Ze heeft een grotere boef nodig die haar begrijpt
In het voorwoord van haar boek ‘Probleemkinderen’ geeft Bodine van Someren (verder: Bodine) aan waarom ze heeft gekozen dit boek over de jeugdzorg niet als journalist te schrijven maar vanuit zichzelf. M.i. was dit een goed besluit, ze heeft het bijna tastbaar gedaan. Daar is moed en talent voor nodig laat ik dat voorop stellen. Dat Bodine talenten heeft staat voor mij buiten kijf, ze schrijft toegankelijk en vlot wat niet betekent dat dit een boek is dat je ‘even’ uitleest. Ik heb het regelmatig opzij gelegd om wat afstand te nemen, om te overdenken.
Hoe dan ook zie ik het belang dat mensen met een geschiedenis zoals Bodine meemaakte vertrouwd raken met hun verhaal. Hiermee bedoel ik niet dat het o.k. is wat er gebeurde maar dat het een onderdeel is van het eigen leven. Een geschiedenis die haar tot op de dag van vandaag heeft gevormd, een geschiedenis die met haar meereist.
Veel van wat Bodine schrijft is voor mij herkenbaar, het is niet toevallig dat ik jarenlang in de (g)gz heb gewerkt, ooit begonnen in een grote orthopedagogische instelling. Toen al, begin jaren negentig zag en dacht ik soms: veel kinderen gaan er rotter uit dan ze binnenkomen. Ik denk dat een lezer van dit boek niet alleen hoeft in te zoomen op het gedrag van Bodine. Gedrag waar ik heus wel wat van vind en dat ik regelmatig geen schoonheidsprijs zou geven; het verhaal laat evengoed volop het systeem van (jeugd)hulpverlening zien. De gehanteerde systemen die helaas nog steeds niet veel beter zijn geworden.
Zoals ik al aangaf, Bodines verhaal leest vlot, redelijk feitelijk met beeldende details over het vaderlijk en moederlijk gezin. Bij vader wil stiefmoeder haar niet en wordt Bodine behandeld als een soort Assepoester inclusief lichamelijke- en mentale mishandeling. Haar biologische moeder en stiefvader gebruiken harddrugs waardoor het onveilig en onvoorspelbaar is. Er is verwaarlozing: geen schone en te kleine kleding of er is voor Bodine en halfzusje geen eten. Ze is niet opgegeven voor een nieuwe school, de kat piest alles onder en eet babyhamsters op. Wanneer Bodine uiteindelijk met twee vuilniszakken via Crisisopvang her en der in instellingen geplaatst wordt lees ik wat ze zelf ook schrijft: er volgen bij Bodine manieren van doen die bij een instellingskind horen. 'Instellingskinderen' of 'Probleemkinderen' vind ik trouwens rotwoorden, als een kind ze maar vaak genoeg hoort volgt veelal een een 'selffulfilling propecy'.
Bodine spaart zichzelf hierbij niet, in wezen toont ze zichzelf met haar boek op haar kwetsbaarst. Tegelijkertijd houdt ze eerdergenoemd hulpverlenend Nederland een hele grote spiegel voor: onnodige diagnoses (vaak om geld te ontvangen), vele min of meer gedwongen therapieën danwel behandelingen, elke dag rapportage gesprekken en desnoods een tijdens kamer controle gevonden persoonlijk dagboek doorspelen aan behandelaars. Of wanneer ze eindelijk mag gaan wonen bij pleegouders daar aankomt met zoveel luizen op haar hoofd dat haar pleegmoeder een week dagelijks bezig is de luizen samen met de neten weg te krijgen. In dit gezin werkt het wel goed, ik moet glimlachen bij een uitspraak van de pleegvader die haar ‘Betty Bandiet’ noemt: “Ze heeft een grotere boef nodig die haar begrijpt”.
Zijn hiermee de problemen in Bodines leven opgelost?
Nee, maar de pleegouders tonen wel aan wat kan helpen. Later zal Bodine wanneer ze het weer eens ‘verkloot’ heeft ervaren dat haar pleegouders haar steeds weer deel uit laten maken van hun leven. Dat ze er mag zijn. En net zoals deze pleegouders zullen er gelukkig belangrijke anderen zijn. Bijvoorbeeld een hulpverlener die haar uien leert snijden en een haar een brief schrijft of een politieagente die haar wakker schudt . Natuurlijk eveneens een uitgever die na enkele minuten besluit: ik wil jouw boek uitgeven. Zonder verder nog meer spoilers weg te geven was dat een juiste keuze. Schrijven kan deze dame. Ze is
onverwoestbaar.