menu
poster

Die Verwirrungen des Zöglings Törless - Robert Musil (1906)

Alternatieve titels: De Ervaringen van de Jonge Törless | De Verwarring van de Jonge Törless | De Verwarringen van een Jonge Törless

mijn stem
3,76 (17)
17 stemmen

Duits
Autobiografische Roman / Psychologisch

316 pagina's
Eerste druk: Wiener, Wenen (Oostenrijk-Hongarije)

'De verwarringen van een jonge Törless' beschrijft het machtsmisbruik, het snobisme en de genadeloze homo-erotische wreedheid op een kostschool. De hoofdpersoon, Törless, is er getuige van hoe twee van zijn vrienden op school, Beineberg en Reiting, een klasgenoot stelselmatig misbruiken en vernederen. Törless wordt verscheurd door gevoelens van zowel afkeer als fascinatie - en helpt het slachtoffer niet. De roman illustreert ook op levendige wijze de crisis van een hele maatschappij, waar de afbraak van traditionele waarden en de cultus van meedogenloze mannelijke kracht als snel zou leiden tot de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van het fascisme.

zoeken in:
avatar van Raskolnikov
3,5
Het debuut van Musil is bij vlagen al net zo hoogdravend en mystiek als zijn magnum opus De Man Zonder Eigenschappen:

“Maar de herinnering dat het ook anders kan zijn, dat er dunne lichtvervagende grenslijnen zijn getrokken om ieder mens, dat koortsachtige dromen om de ziel sluipen, die stevige muren ondermijnen en griezelige sleuven openscheuren,- ook die herinnering had zich diep in hem vastgezet en zond een kring van bleke schaduwen uit.”

Zomaar een typische Musil-zin, waarin een abstract idee “gepreciseerd” wordt door beeldspraak waarin meerdere concrete beelden op elkaar gestapeld worden. In plaats van verheldering biedt het eerder het tegendeel: mystiek.

Ergens past dat wel bij dit verhaal over de verwarrende gevoelens van een opgroeiende kostschoolganger. Meer specifiek de situatie rond een medestudent die stelselmatig vernederd wordt door vrienden van Törless. Het roept bij hem uiteenlopende gevoelens, van medelijden tot lust, op. Elk theoretisch houvast schiet tekort bij de verkenning van zijn soms duistere drijfveren, zoals ook Musils zinnen maar niet voorbij het vruchteloos duiden lijken te komen.

Toch is De Ervaringen van de Jonge Törless heel wat concreter en begrijpelijker dan DMZE. Het is griezelig hoe het sadistische machtsspel spiegelt aan de mechanismen van het fascisme en nazisme van later jaren. Dat had Musil, bedoeld of onbedoeld, goed gezien. Problematisch vind ik wel de vermenging van deze duistere tendensen met die van ontluikende gevoelens van homoseksualiteit. In de warrige, ongrijpbare gedachtewereld zoals Musil die verbeeldt, lijkt het haast van tweeën een. Je hoeft geen gevoeligheidslezer te zijn om daar weinig aansluiting meer bij te ervaren.

avatar
Het boek is al in de typische stijl van Musil geschreven die ook Der Mann ohne Eigenschaften (De Man Zonder Eigenschappen) kenmerkt: aldoor poëtisch door zijn rijkdom van metaforen en essayistisch doordat beschrijvingen van psychologische toestanden en filosofische gedachten door het verhaal heen zijn geweven zonder duidelijk onderscheid tussen de verteller en de personages. Waar veel literatuur in de 19de eeuw realistisch werd – in reactie op het idealisme van de Romantiek – en deze steeds meer een psychologisch realisme werd, uitmondend in de modernistische stream-of-consciousness-techniek, verzette Musil zich tegen het label ‘psychologisch realisme’: hij drukt weliswaar vooral gedachten en gevoelens uit maar deze vormen de uitdrukking van (filosofische) ideeën zodat Musil het ‘symbolisme’ noemt en het meer een psychologisch idealisme is. Er is een alwetende verteller met wie de gedachten van Törless, vanuit welk perspectief het verhaal wordt verteld, aldoor vervloeit. Daarbij is er een opvallende afwisseling van gedeelten waarin de verteller vooral de ‘verwarde’ gemoedstoestand van Törless weergeeft en gedeelten waarin tamelijk recht-toe-recht-aan het verhaal over de gebeurtenissen wordt verteld.

