menu
poster

Levend Hongarije: Reisnotities - Theun de Vries (1952)

mijn stem
geen stemmen

Nederlands
Reis / Politiek

110 pagina's
Eerste druk: Nieuw Hongarije, Den Haag (Nederland)

In 'Levend Hongarije' doet Theun de Vries verslag van een reis door Hongarije in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van persoonlijke indrukken en ontmoetingen schetst hij een beeld van een land dat zich onder socialistisch bestuur ingrijpend ontwikkelt. Hij bezoekt onder meer Boedapest, industriële nieuwbouwprojecten, landbouwbedrijven, onderwijsinstellingen, musea en culturele voorzieningen, en besteedt aandacht aan de wederopbouw, industrialisatie en modernisering van het land. De Vries beschrijft zowel het dagelijks leven als de maatschappelijke veranderingen die hij tijdens zijn reis waarneemt. De reisreportages vormen daarmee een momentopname van Hongarije in een periode van politieke en economische transformatie en laten zien hoe de auteur de idealen, ambities en resultaten van het naoorlogse socialistische Hongarije interpreteert.

zoeken in:
avatar van Raspoetin
Te lezen op Delpher.

avatar van Raspoetin
Theun de Vries kreeg de twijfelachtige eer om, naar aanleiding van zijn boek Levend Hongarije, onder de titel 'De huursoldaat van de vrede. Een studie in volksdemocratie' te worden opgenomen in Hermans' beruchte polemiekbundel Mandarijnen op Zwavelzuur (1964). Ook Max Pam nam deze polemiek op in zijn bloemlezing Niet uit kwaadaardigheid. De scherpste polemieken van Willem Frederik Hermans (2005). De Vries werd daarmee letterlijk "op zwavelzuur gezet".

De Vries was een overtuigd communist en sprak zich in Levend Hongarije opvallend positief uit over het communistische Hongarije. Volgens Hermans gedroeg hij zich als een fellow traveller: een westerse intellectueel die zich tijdens twee door het regime georganiseerde reizen liet fêteren en vervolgens een weinig kritische lofzang op het land schreef.

Hermans' aanval behoort tot zijn meest geslaagde polemieken. Zozeer zelfs dat Karel van het Reve ooit opmerkte dat je, nadat je Hermans' stuk had gelezen, nauwelijks nog aan Theun de Vries kon denken zonder onmiddellijk ook aan die polemiek te denken.

Hermans opent zijn aanval door de spot te drijven met De Vries' gewoonte zich na de oorlog te laten aankondigen als "hij die zeven maanden in het concentratiekamp Amersfoort had gezeten". Volgens Hermans verleende De Vries zichzelf daarmee een onaantastbaar moreel gezag, alsof die gevangenschap een bewijs vormde van inzicht en gelijk. In Hermans' woorden:

"Een maand, of zelfs een week concentratiekamp, is een geschikt surrogaat voor kennis, ervaring en genialiteit, want zij die door de Duitsers het zwaarst getroffen zijn, kunnen hun mond niet meer opendoen omdat zij het immers niet hebben overleefd."

Vervolgens legt Hermans met zijn gebruikelijke sarcasme bloot wat hij ziet als de dubbele moraal van De Vries. Terwijl deze zich terecht opwierp als slachtoffer van het nationaalsocialisme, toonde hij volgens Hermans een opvallende mildheid tegenover de misdaden van de Sovjet-Unie. Dat leidt tot een van de felste passages uit de polemiek:

"Hij was blij dat nu de Duitsers verslagen waren, tenminste de Russen nog concentratiekampen in ere hielden. Zelfs personen die allang overleden waren, zou hij de zegen van de dwangarbeid nog deelachtig hebben willen doen worden, hij die 'zeven maanden in het concentratiekamp Amersfoort had gezeten.' Hij zei dat het heel gezond geweest zou zijn voor Slauerhoff als de Russen hem kanalen hadden laten graven in Siberië. Geen betere medicijn denkbaar voor een destructieve dichter met zwaarmoedige buien! De vredelievende man likte zijn lippen af bij dat denkbeeld."

Hermans voert de aanval vervolgens verder op door De Vries neer te zetten als iemand die niet alleen zijn eigen landgenoten afvalt, maar zich bovendien leent voor de propaganda van een totalitair regime. Nadat De Vries met zijn gezin enkele weken op uitnodiging van de communistische Hongaarse autoriteiten door het land had gereisd, publiceerde hij Levend Hongarije, een uitgesproken positief reisverslag. Daarin beklaagt hij zich erover dat hij in Hongarije nauwelijks Nederlandse schrijvers onder de aandacht kan brengen:

"Ik kon het alleen maar betreuren, niet in staat te zijn een hele reeks van namen te noemen, die in Nederland een vooruitstrevende realistische literatuur helpen bevorderen."

Voor Hermans verraadt juist die passage De Vries' eigenbelang. Zijn sarcastische reactie behoort tot de geestigste uit de polemiek:

"Betreuren, Theun? Maar anders zouden ze je immers toch maar in de weg staan? Als het er tientallen waren, honderden? Dan zou jij toch zeker niet het monopolie hebben achter het IJzeren Gordijn? Toe nou Theun, droog je tranen en vertel verder."

