Erg sterk debuut, deze verhalenbundel van Sarah Arnolds. In zeven verhalen, neemt ze je mee in een absurd universum waar een man door zijn partner met een vis geslagen wordt, een vrouw de verkeerde man mee naar huis neemt en een jongedame vrijwillig aanschuift bij een studie Russisch.
De kracht van
Het Gore Lef zit voor mij overigens niet eens in het creatieve van de verhalen, maar veel meer in de sublieme stijl van Arnolds. Ze schrijft licht onderkoeld over alledaagse taferelen en mensen die verlangen om iets of ergens anders te zijn. Door de stijl en thematiek - die subtiel in de verhalen is verweven - krijgen de observaties een prettig soort melancholie. Dit resulteert in een aantal fantastische passages, zoals:
"Eens in de zoveel tijd ga ik koffiedrinken met een man van kantoor. We praten over werk, hij vertelt me hoe ik mijn potentieel ten volste kan benutten, en ik probeer niet te veel te klagen. Wanneer ik hem vertel dat ik binnenkort mijn huis uit moet, zegt hij dat ik mijn netwerk moet aanspreken. Hij zegt dat ik moet gaan hardlopen omdat ik in de rouw ben. Heb je wel eens aan vrijwilligerswerk gedacht? vraagt hij. Je zou iets kunnen doen met oude mensen, suggereert hij, je zou eens per week je volle aandacht kunnen richten op degenen die al in de vertrekhal staan en niet, zoals jij, er middenin. Waar middenin? vraag ik, en hij zegt: Het leven. Maar ik sta niet midden in het leven, ik bevind me in de ventilatieschacht die door het plafond erboven loopt, waar het warm en donker is en ik door het roostertje naar beneden kan kijken zonder dat iemand me ziet."
Of:
"Een tijd geleden zag ik, toen hij aan een tafeltje bij het raam op me zat te wachten en ik hem van achteren naderde, dat hij een kalend plekje op zijn achterhoofd heeft, rond en glanzend als een munt. De zon raakte het aan en ik was ontroerd. In het harde licht dat door de ramen viel maakte hij plotseling een ontzettend weerloze indruk. Het kale cirkeltje zat op een plek waar hij het onmogelijk zelf kan bekijken, tenzij hij een tweede spiegel gebruikt, of iemand vraagt er een foto van te maken. Ik dacht toen nog dat ik op een dag de persoon zou kunnen zijn die de tweede spiegel mocht vasthouden, maar inmiddels geef ik mezelf weinig kans."
Het is knap hoe de minutieus gecomponeerde passages vrijwel nergens gekunsteld aanvoelen, een gevaar dat natuurlijk op de loer ligt. Sommige verhalen zijn niet volledig uitgewerkt en eindigen nogal abrupt, maar dat is Arnolds vergeven.
Hoogtepunten:
Ontspan je, alsjeblieft,
Madrid en
Russisch.