menu

Der Schatz im Silbersee - Karl May (1894)

Alternatieve titel: De Schat in het Zilvermeer

mijn stem
3,62 (13)
13 stemmen

Duits
Jeugdboek
Avontuur

521 pagina's
Eerste druk: Union Deutsche Verlagsgesellschaft, Stuttgart (Duitsland)

Aangetoonde en vermeende schatten in en rond het Zilvermeer lokken personen van divers pluimage aan daarnaar op zoek te gaan. Old Firehand heeft een zilverader ontdekt en is nu onderweg met ingenieur Butler. In de loop van het verhaal groeit zijn gezelschap door de toevoeging van Tante Droll, een detective in vrouwenkleren, Lord Castlepool, de Schotse edelman die verzot is op wedden, Gunstick-Uncle, de westman die in rijm spreekt en Humply-Bill, zijn gebochelde vriend. Aan de andere kant heeft Cornel Brinkley, de aanvoerder van een grote bende zwervers, ooit een schatkaart geroofd en ook hij is nu op weg naar het Zilvermeer. Diverse malen kruisen hun paden zich: aan boord van een raderboot op de Arkansas rivier, bij de overval op een groep houthakkers, bij de aanval op Butlers Farm en bij de treinoverval. Wanneer Winnetou, Old Shatterhand, de manke Hobble Frank, de lange Davy en de dikke Jemmy ten tonele verschijnen worden zij kort daarna gevangen genomen door de Utahs en moet ieder van hen voor zijn leven vechten. Listig slagen zij erin hun tegenstanders te overwinnen, maar hoewel vrijgelaten worden zij toch achtervolgd. Voordat allen het Zilvermeer bereiken, ontdekt de groep rond Winnetou, Old Shatterhand en Old Firehand nog het lot van de overgebleven zwervers rond Brinkley, vindt een stammenstrijd plaats tussen de Utahs en Navajos, worden zij door het opperhoofd van de bevriende stam der Timbabatschen aan de Utahs verraden maar door de twee “Beren” van de Tonkawa gered.

zoeken in:
ags50
Band 36 (Karl May Verlag) – Band III.4 (Historisch-kritische Ausgabe) – Deel 7 (Karl May pockets, Het Spectrum)

Het vroegst bekende verhaal waarin Karl May een Indiaan naar voren brengt heet “Inn-nu-woh, der Indianerhäuptling” en verscheen in september 1875 onder de verzameltitel “Aus der Mappe eines Vielgereisten” in het eerste jaargang, nummer 1, van het door hem geredigeerde tijdschrift “Deutsches Familienblatt. Wochenschrift für Geist und Gemüth zur Unterhaltung für Jedermann”, uitgegeven door H. G. Münchmeyer in Dresden, en in december 1877 opnieuw in het tijdschrift “Neues Unterhaltungs-Blatt”, uitgegeven door Theodor Herrmann in Wiesbaden. Hierna bewerkte May de vertelling om die met de titel “Winnetou. Eine Reiseerinnerung” in oktober 1878 in twee delen te publiceren in het tijdschrift “Omnibus. Illustrirtes Wochenblatt”, uitgegeven door Verlag M. Rosenberg in Hamburg, deel 1 in nummer 40 en deel 2 in nummer 41 van de zeventiende jaargang. Niet alleen de naam van het opperhoofd is gewijzigd, maar ook zijn stam: de Sioux Inn-nu-woh wordt de Apache Winnetou. Het oorspronkelijke verhaal is terug te vinden in Band 71 “Old Firehand” (KMV); de gewijzigde vorm (“Winnetou”) in Band 80 “Auf der See gefangen” (KMV).

De roman voor de jeugd “Der Schatz im Silbersee” verscheen eerst als feuilleton in het weekblad “Der Gute Kamerad. Spemanns Illustrierte Knaben-Zeitung”, uitgegeven door Verlag Wilhelm Spemann in Stuttgart, vijfde jaargang, nummer 1-52 (september 1890-september 1891). In het eerste hoofdstuk verwerkte Karl May het thema van “Inn-nu-woh, der Indianerhäuptling”(zie afbeelding), waarbij de heldhaftige Indiaan echter noch Inn-nu-woh, noch Winnetou is maar Nintropan-homosch ( Kleine Beer) heet van de toentertijd bijna uitgestorven stam der Tonkawa.