De ironie is duidelijk: volgens Hermans profiteert De Vries er juist van dat híj de Nederlandse schrijver is die door het Hongaarse regime wordt omarmd, vertaald en gepromoot.

Hermans besluit de polemiek met een onthutsend beeld. In de boekuitgave is een persfoto opgenomen van opgehangen slachtoffers van communistisch geweld in Boedapest, voorzien van het cynische onderschrift:

"Execution of communist enemies in Budapest. Just a slip, the hangman said."

De afbeelding fungeert als een wrang commentaar op De Vries' bewondering voor het communistische Hongarije. Zij plaatst diens optimistische reisverslag tegenover de politieke werkelijkheid die volgens Hermans bewust werd genegeerd.

Opmerkelijk is bovendien het tijdstip waarop de polemiek oorspronkelijk verscheen. De tekst werd in 1955 gepubliceerd in Podium, dus nog vóór de Hongaarse Opstand van 1956 en de gewelddadige Sovjetonderdrukking daarvan. Achteraf krijgt Hermans' kritiek daardoor een bijna profetische lading. Hij viel de vergoelijking van het communistische regime al aan voordat de gebeurtenissen in Boedapest voor een groot deel van de West-Europese intellectuele wereld een keerpunt vormden.

Voor Hermans was Theun de Vries dan ook meer dan een individuele tegenstander. Hij gold als het prototype van de mandarijn: de schrijver die zijn morele gezag inzet om een ideologie te legitimeren en daarvoor door het establishment wordt beloond.

avatar van Wandelaar
Overduidelijk is dit een heel 'fout' boekje van de Vries. Kritiekloos maakte hij deze reclamebrochure voor het Hongarije van Rákosi, die een stalinistisch beleid voorstond, gericht op industrialisatie en met harde repressie.
De Vries, hier zo heel hartelijk ontvangen en met zijn gezin in een luxe hotel gestationeerd, kende geen Hongaars en was geheel afhankelijk van het 'hartelijke ontvangstcomité' en de tolken, die hem de hoogtepunten van hun revolutie lieten bewonderen en iedere eigen bewegingsvrijheid ontnamen.

Het regime zou in 1953, na de dood van Stalin, veranderen in een gematigder socialisme, onder leiding van Imre Nagy, die tenslotte in 1956 de leiding gaf aan de Opstand, die vervolgens hard werd neergeslagen. Nagy werd ter dood gebracht. Of de Vries ook gematigder communisten, uit de kring van Nagy gesproken heeft, wordt uit dit boekje niet bekend.

Fout dus, maar de kritiek van W.F. Hermans is toch echt misplaatst en smakeloos. Zelf verroerde Hermans geen vin tegenover de Duitse bezetter in de oorlogsjaren en de kampervaring van De Vries op deze manier afdoen als eer behalen is beneden peil. Leuk is zijn sarcasme zeker niet. Wel onthult het een trek van zijn persoonlijkheid. Hermans verklaarde zijn afzijdigheid in de oorlog met zijn bekende kritiek op het amateurisme van de illegaliteit.

Theun de Vries was communist uit sociaal oogpunt. Hij kwam uit Feanwâlden (Veenwouden) in de Friese Wouden. De keuze voor het communisme was daar geen uitzondering, zoals ook in Oost-Groningen. De strijd van de in bittere armoe levende boerenarbeiders tegenover de rijke herenboeren was de bron van deze keuze. In feite stond de arbeidersbevolking met de rug tegen de muur. Afgelopen maanden heb ik de streek, geboortestreek van mijn grootouders, bezocht en dan valt op hoe klein de arbeidershuisjes, de roodstenen Wâldhúskes, afsteken tegen de rijke staten, die je vooral in Groningen nog veel aantreft. Dat zijn groteske paleizen, burchten van macht, van steenrijke families, inmiddels veelal verarmd en verlaten overigens. De tegenstellingen op het platteland waren enorm en de gevestigde liberale en confessionele partijen deden in die decennia niets voor de landarbeiders en hielden loonsverhogingen tegen.
Het communisme van De Vries vond daar zijn wortel. Een heel ander milieu ongetwijfeld dan dat waarin W.F. Hermans opgroeide.

De Vries heeft inderdaad, deels terecht naar mijn mening, te lijden gehad onder de Koude Oorlog. Hij zat in de foute hoek. Waren hem eerder de ogen open gegaan, zoals bij Karel van het Reve, dan had hij meer respect ontvangen. Er is toch wel een belangrijk verschil tussen steun geven aan de totalitaire praktijken van de U.S.S.R. en zijn satellieten, en het nastreven van een rechtvaardige samenleving waarin niet het grootkapitaal de dienst uitmaakt, maar de werkende klasse (onvermijdelijk hier van klassen te spreken, helaas). Binnen de CPN bestond die nuance niet. Communist zijn, was trouw aan Moskou. Dat veranderde.

De communistische partij bestaat als lokale partij nog steeds in enkele plaatsen in Friesland en Groningen en deed onlangs mee met de gemeenteraadsverkiezingen als NCPN (en VCP). Ik heb de affiches zien hangen bij mijn bezoek aan Finsterwolde en omgeving afgelopen voorjaar. Het heeft mijn voorkeur niet, maar begrijpen doe ik het wel.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 22:10 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 22:10 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.