menu
poster

Verscheur Deze Brief! Ik Vertel Veel te Veel: Een Briefwisseling - Willem Frederik Hermans en Gerard Reve (2008)

mijn stem
3,95 (19)
19 stemmen

Nederlands
Autobiografisch / Waargebeurd

315 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij, Amsterdam (Nederland)

Twee van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw, Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, schreven elkaar in de jaren veertig en vijftig vele openhartige brieven. Hun correspondentie staat aanvankelijk in het teken van groeiend literair zelfvertrouwen, gevoelens van miskenning en vooral een grondige afkeer van het artistieke klimaat in het naoorlogse Nederland. De aanstormende talenten hadden grote waardering voor elkaars werk en ontwikkelden zelfs plannen voor een gezamenlijke roman. In 1959 kwam het tot een abrupte breuk. Hermans: “Hoe onbegrensd mijn medelijden ook moge wezen, mijn tijd is niet onbegrensd. Daarom is in ongenade laten vallen wel het meest geschikte middel om van het gezeur af te komen. Dit overkomt jou dus bij dezen.”

zoeken in:
avatar
4,0
Met de onverwachte brouille tussen de twee mastodonten van de naoorlogse Nederlandse schrijverij zien we haast ook een stijlbreuk in Reve's werk, optreden en imago, en je vraagt je af of er een correlatie tussen die twee omslagen zit. Het geeft wel te denken, daar bekend is dat Hermans niets moest hebben van Reves bekering tot de R.K.-kerk en evenmin zijn veranderde geaardheid begreep. Het is ook de tijd dat Reve zich meer en meer als een clown gaat gedragen, en we zien dat zelfs terug in de brieven die Hermans vanaf het eind van de jaren zestig schrijft (die vrijwel allemaal onbeantwoord bleven). Ineens bedenkt ie rare woordjes als verrekijk en 'zoude' (waarover Hermans nog een smakelijke opmerking heeft aan het adres van Reves levenspartner Joop Schafthuizen). Het onverwachte succes (want ondanks dat Reve al in 1947 De Avonden uitbracht, bleef hij tot in de jaren zestig een armetierige schrijver) lijkt hem in zijn bol geslagen te zijn, en met dergelijke strapatsen kan Hermans maar moeilijk uit de voeten. Want ondanks Hermans explosieve aard is hij natuurlijk een rationeel bij uitstek.

Waar Reve vanaf de jaren zestig door zijn ballorige gedrag vooral vermakelijker is, lijkt zijn vroegere periode toch interessanter. De groteske stijlmiddel (telkens '&' in plaats van 'en' gebruiken bijvoorbeeld) waren er toen nog niet, maar virtuoos was hij zeker als sobere, of zoals Hermans zou zeggen, 'monolithische' schrijver. Mijn lezing van een Werther Nieland tegenover die van De Taal der Liefde bevestigt dat alleen maar, al blijft het monolithische wel altijd aan zijn werk kleven, maar is het sobere op een bepaald moment ingewisseld voor de 'romanties-decadente' kletspraat.

Verder is natuurlijk de eeuwige afkeer tegenover alles en iedereen een van de belangrijkste thema's uit de briefwisseling. Uiteindelijk, zo is de conclusie, moet iedereen eraan geloven. Al geeft Reve in latere jaren nog wel aan mededogen voor zijn 'minderen' te hebben, al weet je het met de Reviaanse ironie natuurlijk nooit zeker. Saillant detail is, want dit komt niet zo heel vaak naar voren, is dat Reve, en in mindere mate Hermans, bij wijlen hun zwaktes en onzekerheden aan elkaar durven te tonen. Dat is een heel andere houding die we van ze tegenover de buitenwereld bestaande uit minkukels en smeerlappen, gewend zijn. Vermoedelijk heeft het te maken met de grote achting die ze hadden voor elkaars werk.

avatar van Raskolnikov
4,0
Hoge verwachtingen bij de correspondentie tussen m’n twee favoriete Nederlandse schrijvers. Na lezing is Reve verder gestegen in m’n achting, terwijl Hermans toch een beetje van z’n voetstuk is gelazerd. Eigenlijk voel je al van het begin aan dat de vriendschap nooit heel lang kan duren. Het is vooral de verwantschap die ze tot elkaar trekt; beginnende schrijvers die zich graag in een outsiderpositie manoeuvreren, waarbij met name Reve pogingen doet het kleine Nederland te ontstijgen. Hij schrijft zelfs een periode zijn brieven in (erbarmelijk) Engels. (Hermans daarover: ”Nog zelden heb ik een brief ontvangen die kennelijk niet aan de geadresseerde was gericht, maar vooral aan de afzender zelf. Vanochtend is mij dit overkomen en ik schrijf er onmiddellijk een commentaar op; een antwoord kan men het eigenlijk niet meer noemen”). De Reve van deze periode komt me optimistisch over, grijpt alles aan om het te maken als schrijver. Hermans is de meer cynische denker, zijn brieven doordrenkt met vileine humor, maar zich ook wentelend in een soort onbegrip van de wereld voor hem. Met name beider visies op het schrijverschap boeien. Vanaf de jaren 60 komt de klad erin. Reve is gescheiden en nu openlijk homo en katholiek, Hermans alleen nog maar nihilistischer. Reve blijft het contact maar zoeken, maar Hermans antwoordt zelden. Vanwege een polemisch stuk van Reve over Hermans, maar ook omdat ze uit elkaar gegroeid zijn.

