Ik heb Omensetter’s Luck gelezen.
In den beginne waren er zinnen.
Krachtige zinnen, opgebouwd uit gedachten, tirades, illusies, hallucinaties, soms slechts uit woorden. De stem van de auteur is nooit ver weg. Een goed, en overigens uitstekend geschreven voorbeeld staat op pagina 256:
“Crap. A and… It could very well be.”
Zinnen als deze fungeren in de meeste romans als bouwstenen van een verhaal, maar in Omensetter’s Luck vormen ze het fundament van een structuur. Pas na de lange preek van predikant Furber, de centrale figuur in dit boek, voor zijn gemeente in Gilean, Ohio, neemt een meer conventionele verhaallijn het over. Tot dat moment zijn er zo’n 220 pagina’s aan innerlijke monologen van personages als Tott, Pimber en Furber. Ze vertellen niet zozeer wat er gebeurt, ze verklaren vooral. Zoals op pagina 220:
“Now, like the slowest worm, we sense; but like the mightiest god, we know.”
Die structuur, of liever gezegd, het concept van de roman, is vanaf het begin luid en duidelijk aanwezig. Toch weet Gass meestal de juiste balans te vinden, zodat het nergens te zwaar wordt. Al faalt hij soms , bijvoorbeeld in de scène waarin Furber samen met Chamlay bij Omensetter op bezoek is en Chamlay naar een vos vraagt. Dan voel je als lezer: dit dient een betekenis, geen verhaal. Dat voel je. En het stoort. Nou ja, een beetje.
Interessant is ook het symbolische gebruik van het getal zeven. Omensetter en Furber ontmoeten elkaar nadat Omensetter het lichaam van Henry heeft gevonden, in hoofdstuk 7. Toeval? Misschien niet. Zeven is het heilige getal. Op pagina 120 zegt Furber tegen Pike:
“Listen. I’m in your debt for six sentences of wisdom, but seven is the sacred number. […] Yield another one…”
Later denkt Furber na over de schepping in zeven dagen, en zo zijn er meer verwijzingen. Wanneer zulke symboliek zo nadrukkelijk wordt ingezet, loop je als schrijver het risico dat je boek vooral over ideeën gaat, in plaats van over mensen. Als lezer word je dan wel aan het denken gezet, maar je blijft ook emotioneel op afstand.
Echte antwoorden geeft het boek niet. Alleen vragen: “was I born for this?”
En toch…
Ik heb Omensetter’s Luck gelezen.
En ik vond het goed.