Geschenk. Bijdragen van Nederlandsche Schrijvers en Schrijfsters, bijeengebracht ter Gelegenheid van de Nederlandsche Boekenweek 7-14 mei 1932 - C.J. Kelk, A.M.E. van Dishoeck, Cornelis Veth, K.J.L Alberdingk Thijm, Jo van Ammers-Küller, Kees van Bruggen, Marie Joseph Brusse, Cor Bruyn, H.G. Cannegieter, Antoon Coolen, Anthonie Donker, A. den Doolaard, Gerard van Eckeren, Jan Feith, Anna van Gogh-Kaulbach, Jan Greshoff, W.G. van de Hulst sr., D.Th. Jaarsma, Hendrika Kuyper-van Oordt, Top Naeff, Willy Pétillon, Herman Poort, Siegfried E. van Praag, Jacqueline Reyneke van Stuwe, Herman Robbers, Kees Rijnsdorp, F. de Sinclair, M.M. Stiemens-Hopman, Marie Schmitz, Johan van Vorden, Victor E. van Vriesland, Constant van Wessem, Wilma, Alie Smeding en J.P. Zoomers-Vermeer (1932)
Nederlands
Verhalenbundel
Autobiografisch / Kunst en Cultuur
168 pagina's
Eerste druk: Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels,
Amsterdam (Nederland)
Boekenweekgeschenk 1932. Voor dit eerste boekenweekgeschenk hebben de samenstellers Kelk, Van Dishoeck en Veth auteurs uit “alle takken der letterkunde” een vijftal vragen voorgelegd. “I. Hoe kwaamt ge tot het schrijven van uw eerste boek? II.Voor welk uwer boeken hebt ge een voorliefde en om welke reden? III. Wilt ge ons iets vertellen van uw liefhebberijen? IV. Wilt ge ons reeds iets ontsluieren omtrent uw toekomstplannen? V. Hoe denkt u over onzen modernen tijd?” Niet alle aangeschrevenen reageerden en sommige respondenten gingen niet op de vragen in en stuurden een romanfragment in. Jan Greshoff maakt zich onder meer vrolijk over de formulering van de vraagstelling: “kwáámt!” Journalist M.j. Brusse schreef als jongeling een reeks feuilletons over de Zandstraat, de rosse buurt van Rotterdam, die in 1932 al plaats gemaakt had voor het stadhuis. Zijn uitgever stelt voor om e.e.a te bundelen onder de titel ‘Godsdienst in de Zandstraat’ en om “Dr. Abraham Kuyper, den van God gegeven leider van de Mannenbroeders” te vragen een ‘voorrede’ te schrijven. Brusse vindt het prima en stuurt een verzoek daartoe aan de theoloog/staatsman, alleen wel met bijvoeging van het verkeerde manuscript… Gerard van Eckeren beperkt zich tot het beantwoorden van vraag II en vertelt hoe zijn roman ’Ida Westerman’ ontstaan is. De grootste liefhebberijen van A. den Doolaard? Als hij nog eens echt vakantie krijgt zou hij desnoods kruipend naar de Alpen gaan om gletsjertochten per ski te maken boven de drieduizend meter. De moeder van Antoon Coolen kon zo suggestief vertellen, dat je geloofde dat ze het vertelde zelf had meegemaakt. Later kwam de auteur erachter dat die verhalen in boeken stonden en begon hij uit het hele huis meegesleepte boeken in zelf van lege vermicellikisten gemaakte boekenrekken te plaatsen.
