Man, wat een literaire tragedie! De briefwisseling tussen de schrijvers W.F. Hermans en Gerard (van het) Reve blijft tot het slot aangrijpend. Ontroerend zijn de open brieven waarin de twee sociale horken steun bij elkander zoeken, wanneer ze beide nog als beginnend auteur ploeterend zijns weegs moeten vinden in de gehate benauwde Nederlandse literaire wereld. Er is zelfs sprake van een hartelijke vriendschap.
Tot wanneer Hermans op 20 februari 1959 de relatie met een enorme knal tot een abrupt einde brengt en deze hierna nooit meer helemaal zal herstellen. Dit terwijl je als lezer toch vurig blijft hopen, tegen beter weten in, dat het alsnog goed zal komen. Het is zoals de bezorgers van de briefwisseling, Willem Otterspeer en Nop Maas (respectievelijk de Hermans- en Reve-biograaf) in het voorwoord uit een verklaring van de ex-vrouw van Reve, Hanny Michaelis, al stellen dat het eigenlijk een groot wonder is geweest dat de vriendschap tussen de twee uitgesproken persoonlijkheden tien jaar lang heeft standgehouden.
Fascinerend is het om te lezen hoe terloops de verhouding tussen Hermans en Reve kantelt. In het prille begin van de correspondentie is Reve de veelbelovende schrijver die met zijn debuutroman De Avonden (1947) al enig succes heeft genoten en is Hermans nog geheel onbekend en kan hij maar geen uitgeverij vinden voor zijn roman De Tranen der Acacia’s (1949). Naargelang de jaren vorderen draaien de rollen steeds meer om en wordt Hermans met De Donkere Kamer van Damokles (1958) de gevierde schrijver en is Reve als teleurgesteld auteur reeds in een zwart gat gevallen, zo zweert hij de Nederlandse taal af en wenst hij enkel in 'een soort onbeholpen' Engels te schrijven.
Later, na de breuk volgen er enkele schimpscheuten sporadisch over en weer. Eén ervan is de brief van 8 mei 1968 waarin Reve vanuit het Friese dorpje Greonterp het volgende aan Hermans schrijft: ‘Ik vind je wel verschrikkelijk kleinzerig: van jouw artikel tegen mij, dat alleszins leesbaar is, bestaat ongeveer de helft uit verzinsels & een kwart uit insinuaatsies. Nu is het malle, dat een artikel tegen mij of mijn werk de verkoop van mijn veelgelezen boeken precies zo veel stimuleert als lof.’ [pag. 245]
De voetnoot die hierbij staat verwijst naar het opstel ‘Ver van hem’ dat Hermans onder het pseudoniem Anastase Prudhomme S.J. voor het juli-augustusnummer van Hollands Maandblad van 1966 had geschreven. Het tegen het Reve gerichte stuk is in de tweede druk van Mandarijnen op Zwavelzuur én in door de Max Pam samengestelde bundel Niet uit Kwaadaardigheid: De Scherpste Polemieken (2005) opgenomen, alwaar ik het dankbaar kon lezen.
Gerard Reve werd door Hermans op ‘zwavelzuur gezet’; in het rijtje van andere tegenstanders en voormalige kameraden die bij de polemist in ongenade waren gevallen, onder wie Adriaan Morriën, Adriaan van der Veen en H.A. Gomperts. De titel ‘Ver van hem’ was vanzelfsprekend een neerbuigende verwijzing naar het toen pas verschenen werk van Reve, Nader tot U (1966) waarover Hermans schrijft: ‘Het boekje bevat aangrijpende jeugdherinneringen, even voortreffelijk als het beste van ‘s schrijvers vroegere werk, maar veel is net zo vervelend als de toestanden van verveling die Van het Reve weergeeft.’
Je kan je de verontwaardiging bij de atheïst en wetenschapper Hermans dan ook goed voorstellen over de voor hem compleet onbegrijpelijke (late) bekering van Reve tot het katholicisme en de godsvoorstelling in Nader tot U, waarin Reve zich voorstelt de liefde met het opperwezen te bedrijven in de gestalte van een ezel. Niettemin vond Hermans het een grote klucht dat de Nederlandse politiek Reve van godslastering betichtte en een mogelijke rechtsgang in beraad had genomen, omdat volgens hem ‘in feite de zaak van de vrije meningsuiting in het geding zou zijn.’
Het is bijzonder komisch te lezen hoe Hermans ‘de Don Juan van de veestapel’ in het stuk op zijn plek zet en de zelfbenoemde profeet ontmaskerd als charlatan. ‘Een protestant zei me eens, enigszins hatelijk: het is waarschijnlijk omdat Van het Reve zo weinig christelijke deugden bezit dat hij katholiek is geworden.’
Kortom een interessant stuk achtergrond die de briefwisseling nog spannender en meer leeswaardig maakt.