Van sommige schrijvers begrijp je niet goed waarom ze in hemelsnaam ooit populair zijn geworden. Van andere begrijp je het maar al te goed. Robert Harris is zo’n schrijver uit de laatste categorie. Hoewel zijn boeken – meest historische fictie – sterk verschillen, kennen ze een aantal aantrekkelijke elementen die steeds terugkomen. Een spannende plot en een vloeiende schrijfstijl zijn er twee van. Maar het aantrekkelijkste element is dat hij een verdwenen of onbekende wereld laat herleven door geloofwaardige, vaak weinig bekende details.
Mooi voorbeeld hiervan is Conclave, zijn boek over een pausverkiezing. Niemand van ons heeft het ooit meegemaakt (hoop ik), maar door Harris is het toch net alsof je er zelf bij bent en geniet je van de bijzondere details die er bij zo’n verkiezing aan te pas komen. Met als bonus dus die schrijfstijl en de spannende plot. Ditzelfde geldt voor zijn Romeinse Cicero-trilogie. De plot is spannend (maar bekend), maar de stijl, de hoofdpersoon en de vele onbekende details van het alledaagse Rome maken het een feest om te lezen.
En waarom nu deze oeverloze intro bij de roman Agrippa, deels over het Rome ten tijde van Cicero? Omdat Harris in dit boek dat ene belangrijke element vergeet. Ik heb tijdens dit boek weinig nieuws geleerd over het dagelijks leven in Rome. Waar het gaat om minder bekende details, kom ik niet verder dan een geweldige omschrijving van de Egyptische boten tijdens de zeeslag bij Actium. Maar verder?
Dat zou zo erg nog niet zijn, als in ieder geval de plot voor wat spanning zorgt. Maar hier krijgen we voornamelijk de verhalen te lezen die we al kennen uit series (I Claudius, Rome, Domina) en uit boeken, waaronder de Cicerotrilogie. We zien Ceasar weer eens de Rubicon oversteken, Marcus Antonius als een blok vallen voor Cleopatra en Octavius zichzelf promoveren tot Augustus. Het enige verrassende element, waarvoor zelfs spoileren te veel eer is, is niet erg geloofwaardig of interessant.
Gelukkig zijn er dan nog de vloeiende stijl en de overtuigende, maar dus niet heel originele, beschrijving van Rome en zijn inwoners. Belangrijkste thema is hoe macht persoonlijke relaties erodeert of compleet vernietigt, in dit geval vooral de relatie tussen de oude vrienden Agrippa en Octavius. Hoewel Harris ook hier niet zo heel veel over te melden heeft, zorgt het perspectief van hoofdpersoon Agrippa ervoor dat we in ieder geval een personage hebben om mee te sympathiseren. Terwijl onze Cicero het verstand en de politieke geslepenheid van Rome belichaamde, hebben we met Agrippa het Romeinse hart en de Romeinse spieren te pakken. Waarmee het Romeinse plaatje nu aardig rond is.
Zeker niet slecht dus, maar ietsjes minder dan waarop ik had gehoopt. Mocht Harris ooit weer naar Rome terugkeren, dan liever naar een iets minder bekend tijdvak. Maar Harris kennende krijgen we nu iets heel anders. Met een goeie plot, mooie schrijfstijl en hopelijk weer wat onbekende details.