menu

Parken en Woestijnen - M. Vasalis (1940)

mijn stem
3,19 (13)
13 stemmen

Nederlands
Gedichtenbundel
Psychologisch

29 pagina's
Eerste druk: G.A. Van Oorschot, Amsterdam (Nederland)

Een bundel met 21 Gedichten waarin Vasalis antitheses gebruikt, zoals parken en woestijnen, tijd en eeuwigheid, weten en onschuld of orde en chaos. De gedichtenbundel begint met chaos die in de gehele bundel verder gaat, tot in het laatste gedicht de rust lijkt teruggekeerd.

zoeken in:
avatar van Pythia
4,5
Het bekendste gedicht van deze bundel is waarschijnlijk "De idioot in het bad". Het is realistisch en tegelijkertijd vol mededogen.
Het ontroert me elke keer dat ik het lees.

avatar van arnoldusk
1,0
Wow, wat vind ik hier niets aan

avatar van Ted Kerkjes
4,0
Ted Kerkjes (moderator)
Vaak als ik een stukje van mezelf teruglees, schaam ik mij toch een beetje. Ik blijf het lastig vinden om mijn gevoelens en gedachten over kunst onder woorden te brengen en het stukje dat het uiteindelijk oplevert, raakt de plank dan ook niet altijd. (Vaak vind ik mezelf nogal stellig, terwijl ik dat niet echt ben.) Toch blijf ik stukjes schrijven. Waarom? Allereerst omdat ik de kleine worsteling die schrijven is ondanks alles wel leuk vind en verder ook omdat ik de indruk heb dat ik boeken beter onthoud als ik er over schrijf en ja, stiekem ook omdat het boek in kwestie dan bovenaan in de updates komt te staan, en het dus wat meer aandacht krijgt.
Over poëzie schrijf ik niet zoveel, hoewel ik wel veel liefde voor gedichten koester. Aan de ene kant vind ik het ontzettend moeilijk om Iets zinnigs over poëzie schrijven, maar aan de andere kant zou ik het gewoon jammer vinden als poëzie in het vergeethoekje terecht zou komen, alleen omdat niemand erover durft te schrijven. Dus laat ik het toch maar doen.

In het allereerste gedicht ('Drank, de onberekenbare') zet Vasalis meteen de toon voor de hele bundel:
Onder 't net en vlot gesprek,
dat mijn hoofd, met bruine hoed
met de gastheer voeren moet,
denkt mijn hele ziel: verrek!
Deze vier regels schetsen eigenlijk de situatie waarin vrijwel alle gedichten zich afspelen, of waar vrijwel alle gedichten op z'n minst mee te maken hebben: een scheiding tussen lichaam en geest. ‘Drank, de onberekenbare' vindt plaats op een feest, waar het hoofd met tegenzin 'een net en vlot gesprek' voert met de gastheer, terwijl, onderhuids, de ziel 'verrek' denkt. Ook in veel andere gedichten speelt deze scheiding tussen lichaam en geest een rol, zoals in het bekendere gedicht 'De idioot in het bad':
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
of in 'De krekels'
ik heb geen lichaam en geen zwaarte meer
mijn geest is rustig en ik luister...
In deze voorbeelden is de scheiding wel heel expliciet aanwezig, maar in veel gedichten is het wat subtieler. Neem de titel van de bundel: 'Parken en woestijnen'. In het licht van de bundel duidt deze titel misschien op een soortgelijke scheiding. De parken zouden het lichaam kunnen zijn: een stuk natuur dat zich dient te schikken voor de buitenwereld en voor de andere mensen, terwijl de woestijn een stuk ongerept natuur is, vol extreme uitersten en fata morgana's.

Een ander aspect dat ook in bijna in elk gedicht terugkeert, is de "plotselinge gewaarwording": in de meeste verzen is een (alledaagse) observatie de aanleiding voor een (diepzinnige) gedachte of verzuchting. Een ontmoeting met een ezeltje is de aanleiding tot een mijmering over vergankelijkheid, een fanfare-corps in het park ontketent een lofrede op schoonheid en een busrit over de Afsluitdijk roept een gedachte op over de tijd. Deze "omwenteling" is in veel gedichten zelfs aan te wijzen, omdat de gedachte ingeluid wordt met woorden 'plots', 'opeens' en 'en toen', 'plotseling' en dergelijke.
Hoewel deze opzet dus soms erg in het oog springt, is dat niet overal per se vervelend, omdat Vasalis vaak vrij sterke beelden kiest, wat mij betreft. In een enkel geval zijn de beelden wel erg pijnlijk verouderd en achterhaald (‘feestende negerstammen’ en dergelijke), maar over het algemeen is dit niet het geval en hier en daar weet Vasalis zelfs verrassend modern uit de hoek te komen - zeker als je beseft dat de bundel alweer uit 1940 komt. Neem het gedicht 'Tijd', waarin het lyrisch-ik “langzaam leeft” en de wereld ziet als een doorgespoelde VHS-tape.
Ook ‘Angst’ vond ik toch wel modern aandoen:
Ik ben voor bijna alles bang geweest:
Voor ‘t donker, voor figuren op het kleed.
Wat volgt is een opsomming van angsten. Misschien dat ik dat modern aan vond doen, omdat het mij heel erg deed denken aan het lied ‘Voor alles’ van Wende Snijders, dat in 2017 de Annie M.G. Schmidt-prijs won. De tekst van dat lied, een gedicht van Joost Zwagerman, bestaat uit een lange opsomming van de meest uiteenlopende angsten. Maar aan het einde van het lied komt de omkering:
Voor alles altijd bang geweest
Maar niet voor jou
Ook het einde van Vasalis’ gedicht bevat een omkering:
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ‘s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterend licht en ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.
Zo eindigt het gedicht van Vasalis beduidend triester dan Wende’s lied. Let ook op het feit dat het lyrisch-ik niet eens de boodschap zélf vreest, maar het feit dat het lyrisch-ik al van te voren weet wat de boodschap zal zijn: dat is de “vracht van rede”. En zo bevat ook dit gedicht weer de terugkerende scheiding tussen lichaam en geest, gevoel en verstand.

Hoewel deze bundel hier en daar dus wat ouderwets aandoet wat taalgebruik en ideeën betreft, vind ik de gedichten van Vasalis nog altijd de moeite waard, vooral dankzij de muzikaliteit die er in zit. Ik heb persoonlijk wel een zwak voor mooie ritmes en klankrijke woorden en ik vind dat Vasalis rijm en metrum op een prachtige manier gebruikt. Het sterkste gedicht is wat mij betreft ‘De Dood’ - dat is overigens ook een gedicht waarin “de formule van plotselinge gewaarwording” niet (zo nadrukkelijk) aanwezig is. Het begint vrij speels en redelijk humoristisch als de Dood zelfmoord aanprijst als een soort macabere colporteur (‘De Dood wees mij op kleine, interessante dingen: / dit is een spijker - zei de Dood - en dit een touw.’), maar naar het einde toe, als de Dood persoonlijker wordt, sijpelt er een diep verdriet het vers in. Het is een klein gedicht, zonder grote woorden, maar toch (of juist daardoor) heeft het een enorme impact.
Alleen al vanwege dat gedicht verdient de bundel, in mijn ogen, even een plekje bovenaan de updates.

avatar van Raskolnikov
Mooie bespreking, complimenten!

Gast
geplaatst: vandaag om 13:56 uur

geplaatst: vandaag om 13:56 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.