Het verhaal gaat over een jongen op een kostschool, Törless, die als puber in de overgang zit van kindertijd naar volwassenheid hetgeen als een breuk wordt beschreven waarbij aanvankelijk de leegte wordt benadrukt door het verbreken van de vanzelfsprekende binding en harmonie met de wereld en de anderen en het verdwijnen van de fantasiewereld van het kind, resulterend in een existentiële eenzaamheid en verveling van waaruit ook zijn eigen voelen en handelen vreemd – iets uitwendigs – zijn geworden en hij onverschilligheid jegens die uitwendige dingen – zelfs achter zijn verdriet om het gemis van zijn ouders – ervaart. Bv. “Maar de ziel, het karakter […] – dat wat Törless bijvoorbeeld aan de prins had gebonden, buiten ieder verstandelijk oordeel om – dit laatste onbeweeglijk fond, was in die tijd bij Törless geheel en al verloren gegaan.” (p. 24/25). De roman had wat dat betreft dus ook “De jongen zonder eigenschappen” kunnen heten. En ook treedt hier al het filosofische thema van de onmacht van het woord en begrip om het ding te vatten op de voorgrond: “De dingen leken zo tastbaar duidelijk, maar zij lieten zich toch nooit volstrekt in woorden of gedachten vangen.” (p. 40). Als puber had Reve’s De Avonden (1947) grote indruk op gemaakt omdat ik me herkende in de leegte en verveling van de hoofdpersoon en bij dit boek van Musil kreeg ik hetzelfde gevoel, al ben ik nu veel ouder: Musils roman lijkt me psychologisch explicieter en stilistisch poëtischer dan Reve’s roman en natuurlijk een stuk ouder zodat dit puberale onbehagen niet gebonden is aan de jeugd van na de Tweede Wereldoorlog.

Op allerlei manieren bevindt Törless zich in twee tegengestelde werelden die zijn beleving versterken dat hij geen identiteit (meer) dus ziel of karakter heeft: het burgerlijke, geordende leven van zijn ouders vs. het geheime, avontuurlijke leven op de kostschool (dat een eerste vorm krijgt in het relaas over de prostituee die hij bezoekt), het duidelijke maar monotone leven bij daglicht vs. het geheime en mysterieuze leven in de nacht, het uitwendige, sociale en zorgeloze leven vs. het innerlijke leven waar hij worstelt met zijn eenzaamheid en existentiële crisis.

Het relaas over de prostituee is een breekpunt in de roman want daar kantelt het verhaal van het innerlijke leven in een poëtische vertelstijl naar het avontuur in het uitwendige leven in een verhalende stijl en loopt meteen door naar de kern van het verhaal – de chantage en het misbruik van een medescholier (Basini) omdat die geld zou hebben gestolen – dat opvallenderwijs nauwelijks meditatieve gedachten en poëtische opsmuk kent. Waar Törless op een kinderlijk dogmatische wijze meent dat Basini van school gestuurd moet worden, menen zijn twee foute vrienden – hij had ze gekozen omdat hij zich na het verlies van z’n vriendschap met de prins onbestemd voelde en de stoerheid van de jongens duidelijkheid en richting gaf – dat ze Basini moeten gebruiken voor hun eigen heerszucht. Beineberg ontdekte dat Reiting seksueel misbruik maakt van Basini en streeft zelf naar een soort spirituele macht vanuit een quasi-Indiase filosofie of zelfbewustzijn waarin de mens pas mens is als hij het uitwendige verzaakt en lichaamloos één wordt met de kosmos of wereldziel. Zijn theorie dat Basini geen echt mens is omdat hij zich als een slaaf onderwerpt aan Reiting roept bij Törless meditaties op die de oude thematiek aanscherpt: hij herkent de dubbelzinnigheid waar Beineberg over sprak (Basini lijkt een mens maar is slechts een lege vorm) op zijn eigen wijze in de onbevattelijkheid van de ervaring doordat elk woord slechts een schijnwereld schept die ons vertrouwd is maar die de ware werkelijkheid als vreemd achterlaat. Het is deze mystieke ervaring – het oneindige, de stilte, het zwijgen – (vs. de leegheid van het concrete of het woord) dat hem telkens weer verwart en insluit. Tegelijk heeft hij het gevoel dat de verstrikking van Basini door zijn vrienden ook hem verstrikken, dat zijn lot verbonden is met dat van Basini.

