Het is alweer zes jaar geleden dat Douglas Stuarts Shuggie Bain uitkwam, maar als ik aan dat debuut terugdenk breekt mijn hart direct weer in duizend stukjes. De opvolger Young Mungo vond ik vergeleken met die prachtige eerste roman behoorlijk tegenvallend, maar nu met John, Zoon van John heeft Stuart opnieuw weer een ijzersterke roman geschreven die de beklemming van een klein Schots eiland extreem voelbaar maakt.
John Callum, roepnaam Cal, keert na zijn studie aan de kunstacademie platzak terug naar het Schotse eiland waar hij opgegroeid is. Zijn vader John is een belangrijk figuur in de presbyteriaanse gemeenschap en hekelt de manier waarop zijn zoon eruitziet en zich gedraagt. De spanning loopt op tot gevaarlijke en gewelddadige hoogten, niet in de laatste plaats omdat vader en zoon allebei grote geheimen met zich meedragen. Maar geheimen zijn op het eiland nooit echt veilig voor een gemeenschap waar iedereen in de pas moet lopen en iedere afwijking gezien en besproken wordt.
Geheimen
John, Zoon van John is slim geschreven, in die zin dat het verhaal enkele wendingen kent die het perspectief van de lezer op de kop zetten. Dat gaat dan vaak over geheimen die Cal of zijn familieleden met zich meedragen, maar die opeens algemeen bekend blijken te zijn. Hierdoor verschuiven de verhoudingen tussen de personages voortdurend, wat een zekere fijne spanning met zich meebrengt.
Beide hoofdpersonages vond ik behoorlijk onsympathiek. Ze zijn niet eerlijk tegen zichzelf, tegen de ander, tegen hun omgeving en ze doen soms verschrikkelijke dingen zonder erbij na te denken. Gezien de gemeenschap waar ze toe behoren kon ik me er echter wel wat bij voorstellen. Ze zijn vaten vol opgekropte emotie, vol weggestopte behoeften in een wereld waar het vooral niet de bedoeling is om jezelf te zijn. Volledige onderwerping aan God en Zijn regels is het enige wat ertoe doet.
Genadeloos
Naast religieuze onderwerping is de onderwerping aan de genadeloze natuur en het genadeloze klimaat ook een heel groot thema in dit boek. De wind jaagt over het eiland heen en door het huis heen, de kou is een kou waar je je maar heel moeilijk tegen kunt wapenen. Op de kliffen en in de onherbergzame natuur zit een ongeluk bovendien in een klein hoekje. Het is nauwelijks voor te stellen dat hier mensen wonen, zeker wanneer steeds weer duidelijk wordt dat ze met hun werk nauwelijks genoeg verdienen om rond te kunnen komen.
Waar Shuggie Bain indruk maakte met een aaneenschakeling van heftige gebeurtenissen en schokkende maar prachtig geschreven scenes, maakt John, Zoon van John vooral indruk door de sfeer die van het verhaal uitgaat. Ik was voor enkele dagen totaal onderdeel van het ruwe leven op dit Schotse eiland. De kilte en de hardheid van de natuur én van de gemeenschap maakten dit tot een zeer beklemmende leeservaring waarbij ik constant dacht: ik ben zo blij dat ik daar niet woon! Toch ben ik maar wat blij dat Stuart me deze uithoek van de wereld in zijn volle lelijkheid heeft getoond. Een nominatie voor de Booker Prize lijkt me op zijn plek.
blogpost