Dit boekje van Wil van den Bercken kun je vergelijken met het boekje van Taede A. Smedes:
Thuis in de Kosmos: Het Epos van Evolutie en de Vraag naar de Zin van Ons Bestaan (2018) - BoekMeter.nl. Beide schrijvers zijn van huis uit geen sterrenkundigen of kosmologen, maar houden zich vanuit levensbeschouwelijke interesse bezig met het onderwerp. Niet alleen het ontstaan van de kosmos en de evolutie van het leven worden beschreven, maar ook de zin-vraag, die een typisch menselijke vraag is. Beide schrijvers gaan uit van een evolutionistisch wetenschappelijk model en verwerpen creationisme en 'intelligent design' als verklaringsmodellen. Daarbij benadrukken ze dat echte wetenschap moet erkennen dat veel, heel veel, nog onbekend terrein is. Hoe het leven op aarde ontstond bijvoorbeeld, is nog niet verklaarbaar. De grote getallen en miljarden jaren doen je duizelen.
Het verschil tussen beide auteurs, zit in het plaatsen van de zingevingsvraag. Smedes, hoewel theoloog, noemt zichzelf post-theïst. Hij schrijft: 'Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme'. Niet meer, dus er is een moment geweest dat de schrijver hiervan afscheid genomen heeft. Dat betekent echter niet dat de term 'God' voor hem afgedaan heeft als zingevingsmodel. Hij schrijft: 'Het spoor van God kunnen we vandaag nog slechts ontwaren in het gelaat van de ander ... die ander kan een mens zijn, maar ook een stemloos schepsel.' Opmerkelijk toch weer dat van schepsel gesproken wordt.
Van den Bercken levert geen godsbewijzen, maar ziet, op basis van dezelfde kosmische gegevens, dat er wel degelijk plaats kan zijn voor de Schepper-God, die zich persoonlijk bemoeit met zijn schepping.
'Het heelal als zodanig is zinloos want het eindigt hoe dan ook in zelfvernietiging, hetzij als oneindige donkere koude leegte (bij het zogenaamde open kosmosmodel) hetzij als implosie (bij het gesloten kosmosmodel). Als het heelal een zin heeft, dan moet die komen van een schepper.'
De vraag daarbij is: welke consequenties heeft het wel of niet aanhangen van een godsgeloof voor het denken over de kosmos. En daarmee voor het menselijk samenleven, dat alleen kan bestaan als persoonlijk.
Van één ding raak je in ieder geval overtuigd: de menselijke nietigheid. We zijn gemaakt uit sterrenstof.