Na de meditatieve intermezzo gaat het verhaal verder en ervaart Törless seksuele opwinding vanuit het gevoel van huiver een nieuwe wereld binnen te treden als Reiting en Beineberg Basini afrossen. Achter de verstandelijke wereld vermengt het mystieke gevoelsleven zich nu met een nieuwe erotiek (die anders is dan de meer uitwendige seksualiteit die hij kent van zijn ervaringen met de prostituee) die hem een nieuwe identiteit geeft die hijzelf (nog) niet als de zijne ervaart. Hij besluit de wiskundeleraar op te zoeken in de hoop iets te begrijpen van zijn mystieke ervaringen, nu de wiskunde het oneindige hanteerbaar maakt en een berekening met imaginaire getallen toch een reële uitkomst kan hebben. De leraar wijst hem op een boek van Kant dat hem zijn authentieke identiteit doet ontdekken: hij zal op zoek gaan naar de waarheid die hij in zichzelf moet zoeken. Hij is nieuwsgierig naar Basini, naar zijn gevoelsleven, die hem verleidt – Basini ziet in Törless zijn reddingsboei - met de schoonheid van zijn naakte, jeugdige lichaam waar Törless geen weerstand kan bieden. Voor Törless is het een nieuwe ervaring van zinnelijkheid die hem zal transformeren tot volwassenheid: de roman wijst al vooruit naar de toekomst als de storm in zijn innerlijk is gaan liggen en Törless een esthetisch intellectueel is geworden die – onverschillig jegens de moraal – rijker is geworden door de ervaring en zich slechts bekommert om de groei of intensivering van zijn geest. Maar zijn heimelijke relatie met Basini wordt ontdekt door Reiting en Beineberg waarna het verhaal naar een climax gaat waarbij ook Törless in gevaar komt.

De roman begint met het brengen van Törless naar de kostschool door zijn moeder en eindigt ermee dat de moeder hem er weer afhaalt omdat Törless een overspannen indruk maakte: dit avontuur op de kostschool – waar Törless in een nieuwe omgeving kwam van zijn ouders vandaan en hij zichzelf moest (her)vinden – was zijn tijd van verwarring waarbij het transformeerde van kind naar volwassene. Hij werd verward door een geheim, duister leven dat dingen en gedachten hebben onder de rationele, door de zon verlichte maar dode oppervlakte, maar heeft uiteindelijk geleerd ze als twee, complementaire aspecten van de werkelijkheid op te vatten (ik denk dat zijn grote roman Der Mann ohne Eigenschaften, dat eveneens sterk autobiografisch is maar waar de hoofdpersoon ouder is, op dit punt verder gaat).

De roman onderzoekt bijna op Hegeliaanse wijze de ontwikkeling naar zelfbewustzijn – via zelfvervreemding – onder invloed van een autoritaire, gewelddadige omgeving (volgens Hegel is het individu alleen mogelijk door middel van de ander) waarbij de karakters in het boek zorgvuldig zijn gecomponeerd als de verschillende houdingen die men kan innemen tegenover de ander en zichzelf; als uitdrukkingen van verschillende ideeën zijn het eerder stereotypen dan realistische personages:

Reiting wil macht over de ander; hij is militaristisch en volgens Beineberg wil hij als een Napoleon over anderen heersen. Ik denk dat het eigen is aan jonge mannen om onderling te bepalen wat de hiërarchie is zoals ook apen doen en wellicht wordt dat juist versterkt door een geliberaliseerde samenleving – de 19de eeuw was een eeuw van liberalisering – waarin onder meer de standen niet meer bestaan, kerk en koningshuizen hun macht verliezen en iedereen ‘gelijk’ is: juist dan is competitie mogelijk (en door het liberalisme ook aangemoedigd in de vorm van kapitalisme en meritocratie) welke machtsstrijd makkelijk naar autoritarisme en geweld voert; omgekeerd was de oude standenmaatschappij mede bedoeld om die competitie en dat geweld uit te bannen. Hoe dan ook, leerlingen zijn sowieso formeel gelijk zodat het onvermijdelijk lijkt dat zeker op een kostschool waar de invloed en controle van de ouders ver weg is de op zichzelf aangewezen jongens instinctief elkaar gaan bevechten om te bepalen wie welke positie in de hiërarchie moet hebben waarbij ze in hun puberale ongeremdheid bijzonder wreed tegen elkaar kunnen zijn. Volgens Nietzsche is een misdadiger een ziek gemaakt sterk mens die vanwege de moraal zijn immoreel leven in het geheim moet leiden, maar is er soms een individu – of misdadiger – zo sterk dat hij de veel zwakkere maatschappij overwint en zijn wil oplegt, zoals in het geval van Napoleon (men vergelijke Dostojevski’s personage Raskolnikov die wilde testen of hij een sterk individu is door een oude vrouw te vermoorden). Reiting is waarschijnlijk geen Napoleon maar hij neemt de moraal alvast niet serieus: die kun je aanwenden als het je macht vergroot (voor Nietzsche is de moraal slechts een machtsinstrument van de zwakkere) maar evengoed terzijde schuiven als het je plannen dwarsboomt.

