Rembrandt, De Monsters en Andere Verzen - Gerard den Brabander (1980)
Nederlands / Hongaars
Gedichtenbundel
Autobiografisch / Psychologisch
63 pagina's
Eerste druk: Pegasus,
Amsterdam (Nederland)
Tijdens opruimwerkzaamheden van het archief in 1978 vond men bij uitgeverij Pegasus tussen andere paperassen het handschrift van een bundel gedichten geschreven door Gerard den Brabander, vergezeld van een inmiddels vergeeld contractje uit 1955. Deze gedichten bleken niet in Den Brabanders ‘Verzamelde gedichten’ uit 1966 te staan en werden, voorzien van een uitgebreid voorwoord van Theun de Vries, in 1980 alsnog gepubliceerd. In de bundel vinden we naast enige politieke gedichten en enkele bespiegelingen over God en godsdienst werk dat getuigt van verloren of tevergeefs begeerd geluk, een bitter levensgevoel dat zich deels als cynisme en deels als wanhopige onmacht uit. Er zijn schrijnende zelfportretten, er is vervreemding en de liefde is vaak een kwelling. Zo is er een ballade, opgedragen aan een cabaretière die niets meer van zich liet horen. De dood wordt gepeild in een grafschrift en een in memoriam voor vriend Johan van Deventer. De gedichten zijn ingebed tussen een gedicht dat geïnspireerd is door ‘Rembrandt’ (het debuut van Theun de Vries) en vertalingen van klassieke Hongaarse poëzie van Sándor PetÅ‘fi en János Arany.