Gelezen en geschreven in 2012

avatar van Raspoetin
4,5
Man, wat een literaire tragedie! De briefwisseling tussen de schrijvers W.F. Hermans en Gerard (van het) Reve blijft tot het slot aangrijpend. Ontroerend zijn de open brieven waarin de twee sociale horken steun bij elkander zoeken, wanneer ze beide nog als beginnend auteur ploeterend zijns weegs moeten vinden in de gehate benauwde Nederlandse literaire wereld. Er is zelfs sprake van een hartelijke vriendschap.

Tot wanneer Hermans op 20 februari 1959 de relatie met een enorme knal tot een abrupt einde brengt en deze hierna nooit meer helemaal zal herstellen. Dit terwijl je als lezer toch vurig blijft hopen, tegen beter weten in, dat het alsnog goed zal komen. Het is zoals de bezorgers van de briefwisseling, Willem Otterspeer en Nop Maas (respectievelijk de Hermans- en Reve-biograaf) in het voorwoord uit een verklaring van de ex-vrouw van Reve, Hanny Michaelis, al stellen dat het eigenlijk een groot wonder is geweest dat de vriendschap tussen de twee uitgesproken persoonlijkheden tien jaar lang heeft standgehouden.

Fascinerend is het om te lezen hoe terloops de verhouding tussen Hermans en Reve kantelt. In het prille begin van de correspondentie is Reve de veelbelovende schrijver die met zijn debuutroman De Avonden (1947) al enig succes heeft genoten en is Hermans nog geheel onbekend en kan hij maar geen uitgeverij vinden voor zijn roman De Tranen der Acacia’s (1949). Naargelang de jaren vorderen draaien de rollen steeds meer om en wordt Hermans met De Donkere Kamer van Damokles (1958) de gevierde schrijver en is Reve als teleurgesteld auteur reeds in een zwart gat gevallen, zo zweert hij de Nederlandse taal af en wenst hij enkel in 'een soort onbeholpen' Engels te schrijven.

Later, na de breuk volgen er enkele schimpscheuten sporadisch over en weer. Eén ervan is de brief van 8 mei 1968 waarin Reve vanuit het Friese dorpje Greonterp het volgende aan Hermans schrijft: ‘Ik vind je wel verschrikkelijk kleinzerig: van jouw artikel tegen mij, dat alleszins leesbaar is, bestaat ongeveer de helft uit verzinsels & een kwart uit insinuaatsies. Nu is het malle, dat een artikel tegen mij of mijn werk de verkoop van mijn veelgelezen boeken precies zo veel stimuleert als lof.’ [pag. 245]

De voetnoot die hierbij staat verwijst naar het opstel ‘Ver van hem’ dat Hermans onder het pseudoniem Anastase Prudhomme S.J. voor het juli-augustusnummer van Hollands Maandblad van 1966 had geschreven. Het tegen het Reve gerichte stuk is in de tweede druk van Mandarijnen op Zwavelzuur én in door de Max Pam samengestelde bundel Niet uit Kwaadaardigheid: De Scherpste Polemieken (2005) opgenomen, alwaar ik het dankbaar kon lezen.

Gerard Reve werd door Hermans op ‘zwavelzuur gezet’; in het rijtje van andere tegenstanders en voormalige kameraden die bij de polemist in ongenade waren gevallen, onder wie Adriaan Morriën, Adriaan van der Veen en H.A. Gomperts. De titel ‘Ver van hem’ was vanzelfsprekend een neerbuigende verwijzing naar het toen pas verschenen werk van Reve, Nader tot U (1966) waarover Hermans schrijft: ‘Het boekje bevat aangrijpende jeugdherinneringen, even voortreffelijk als het beste van ‘s schrijvers vroegere werk, maar veel is net zo vervelend als de toestanden van verveling die Van het Reve weergeeft.’

Je kan je de verontwaardiging bij de atheïst en wetenschapper Hermans dan ook goed voorstellen over de voor hem compleet onbegrijpelijke (late) bekering van Reve tot het katholicisme en de godsvoorstelling in Nader tot U, waarin Reve zich voorstelt de liefde met het opperwezen te bedrijven in de gestalte van een ezel. Niettemin vond Hermans het een grote klucht dat de Nederlandse politiek Reve van godslastering betichtte en een mogelijke rechtsgang in beraad had genomen, omdat volgens hem ‘in feite de zaak van de vrije meningsuiting in het geding zou zijn.’

Het is bijzonder komisch te lezen hoe Hermans ‘de Don Juan van de veestapel’ in het stuk op zijn plek zet en de zelfbenoemde profeet ontmaskerd als charlatan. ‘Een protestant zei me eens, enigszins hatelijk: het is waarschijnlijk omdat Van het Reve zo weinig christelijke deugden bezit dat hij katholiek is geworden.’

Kortom een interessant stuk achtergrond die de briefwisseling nog spannender en meer leeswaardig maakt.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 04:00 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 04:00 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.