Er wordt wel gewezen op de anticipatie van de nazi’s door het boek en Reiting heeft beslist iets van de SS’er en een interessant aspect van het fascisme hierbij is de klassieke deugd van mannelijkheid die grip heeft op de situatie (zoals Machiavelli’s virtus): juist als een samenleving versplintert, alle kanten op kan waaien en de toekomst onzeker is, ontstaat makkelijk een cultus van mannelijkheid die gepaard gaat met de bepaling van de hiërarchie in een groep schooljongens omdat die rangorde duidelijkheid brengt en het lot van de groep in handen van de sterke leider kan worden gelegd. Veelzeggend en opnieuw de nazi’s anticiperend is ook dat Reiting ten slotte Basini uitlevert aan de klas: Reiting houdt van de ‘massa’ die bloeddorstig elk wezen kan verscheuren maar die Reiting kan manipuleren en voor het eigen karretje kan spannen als de eigenaar van een vechthond (“Ik ben trouwens altijd dol op zulke massabewegingen. Niemand wil speciaal meedoen en toch gaan de golven hoger en hoger tot zij zich boven ieders hoofd sluiten (…) Zoiets te ensceneren schenkt mij een bijzonder genoegen.”).

Beineberg wijst de maatschappij af: hij acht alles wat we op school leren misleiding, hij veracht gewone mensen en is gefascineerd door het hindoeïsme en dan met name de fakirs die hun ziel als het ware bevrijden van hun lichaam. Hij doet mee met de vernederingen van Basini door Reiting door Basini als experiment te gebruiken voor zijn theorieën hetgeen tot nog wredere misbruik leidt. Hij belichaamt zo de door ideologie gedreven tiran (we kunnen de complotdenkers ook in deze groep scharen) die vaak nog wreder en mensverachtender zijn dan de machtsbeluste Napoleons. Hij doet ook denken aan de vreselijke experimenten van nazi-arts Mengele op de ontmenselijkte Joden.

Törless’ afkeer van de dief Basini is – anders dan bij Reiting en Beineberg – moreel van karakter en in die zin zoals de maatschappij verwacht van een goed burger, al drijft hij in zijn puberale ongeremdheid erin door zonder de nuance of vergeving te kunnen opbrengen waartoe zijn ouders hem adviseren. Hij is te gevoelig om mee te doen aan de martelingen van Basini en hij begrijpt het nut er ook niet van; de roman suggereert dat hij homoseksueel is – hij heeft zich zelfs altijd een meisje gevoeld en bezit dus niet de vereiste mannelijkheid, ook al lijken Reiting en Beineberg hem te accepteren – en hij wordt zelfs verliefd op Basini die zich aan hem vastklampt omdat hij bij Törless iets zachts voelt. Maar als die verliefdheid verdwijnt doordat Basini te dichtbij komt – alle werkelijkheid die te dicht bij komt en daarmee concreet wordt is een teleurstelling voor de dromer en estheticus Törless – neemt hij afstand, ook van het lijden van Basini: zijn houding is ‘doe met Basini wat jullie willen maar laat mij er buiten’. Tegelijk zegt Basini dat Törless hem meer kwetst dan de anderen: Törless heeft immers meer psychologische diepgang waarmee hij onbedoeld Basini dieper of gevoeliger kan kwetsen, temeer nu er ook een verhouding van affectie en vertrouwen tussen hen is. Törless is vooral de kunstenaar die met zichzelf bezig is en als intellectueel de wereld slechts observeert maar die ook wat doet denken aan de Duitse bevolking die bewust wegkeek bij de nazi-misdaden.