Nadat op 16 april 1889 reeds het verdrag werd gesloten ontstond op 1 januari 1890 de “Union Deutsche Verlagsgesellschaft”, gevestigd te Stuttgart, door de samensmelting van de uitgeverijen Gebrüder Kröner, Herrmann Schönlein (dat reeds in 1888 door Kröner was overgenomen) en Wilhelm Spemann tot een naamloze vennootschap onder leiding van Adolf (sinds 1905: von) Kröner. De belangrijkste inbreng van Spemann waren de rechten op de jeugdverhalen van Karl May zoals die in zijn tijdschrift “Der Gute Kamerad. Spemanns Illustrierte Knaben-Zeitung” eerder waren gepubliceerd of volgens contract nog zouden worden.

Het is dan ook bij deze nieuwe uitgeverij dat “Der Schatz im Silbersee” op 20 oktober 1894 als boek verscheen, voorzien van 16 afbeeldingen in kleur. Drie andere titels van May waren hieraan voorafgegaan en er zouden nog drie volgen. Tot aan zijn dood in 1912 werd “Der Schatz im Silbersee” nog zesmaal bij de Union herdrukt.

Bij het schrijven van zijn verhalen en boeken kon Karl May voor wat betreft de Indiaanse talen putten uit woorden en begrippen uit twee boeken: “Die Indianer Nordamerikas” van George Catlin (uitg. Leipzig, 1848) en “Zwölf Sprachen aus dem Südwesten Nordamerikas” van Albert S. Gatschet (uitg. Weimar, 1876). Waar het eerste min of meer een woordenboek is, biedt het tweede ook stijlfiguren en zinsdelen. Mogelijk heeft dit zijn keuze voor de Tonkawa-stam bepaald omdat in Gatschets boek ongeveer 300 begrippen in die taal worden vermeld zodat hij de twee “Beren” ettelijke zinnen in hun eigen taal in de mond kon leggen.

Desondanks kan hij onder tijdsdruk hebben gestaan het verhaal op tijd af te leveren want niet alle Indiaanse namen zijn correct. Bij de naam van het Utah-opperhoofd Nanap varrenton (Oude Donder) heeft hij het woord voor bliksem gebruikt. Eigenlijk zou het opperhoofd Nanap unune moeten heten.
De woorden voor de naam van het Osagen-opperhoofd Menaka schecha (Goede Zon) haalde May uit het boek van Catlin. Menaka is daarin het woord voor zon in de Mandan-taal. Het woord voor goed lijkt hij uit de Sioux-taal te hebben gehaald, maar daarbij vergiste hij zich in de regel: ‘goed’ zou ‘wash tay’ moeten zijn, daaronder stond ‘schee cha’ hetgeen juist ‘slecht’ betekent.
De stam der Timbabatschen kan volledig door May zijn verzonnen, want deze is tot op heden als zodanig niet geïdentificeerd. De naam van hun opperhoofd Tschia-nitsas (Lang Oor) heeft hij uit woorden van de Navajo-taal samengesteld.

In tegenstelling tot de reisavonturen die als het ware door Old Shatterhand of Kara Ben Nemsi zelf worden verteld, zijn de voor de jeugd geschreven werken in de derde persoon gesteld. Hoewel hij daarmee enige afstand lijkt te nemen van zijn ideaalbeeld Old Shatterhand biedt hij de jeugd toch personen ter identificatie aan. In “Der Schatz im Silbersee” kunnen daartoe Kleine Beer, Fred Engel en Ellen Butler dienen.
Opmerkelijk is de grote verscheidenheid aan personen met een lichamelijk gebrek of een zonderlinge levenswijze, die desondanks door allen als volwaardige leden van het gezelschap worden geaccepteerd.

In het originele boek heet de ingenieur die met Old Firehand meereist Butler, maar zijn naam is in de versie van het Karl May Verlag gewijzigd in Patterson, mogelijk om de associatie met Butlers Farm uit te sluiten. In de Nederlandse vertaling in de serie Karl May pockets, Het Spectrum, is Lord Castlepool vervangen door Sir David Lindsay, waarschijnlijk om het aantal regelmatig terugkerende persoonlijkheden binnen de reeks te beperken. Ook de naam Tante Droll legde daarin het loodje en werd vervangen door Aunt Frolic.

Gast
geplaatst: vandaag om 20:04 uur

geplaatst: vandaag om 20:04 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.