Dubbele moraal
De voormalige ‘Koloniën van Weldadigheid’ zoals de ‘onvrije kolonie’ in Veenhuizen spreken tot mijn verbeelding en ik ben niet de enige. Het schijnt dat één op de achttien Nederlanders voorouders heeft die in
Veenhuizen verbleven. Laat ik nu zowel de weinig voorkomende achternamen van zowel mijn vader als moeder in de
registers tegen zijn gekomen dus wie weet …
De koloniën werden beheerd door de Maatschappij van Weldadigheid, een particuliere organisatie die in de 19e eeuw arme gezinnen en personen wilden helpen om een eigen bestaan op te bouwen. Aanvankelijk werden in de kolonies alleen wezen ondergebracht en later bedelaars en landlopers waarvoor de Maatschappij van Weldadigheid contracten met de staat afsloten. Al snel heeft dit geleid tot de oprichting van ‘onvrije kolonies’.
Auteur van ‘De vondeling van Veenhuizen’ Patricia Snel kwam veel in Veenhuizen om te wandelen zonder te weten welke geschiedenis zich in de strafkolonie in Drenthe had afgespeeld. Tijdens een van die wandelingen kwam ze op een grasveldje met een bordje dat er tienduizend ‘kolonisten’ begraven liggen. Later kwam Patricia Snel erachter dat meer dan tweeduizend van hen wezen waren. Ze werden in een massagraf begraven zonder gedenkteken. De wezen waren gestorven door ziektes, slecht eten, eenzaamheid, heimwee en gebrek aan liefde.
Er is al veel over de Gestichten in Veenhuizen geschreven, bijvoorbeeld
Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen. Maar geen van de werken ging expliciet over de wezen die met 80 kinderen tegelijk in slaapzalen verbleven, ze kregen tot hun veertiende onderwijs op het terrein en gingen erna aan het werk in de kolonie, bijvoorbeeld in de keuken of op het land. Patricia Snel heeft veel over de Gestichten gelezen, hun ontstaansgeschiedenis, en ook het autobiografische verhaal van
Karel Möller die in 1846 in het kindergesticht aankwam. Patricia Snel heeft de weeskinderen een gezicht gegeven, ze heeft haar boek onder meer gebaseerd op de belevenissen van Karel Möller, in het boek Karel Muller.
Aan de ene kant is het als lezer merkbaar dat Patricia Snel zich heeft goed heeft ingelezen in de ontstaansgeschiedenis van de gestichten in Veenhuizen, terug te vinden in de verantwoording; met name over de rol van De Maatschappij van Weldadigheid, de oprichters en notabelen. Aan de andere kant heeft Patricia Snel tegelijkertijd haar verbeelding laten spreken, feiten en verbeelding verweven waardoor zowel de waarden en normen van de oprichters en notabelen als de beleving van de weeskinderen tot leven komen. Los van de wat mij betreft schokkende omstandigheden waaronder de kinderen leefden, werd voor mij de dubbele moraal van de oprichters nogal duidelijk: wat het gedwongen gewenste gedrag van de kinderen of in de nabijgelegen omgeving levende gezinnen en mensen betreft, dat gold niet altijd voor de oprichters. Bijvoorbeeld het drankgebruik van de notabelen was opmerkelijk, hun gebrek aan zelfreflectie en de klassenjustitie.
Het zou teveel van het verhaal verraden hier verder over uit te weiden. Het boek is m.i. een aanrader, zeker voor wie in (deze vaderlandse) geschiedenis geïnteresseerd is. Hiernaast is het een menselijk verhaal, een familiegeschiedenis over liefde en trouw. Het is evengoed een geschiedenis over veerkracht.
Met dank aan de uitgever voor een exemplaar van ‘De vondeling van Veenhuizen’:
4*