In het verhaal van een ander
Twee hoofdpersonages groeien op in een veranderend Egypte. Op verschillende momenten in de geschiedenis. Twee eenzame zielen wier levens met elkaar verstrengeld zijn, maar die elkaar niet kennen. Allebei hebben ze zich te verhouden tot een keurig uitgestippeld leven vol maatschappelijke verwachtingen over wat het betekent om een man te zijn. Grote politieke ontwikkelingen als het dekolonialisme en de Zesdaagse Oorlog trekken aan hen voorbij. Toch ligt de verwijdering tussen de twee in iets persoonlijks en intiems. Datgene wat hen zowel verbindt als van elkaar scheidt is namelijk een homoseksuele liefdesgeschiedenis. De schaamte erover schept een schijnbaar onoverbrugbare afstand. Maar het ene personage komt op het spoor van de briefwisselingen van de afwezige ander. Daardoor denkt hij hem te kennen en te begrijpen, maar de realiteit blijkt weerbarstiger en die geïdealiseerde ander glipt weer weg.
Een goede plotwending moet je niet verraden, maar het is lastig om 'Wat Ik Van Je Weet' (2023) te duiden zonder spoilers te geven. Waarschijnlijk heb ik al te veel weggegeven. De kracht van deze ingenieuze roman is namelijk het subtiele spel van vertellers die elkaars verhalen overnemen. In eerste instantie heb je niet eens door dat de ietwat afstandelijke vertelvorm in de jij-vorm een narratief doel dient: het is ingebed in de psychologie van een ander personage. Deze vertelvorm schetst namelijk een onbetrouwbare verteller die zelf is opgegroeid in de schaduw van een afwezige ander. Met zijn subjectief gekleurde blik vervormt hij gebeurtenissen, laat dingen weg en hoopt daarbij dat hij die ander weer terugkrijgt. Zijn eigen zoektocht naar zichzelf is als een spiegel van de strijd die dat andere personage heeft moeten voeren tegen mannelijkheidsidealen. In het Egypte van de vorige eeuw hadden zachtheid, liefde en tederheid geen plek in het ideaalbeeld van mannelijkheid.
Bij vlagen doet het filosofische spel met vertellers me wat denken aan de briljante novelle 'Het Uur van de Ster' (1977) van Clarice Lispector. Op dezelfde manier schetst Éric Chacour de beperkingen van (geprivilegieerde) vertellers die hun eigen wereldbeeld projecteren op anderen. Dat blijkt alleen al uit de manier waarop dokter Tarek met de beste bedoelingen neerdaalt in Mokkatam, de beruchte vuilnisstad van Caïro. Tareks seksuele liaison met protegé Ali legt steeds pijnlijker bloot hoe scherp de machtsverhoudingen zijn tussen de twee. Kan een mens een ander wel écht zien wanneer ervaringen zo anders zijn? Of volgt er niet altijd een geïdealiseerde kijk op de werkelijkheid?
Het ingenieuze spel met de perspectieven kan niet verhelpen dat 'Wat Ik Van Je Weet' (2023) soms wat afstandelijk blijft. De roman deelt op gezette momenten sterke knock-outs uit, maar je komt pas langs verschillende omwegen op die punten uit. Meer voor de geest dan voor het hart. Maar in de laatste hoofdstukken schiet het clevere narratief zeker raak, want uiteindelijk brengt 'Wat Ik Van Je Weet' (2023) de eigen filosofische thema's allemaal bij elkaar. Het is in alles een intrigerende metavertelling over de beperkingen in schrijven om onkenbare werelden in taal te vervatten. Over de verantwoordelijkheid van een schrijver om zich nederig op te stellen richting kwetsbare groepen die stemloos blijven door armoede, lagere klasse en/of onderdrukte seksuele geaardheid. Schrijven moet niet het gemakzuchtig toe-eigenen worden van ervaringen. Mensen moeten niet gereduceerd worden tot personages in de verhalen van anderen. De ongrijpbaarheid is ook deel van wat ons mooi maakt.