En daar zat ik naast
Zaterdag nog, las ik in de bijlage van dagblad Trouw Tijdgeest een interview met van Dis van zes pagina’s.
Eerder knipte en plakte ik een aantal recensies en interviews om ze hier op de site te plakken. Achteraf vind ik het jammer, dat ik ze gelezen heb.
Ik denk nu dat ik liever alleen
Alles voor de reis op zichzelf staand had gelezen. Soms kan zoveel aandacht voor een boek teveel zijn al begrijp ik best dat publiciteit een vrijwel onontkoombaar gegeven is, zeker wanneer het een bekende auteur betreft die zijn sporen inmiddels heeft verdiend.
In dit laatste boek vertelt Adriaan van Dis over zijn liefde voor Eefje, de echtgenote van een Ander.
Een verhaal over een langdurende liefde in de ‘We’ vorm beschreven waarbij ‘we’ Eefje en de verteller betreft.
Door te kiezen voor snel lezende korte en langere stukjes herinneringen, het vluchten in denkbeeldige reizen, met tussenstops in de hospice waar Eefje verblijft, ontstaat een intiem samenzijn met treffende details. Ik dacht aan een programma van lang geleden
Mensen zoals jij en ik. Precies daarom hoefden bij nader inzien die recensies en vooral interviews niet voor mij. Ze verstoren en vertroebelen min of meer de opgeroepen beelden, van het fantasie kind aan wie het boek is opgedragen bijvoorbeeld; van reizen, nog nooit aan elkaar vertelde geheimen, van elkaars hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Een verhaal over sterven en verliezen. Hoe het is om een schaduwgeliefde te zijn. Als Eefje gebeld werd bijvoorbeeld:
‘Nee, ik ben alleen.’
En daar zat ik naast. Uitgegumd. En ik pikte het.
En waarom? Dat was de prijs die ik betaalde voor mijn geluk. Voor ons geluk. We hadden het toch heerlijk samen! Wat ging het anderen aan?
3,5*