In tegenstelling tot de broers Grimm, die het land afreisden om sprookjes te verzamelen (en ze dan licht herschreven voor het grote publiek), bedacht Andersen zijn sprookjes volledig zelf. Weliswaar geïnspireerd door volksverhalen uit zijn thuisland, Denemarken, maar de uiteindelijke verhalen die hem legendarisch hebben gemaakt, komen allemaal uit zijn koker.
En wat meteen opvalt: Andersens sprookjes zijn bijzonder tragisch. Nu we gewoon geworden zijn aan de versuikerde Disneyvertellingen, is het bijna schokkend om te lezen hoe De kleine zeemeermin écht afloopt. Een wondermooi verhaal, dat barst van de geniale vondsten en de prachtige beschrijven, en dan dat einde...
Een ander meesterwerkje is De sneeuwkoningin. Eigenlijk een allesomvattend verhaal, dat bijna de hele kosmos verklaart, maar toch een diepmenselijk verhaal blijft over de vriendschap (of is het liefde?) tussen twee kinderen.
Lees de verzamelde sprookjes en verhalen van Andersen (de vertaling van Annelies van Hees bij Athenaeum-Polak en Van Gennep is zeer goed). Lees de oerklassiekers (De tondeldoos, Het meisje met de zwavelstokjes, De rode schoentjes, De nieuwe kleren van de keizer), maar ook amper bekende pareltjes als Kleine Klaas en Grote Klaas, een schelmenverhaal vol gitzwarte humor. Je zal merken dat Andersens verhalen tijdloos zijn, en zowel door kinderen als volwassenen kunnen gelezen worden. Geniet van de ironie, de magie, de personages, de prachtige zinnen, de schitterende vondsten. En besef dat Andersen een waar genie was, een meesterverteller met een diep inzicht in het denken en doen van de mens.