André Malraux schreef zijn roman 'La condition humaine', vertaald door zijn Nederlandse vriend Edgar du Perron als 'Het menselijk tekort.' Een mooie inspirerende titel. Dit boek van Midas Dekkers, allereerst bioloog, dan filosoof, causeur en schrijver, is een uitnodiging tot beleven van het gewone, zo ongewone leven. Dekkers is een taalfijnproever die speelt met woorden en betekenissen en zijn zelfbedachte en zelf gevonden diepzinnigheden op het papier werpt, alsof het hem de minste moeite kost. Maar als ik de literatuurlijst achterin het boek zie, merk ik op hoe dit alles weer een stuk handwerk is waar heel wat transpiratie aan te pas is gekomen.
Dekkers, die zo luchtig schrijft, heeft iedere zin tegen het licht gehouden.
Een boek, dat zich kan meten met zijn grote werk 'De vergankelijkheid' uit 1997. Alleen de plaatjes ontbreken deze keer. Geen probleem. Die plaatjes vormen zich in je hoofd, waar het je na een paar hoofdstukken wel even gaat duizelen. De schrijver zet ook de lezer aan het werk, hoe onderhoudend zijn toon ook is. Badinerend vaak, vol zelfspot en humor schiet hij met scherp op overtuigingen die met de natuur van de mens in strijd zijn. Vooral de godsdienst komt aan bod. Opvallend vaak heeft Dekkers het over de Schepper, die een hoofdletter krijgt toebedeeld. De bijbel leest hij, zoals opvalt, in de oude vertaling. De zin van het leven? Die is er niet. Het leven zelf is al prachtig genoeg. En dat mensen volmaakt moeten zijn, is de grootste kwaal van alle tijden. Daar komt alleen ellende van.
"Wees blij met het menselijk tekort. Dankzij onze gebreken hoeven we ons nooit te vervelen. Het tekort is er niet om weg te werken, maar om te koesteren. Als schlemiel is de mens me het liefst."
Een prachtig boek. En laat ik het tegen het eind van het jaar maar zeggen: het mooiste boek van 2025.
PS. Vanwege het menselijk tekort kan ik hier natuurlijk geen 5 sterren aan geven.