Basini is het slachtoffer van Reiting en Beineberg die hem gebruiken om totale macht over hem te krijgen. Hij schikt zich in de onderste positie in de hiërarchie die Reiting hem toebedeelt om welk gebrek aan karakter Törless hem veracht. Basini is de tevreden bediende die zijn belagers zelfs als zijn vrienden ziet omdat ze met hem bezig zijn dus hij hun aandacht krijgt. Alle personages zijn eenzaam op de kostschool en Basini kiest de weg van de minste weerstand om zich niet eenzaam te voelen; hij acht de seks niet problematisch (mogelijk is hij ook homoseksueel en juist daarom het geliefde slachtoffer voor Reiting en Beineberg) en de vernedering dat hij ertoe gedwongen wordt probeert hij weg te poetsen door ermee in te stemmen. Hij illustreert hoe slachtoffers van misbruik zich afhankelijk maken van hun daders en zij niet alleen van de dader maar ook van zichzelf verlost moeten worden. Pas als Reiting de klas tegen hem opzet en het geweld te extreem wordt, maakt hij er een einde aan door zich aan te geven waardoor hij van school wordt gestuurd en ontsnapt aan zijn afhankelijke positie. Reiting en Beineberg, die Basini chanteerden met het aangeven van zijn diefstal, weten alle schuld op Basini te leggen en krijgen geen straf; Törless maakt zo’n verwarde, overspannen indruk dat de directeur zijn ouders vraagt hem van school te halen. De moraal is dan ook niet optimistisch en waarschijnlijk universeel: de pesters, de machtswellustigen gaan vrijuit terwijl hun slachtoffers, voor het leven zijn getekend, nog eens worden gestraft.

Maar bovenal is Die Verwirrungen des Zöglings Törleß een (sterk autobiografische) Bildungsroman: een gevoelige maar ook eenzame puberjongen met veel fantasie (sterke verbeeldingskracht) raakt in de war door het ontluiken van zijn seksualiteit op een kostschool waar hij getuige is van misbruik en geweld, vindt affectie bij een andere jongen maar overwint deze verwarrende fase: hij leert de dingen te accepteren zoals ze zijn (dat ze anders zijn ver weg als het zijn verbeelding prikkelt dan als ze dichtbij komen waar ze de ervaring doodslaan), laat de verwarrende ervaringen achter zich en wordt volwassen. Zijn heftig gevoelsleven wordt sterk uitgebeeld door de evenzeer sensitieve auteur/verteller die voor elke ervaring eindeloos veel prikkelende metaforen geeft waardoor het ook voor de lezer een bijkans psychedelische, verwarrende ervaring wordt. De immoraliteit (de roman was een schandaal toen het verscheen) en esthetische stijl voelt verwant met bv. het estheticisme van Oscar Wilde; de overdaad aan prikkels, gedachten en associaties maakt het verhaal opzettelijk wat overwoekerd wat het volgen van het verhaal wat stroef maakt maar deze ook zeker verfraait en verdiept (daarbij heb ik wellicht ook niet de beste vertaling gelezen: ik heb de indruk dat Frank Diamand het boek ietwat heeft herschreven, hetgeen al blijkt uit zijn vertaling van de titel: ‘De ervaringen van de jonge Törless’, en de zinnen alleen maar hoekiger heeft gemaakt). In elk opzicht, zowel qua stijl als qua inhoud, heeft het boek een bijzondere diepgang waarmee Musils eerste roman meteen een meesterwerk is.

avatar van mjk87
3,5
Meer een roman voor het verstand dan voor het hart. Musil toont vrij goed hoe machtsverhoudingen kunnen liggen, hoe men daarin mee kan gaan, hoe omstanders ermee om kunnen gaan en eindigt met een vrij cynisch wereldbeeld. Op dat vlak, dat de filosoof hierboven wat uitgebreider heeft uitgewerkt, werkt de roman erg goed.

Hoewel boeiend, greep het boek me niet bepaald. Mogelijk door de mooie zinnen die het lezen waard zijn (en je ook in een zeker rustig ritme drukken) maar die ook iets te veel nadruk leggen op zichzelf en mij als lezer op een afstand houden, mij nooit helemaal het verhaal in laten glijden. Niettemin slaat het oordeel ruim positief uit al met al. 3,5*.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 12:48 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 12:48 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.