Overduidelijk is dit een heel 'fout' boekje van de Vries. Kritiekloos maakte hij deze reclamebrochure voor het Hongarije van Rákosi, die een stalinistisch beleid voorstond, gericht op industrialisatie en met harde repressie.
De Vries, hier zo heel hartelijk ontvangen en met zijn gezin in een luxe hotel gestationeerd, kende geen Hongaars en was geheel afhankelijk van het 'hartelijke ontvangstcomité' en de tolken, die hem de hoogtepunten van hun revolutie lieten bewonderen en iedere eigen bewegingsvrijheid ontnamen.
Het regime zou in 1953, na de dood van Stalin, veranderen in een gematigder socialisme, onder leiding van Imre Nagy, die tenslotte in 1956 de leiding gaf aan de Opstand, die vervolgens hard werd neergeslagen. Nagy werd ter dood gebracht. Of de Vries ook gematigder communisten, uit de kring van Nagy gesproken heeft, wordt uit dit boekje niet bekend.
Fout dus, maar de kritiek van W.F. Hermans is toch echt misplaatst en smakeloos. Zelf verroerde Hermans geen vin tegenover de Duitse bezetter in de oorlogsjaren en de kampervaring van De Vries op deze manier afdoen als eer behalen is beneden peil. Leuk is zijn sarcasme zeker niet. Wel onthult het een trek van zijn persoonlijkheid. Hermans verklaarde zijn afzijdigheid in de oorlog met zijn bekende kritiek op het amateurisme van de illegaliteit.
Theun de Vries was communist uit sociaal oogpunt. Hij kwam uit Feanwâlden (Veenwouden) in de Friese Wouden. De keuze voor het communisme was daar geen uitzondering, zoals ook in Oost-Groningen. De strijd van de in bittere armoe levende boerenarbeiders tegenover de rijke herenboeren was de bron van deze keuze. In feite stond de arbeidersbevolking met de rug tegen de muur. Afgelopen maanden heb ik de streek, geboortestreek van mijn grootouders, bezocht en dan valt op hoe klein de arbeidershuisjes, de roodstenen Wâldhúskes, afsteken tegen de rijke staten, die je vooral in Groningen nog veel aantreft. Dat zijn groteske paleizen, burchten van macht, van steenrijke families, inmiddels veelal verarmd en verlaten overigens. De tegenstellingen op het platteland waren enorm en de gevestigde liberale en confessionele partijen deden in die decennia niets voor de landarbeiders en hielden loonsverhogingen tegen.
Het communisme van De Vries vond daar zijn wortel. Een heel ander milieu ongetwijfeld dan dat waarin W.F. Hermans opgroeide.
De Vries heeft inderdaad, deels terecht naar mijn mening, te lijden gehad onder de Koude Oorlog. Hij zat in de foute hoek. Waren hem eerder de ogen open gegaan, zoals bij Karel van het Reve, dan had hij meer respect ontvangen. Er is toch wel een belangrijk verschil tussen steun geven aan de totalitaire praktijken van de U.S.S.R. en zijn satellieten, en het nastreven van een rechtvaardige samenleving waarin niet het grootkapitaal de dienst uitmaakt, maar de werkende klasse (onvermijdelijk hier van klassen te spreken, helaas). Binnen de CPN bestond die nuance niet. Communist zijn, was trouw aan Moskou. Dat veranderde.
De communistische partij bestaat als lokale partij nog steeds in enkele plaatsen in Friesland en Groningen en deed onlangs mee met de gemeenteraadsverkiezingen als NCPN (en VCP). Ik heb de affiches zien hangen bij mijn bezoek aan Finsterwolde en omgeving afgelopen voorjaar. Het heeft mijn voorkeur niet, maar begrijpen doe ik het wel.