In oktober 2014, enkele weken voor zijn negentigste verjaardag, verscheen van de bekende theoloog en ethicus Harry Kuitert dit werk, dat tevens zijn laatste boek zou worden. Zoals biograaf Gert. J. Peelen schreef: ‘In dit boek rekent hij definitief af met het instituut waaraan hij zijn hele werkzame leven wijdde. Kuitert zelf beschouwt het boek als een wake-upcall voor de kerken. In plaats van kerkverlaters de schuld te geven van de leegloop van de kerken, zouden de kerken beter eens in de spiegel kunnen kijken. Het concept kerk vertoont in zijn optiek een ernstige constructiefout, namelijk het idee dat de kerk zichzelf ziet als spreekbuis van Boven en hieraan een moreel oordeel over de wereld denkt te kunnen ontlenen. Daarmee heeft de kerk gelovigen van hun vrijheid beroofd.’
De rode draad door het hele werk van Kuitert, sinds de jaren zestig, was immers: de gelovige vrijmaken van dwang. En kerkelijk gezag, met de bijbel in de hand, ontaardt volgens theoloog Kuitert maar al te snel in allerlei vormen van dwingelandij en onderdrukking. Maar daarmee geeft hij geen vrijbrief voor ongeremde spiritualiteit. Het moet nog wel kloppen met de ervaring en de traditie. Voor de kerk betekent dat trouw blijven aan die eigen traditie, zonder de kerkganger te belasten met geloven op gezag. Een vorm van gezag die hij binnen zijn gereformeerde kerken van jongs af aan had meegemaakt.
Voor velen binnen deze kerken, maar ook onder katholieken, voelde dat losmaken van gezag als een bevrijding. Maar veel van zijn boeken waren polemisch en scherp. Dat kwam hem uiteraard ook op kritiek te staan. Die prikkelende rol zocht hij doelbewust. Wat dat betreft is dit boek, ondanks de vlijmscherpe titel, een stukje persoonlijker en milder van toon.
Een recensent van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten schreef over dit boek:
‘In Kerk als constructiefout zien we gelukkig weer een andere Kuitert. Tussen de theologische verhandelingen lezen we persoonlijke zinnen van een man die ongerust is over de toekomst van de kerk (...) Wie dit boek gelezen heeft, kan een hoop boeken van Kuitert weggooien. Dit inspirerende en hoopgevende werk vervangt moeiteloos de zure werken.’
De protestantse dominee Bert van Altena (1963) is in zijn recensie kritisch op het boek en verwijt Kuitert te manipuleren met argumenten waarmee het gelijk steeds aan zijn kant blijft. Hij concludeert dan ook: ‘Voor wie vandaag de dag, in of buiten de gevestigde kerk, zoekt naar eigentijdse en aansprekende vormen om de traditie over te dragen, heeft dit boekje niets te bieden. Kuitert vecht tot zijn laatste snik, maar zijn tragiek is dat het steeds meer een achterhoedegevecht geworden is.’
Enkele jaren na het verschijnen van dit boek overleed de schrijver. Het einde van een tijdperk.