Vorig jaar zomer keek ik met veel interesse naar het interview met de Estse schrijfster Sana Valiulina bij het televisieprogramma VPRO Zomergasten, waar ze onder meer uitgebreid sprak over het tragische noodlot van haar vader als Sovjetkrijgsgevange en over wie de filmmaakster Aliona van der Horst de bijzonder mooie en waardige documentaire Turn Your Body to the Sun (2022) heeft gemaakt. Tijdens de uitzending kondigde Valiulina haar boek Waar Alle Wegen Ophouden (2024) aan, waarin ze het onbesproken verhaal van haar vader, Valiulin Sandar, nog eens definitief heeft geboekstaafd.
De lijdensweg van de Sovjetkrijgsgevangenen tijdens en ná de Tweede Wereldoorlog is in de overlevering voor een langere periode een vergeten hoofdstuk geweest. Dit komt vooral omdat onder de Sovjetdictatuur van Jozef Stalin het een groot taboe was om als krijgsgevangene naar het moederland terug te keren. Het Rode Leger kende immers alleen maar (gesneuvelde) oorlogshelden en wanneer dit niet het geval was, werd men gebrandmerkt als landverrader. Het was volgens de oekaze Order 227 - beter bekend als het ‘Geen stap Terug’ bevel - dat de Sovjetsoldaten werden geacht zich tegen het Duitse leger dood te vechten. Overgeven dan wel terugtrekken was geen optie. Soldaten die na de oorlog uit Duits gevangenschap werden gerepatrieerd - Stalin had er groot belang bij om zijn verdwaalde schaapjes die waren blootgesteld aan het vrije westen naar huis te halen - kregen in veel gevallen de kogel of in mildere omstandigheden veroordeeld tot tien jaar opsluiting in de strafkampen van de Goelag archipel.
Deze beroerde behandeling zorgde voor een intense schaamtecultuur en is de context waarin Sana Valiulina de levenswandel van haar vader verteld. Dit is meteen het grote euvel van haar boek. Ze heeft zeer weinig materiaal waar ze op kan terugvallen, want haar vader praatte nooit over het verleden en zijn dagboekaantekeningen over dit onderwerp zijn summier gebleven. (Behalve schaamte was er uiteraard ook de angst om kwaad te spreken over de overheid). Toen ze op latere leeftijd hier meer over wilde weten, was hij er al niet meer. Een onoverkomelijke misrekening, waarbij men er onbewust van uitgaat dat de ouders er voor altijd zullen zijn, die ze in het programma Zomergasten grif toegaf.
Ze compenseert dit door het historische relaas rondom de Sovjetkrijgsgevangenen en de legeronderdelen waarin haar vader heeft gediend te behandelen, maar bijvoorbeeld het stuk over de tien jaar die hij in de verscheidene Goelag strafkampen heeft gezeten is nihil. Daar komt nog bij dat ze nauwelijks toegang krijgt tot zijn strafdossier en dat de huidige Russische regering de archieven en musea over de Goelag voor het publiek heeft gesloten. Het boek Waar Alle Wegen Ophouden - ik vermoed dat de titel slaat op de symbolische mist waarin het verleden van haar vader is opgegaan - komt bij mij over als een soort boetedoening van de schrijfster voor het tekortschieten in haar belangstelling voor haar geheimzinnige en getraumatiseerde, maar lieve vader met zijn eigenaardige nukken.
Tuurlijk, ze schrijft over het wonder dat ze tijdens een tentoonstelling over de landing van Normandië in de Franse stad Bayeux een foto van haar vader als tolk voor de geallieerden in een Amerikaans tijdschrift aantrof. Hij was in Duitse krijgsdienst getreden om als krijgsgevangene aan de hongersdood te ontsnappen en in Frankrijk werd hij ingezet voor de verdediging van de Atlantikwall. Na D-Day liep hij over naar de Amerikanen en werd daar door een fotograaf van het soldatentijdschrift YANK vastgelegd. Het is allemaal verbluffend, maar het gevoel tijdens het lezen heerst dat de schrijfster toch enorm heeft moeten schrapen om met een volwaardig boek op de proppen te komen. Daarnaast springt ze nogal veel in de tijd, van haar eigen jeugd naar het verre verleden van haar beide ouders (want ook de moeder speelt een aanzienlijke rol - en krijgt naar wat ik begrijp ook nog een eigen boek over haar leven) en dan weer naar het heden; en hierbij heeft ze de drang om hele stukken van het verhaal vrijwel letterlijk te herhalen.
Behalve een aantal spelfouten, vind ik haar stijl van vertellen en haar neiging tot mooischrijverij - zeker wanneer ze over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de Sovjet-Unie en de samenstelling van zijn etnische bevolking beschrijft - ietwat rommelig en daardoor niet altijd fijn om te lezen. In dat opzicht was het boek ietwat teleurstellend en dacht ik regelmatig aan De Stamhouder (2014) van Alexander Münninghoff, een werk met een soortgelijk oorlogsthema, dat ik een sterker (geschreven) boek vind en de eerder genoemde documentaire over haar vader als een geslaagder eerbetoon oordeel.
Inhoudsopgave:
Deel 1: De kleine korporaal
Deel 2: De sprong
Deel 3: Terugkeer