (latere) concept van het authentieke leven als dat leven waarin het uiterlijke en innerlijke wel samenvallen omdat je dan leeft vanuit een voortdurend kiezen op grond van wat je echt gelooft zodat je keuze echt jouw beslissing is in plaats van te conformeren naar wat er van je wordt verwacht. Het laat ook zien dat Kierkegaard Hegels standpunt niet zozeer ontkent maar ombuigt van een theoretische propositie over de werkelijkheid (dat is dan het wezen dat verschijnt waardoor binnen- en buitenkant samenvallen) naar een praktische propositie over authenticiteit (dat een ‘eerlijke’ levenswijze is; ik merk op dat op grond van het moderne scepticisme eerlijkheid een deugd wordt want als we de waarheid niet kunnen kennen kunnen we alleen nog eerlijk zijn waardoor we innerlijk en uiterlijk hetzelfde zijn). Daarmee wordt ook Kants opvatting van vrijheid als autonomie (handelen op grond van de categorische imperatief) getransformeerd naar een romantischer opvatting van vrijheid als het maken van een echte, persoonlijke keuze (in plaats van te kiezen op grond van een onpersoonlijke want ‘universele’ moraal). In dit vroege hoofdwerk is er nog slechts de polariteit van esthetische vs. ethische zijnswijze; later komt daar de religieuze levenshouding bij en ontstaat er een ontwikkeling van levensstadia die dialectisch genoemd kan worden: het esthetische (individu/genot) leidt naar het ethische (algemene/rede) dat naar het religieuze (subjectieve/waarheid) leidt. Maar er is geen ‘opheffing’ in het volgende stadium; de overgangen vereisen een ‘sprong’.

Romantisch is ook Kierkegaards gebruik van z’n pseudoniemen of ‘polyonimiteit’ die zijn ‘maskers’ vormen. Het masker maakt de ware persoon tot mysterie (maar dat was niet Kierkegaards intentie) en het geeft uitdrukking aan de romantische notie van beweging en eenheid: we hebben geen vaste identiteit maar zijn veranderlijk en uiteindelijk kunnen we alles zijn of omvatten (in het postmodernisme verdwijnt het mysterie want zit er niets meer achter het masker zodat we simpelweg onze maskers zijn waarmee Hegels stelling wordt bevestigd). Kierkegaard onderschrijft het eerste maar niet het tweede: door middel van verschillende pseudoniemen drukt Kierkegaard verschillende perspectieven uit maar deze worden niet tot eenheid gebracht (het is of/of) zodat hij net als in een literair werk zichzelf splitst in verschillende personages dus maskers ofwel pseudoniemen (zoals in de Griekse tragedie in de oudheid de verschillende personages door een persona (masker) spreken). Juist omdat de waarheid subjectief is dus pas betekenisvol is als iemand die waarheid ‘leeft’ ligt het voor de hand – zoals kunstenaars dat ook doen – dat Kierkegaard elk perspectief een eigen persona dus identiteit geeft, zodat de lezer zich kan identificeren met de een of de ander in plaats van dat Kierkegaard de waarheid zou mededelen hetgeen geen effect zou hebben (terwijl Plato in zijn dialogen wel naar een conclusie toe werkt, heeft Kierkegaard met Plato wel de indirecte rede gemeen waardoor de lezer wordt geprikkeld zelf de waarheid te zoeken die alleen in hemzelf kan worden gevonden). Hierin schuilt ook de ironie die Kierkegaard wezenlijk acht voor het waarachtig existeren: ironie toont de spanning en het verschil tussen het uiterlijke en het innerlijke waarmee ruimte – een leegte – wordt gemaakt waarin authentieke keuzes kunnen worden gemaakt. Hiermee sloot Kierkegaard bewust aan bij Socrates voor wie de ironie zijn instrument was om het schijnweten te ontmaskeren om zo ruimte te maken voor het zelf ontdekken van echte kennis.

Albert Camus noemt de toneelspeler een voorbeeld van de absurde mens: als we verlost zijn van het geloof in een leven na de dood kunnen we terugkeren naar het leven op Aarde dat we dan des te intenser kunnen beleven en dat het best lukt dat door niet één leven maar door eindeloos veel levens hier op Aarde te leven. Doordat de toneelspeler in de huid van de ander kruipt, leeft die zo vele levens. Het spel met de maskers is dan ook een spel van de absurde mens – de toneelspeler, de versierder, de veroveraar, de kunstenaar – en is kenmerkend voor de estheet van het eerste deel van het boek die aldoor wil voelen dat hij leeft dus leeft voor prikkeling en passie. De ethicus van het tweede deel zal dit esthetisch leven als een gemaskerd bal – het maximale maar identiteitsloze leven door middel van bedrog ten koste van een simpel maar eerlijk leven – afwijzen want op de Dag des Oordeels zal iedereen worden ontmaskerd en zich moeten verantwoorden:
“Het leven is een maskerade, zo leer je, en dat levert je onuitputtelijke stof tot vermaak, en nog altijd is het niemand gelukt je echt te leren kennen; want elke onthulling is steeds een bedrog (…) je bent namelijk niets, je bent er voortdurend alleen maar in relatie tot anderen, en wat je bent ben je door die relatie. (…) weet je dan niet dat er een middernachtelijk uur komt waarop eenieder zich moet demaskeren, denk je dat men zich voor middernacht stilletjes uit de voeten kan maken om het demasqué te ontlopen?”

avatar
PS. Bovenstaande stukje is niet zozeer didactisch bedoeld, anders dan in de zin dat ik mezelf probeer uit te leggen hoe de tegenstelling tussen authenticiteit (en Hegels stelling van de identiteit van het innerlijke en het uiterlijke) en het maskerspel bij Kierkegaard te begrijpen is, ervan uitgaande dat hij hier geen tegenstelling maar toch wel verzoening beoogde, maar als een discussiestuk zodat elke input welkom is zoals Kierkegaard het ook graag gezien zou hebben! Ik vind het een lastige kwestie maar wel de moeite waard om er mee te worstelen, want ook bij de latere existentiefilosofen staat het begrip van authenticiteit centraal (in de vorm van bv. het bewuste leven bij Heidegger of het veroordeeld zijn tot de vrijheid bij Sartre of zelfs het leven op grond van wat je weet zonder hoop bij Camus). Zoals gezegd is authenticiteit een typisch romantisch concept: ik denk vooral aan Rousseau voor wie de beschaving waarin de mens bewust werd en zichzelf is gaan vergelijken met de ander waardoor er wedijver ontstond in wezen de zondeval is met een streven naar de terugkeer naar de paradijselijke, natuurlijke staat (Rousseau zou inspiratie onder meer hebben geput uit Robinson Crusoe) waarop ook bv. Marx’ leer is gebaseerd (de ‘zondige’ kapitalistische staat ‘vervreemdt’ de mens (arbeider) van z’n arbeid, de ander zoals Hegel dat al had uitgewerkt). Kenmerkend voor de existentiefilosofie is denk ik dat de oplossing niet wordt gezocht in een andere maatschappij waarin het naar eigenbelang strevende individu als het ware in een collectieve eenheid zoals staat of mensheid wordt opgelost (zoals bij Rousseau en Marx) maar juist in een versterkte subjectiviteit omdat het conformeren aan de (door de publieke opinie gevormde) ‘massa’ bij uitstek het individu inauthentiek maakt.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 01:15 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 01:15 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.