Als driejarig meisje kreeg Selma Lagerlöf kinderpolio waardoor ze tot haar tiende nauwelijks kon lopen en zelfs tijdelijk verlamd raakte aan haar benen. Het zet dit lijvige kinderboek (544 pagina's) over het jongetje Nils dat een reis maakt over Zweden op de rug van een tamme ganzerik in een heel ander licht.
Het verhaal begint met de veertienjarige Nils (geen Niels meer dus in deze nieuwe vertaling) die op de boerderij van zijn ouders geen spat uitvoert, graag kattenkwaad uithaalt en de dieren plaagt, maar door de spreuk van een kabouter zelf in een kabouter verandert (Duimelot) en dan ontdekt dat hij alle dieren kan verstaan. Waar ik de eerste pagina's een beetje huiverig voor was, was dat het zo'n moraliserend verhaal zou gaan worden over een stout jongetje dat gaandeweg steeds braver wordt, maar gelukkig verloopt het hier anders en veel subtieler en is Nils eigenlijk al meteen goed zodra hij onder de dieren is.
Het boek is in wezen een kaleidoscopische verzameling van verhalen; verhalen rond volksgeloof, sagen, legendes, avontuurlijk, sprookjesachtig, met vele lagen en diepere betekenissen. Een snoeppot gevuld met van allerlei soorten snoep; het verhaal over de reis van Nils zelf de snoeppot, de snoepjes in de pot de losstaande verhalen die ze tussendoor vertelt. Deze verhalen zijn zo geraffineerd door het reisverhaal verweven dat ze naadloos in elkaar overlopen en samen één mooi geheel vormen. Bijna als het web van een spin, beginnend bij de buitenste rand en zo steeds verder naar binnen, waarbij iedere gesponnen draad staat voor een verhaal. Ik zeg 'beginnend bij de buitenste rand' omdat een spin een web van buiten naar binnen weeft, maar niet alvorens er een soort van fundering is gespannen, in de vorm van een spakenwiel.
Lagerlöf deed overigens wel iets langer over haar web dan de gemiddelde spin, die daar maar zo'n uurtje voor uittrekt. Maar dit terzijde.
Nils is dus al meteen lief op het moment dat hij vriendschap sluit met de ganzen en met de noorderzon verdwijnt. Dat vliegen brengt trouwens een heerlijk, bevrijdend gevoel teweeg, alsof je zelf ook aan het vliegen bent en het Zweedse landschap onder je voorbij ziet glijden. Een fantastische ervaring!
In het begin is de dierenwereld nog even wennen voor Nils, maar al snel voelt hij zich als een vis in het water. Hij helpt de dieren waar hij maar kan en werpt zich steeds weer op als redder in nood.
Hij bevrijdt de raaf Bataki uit een benarde situatie en waarschuwt de beer, die een gevaar voor hem is, tóch voor de jager.
Maarten 't Hart schreef in 1978 een essay over dit boek, één van zijn lievelingsboeken, onder de titel 'De Wilde Ganzen van Selma Lagerlöf', dat is terug te vinden in
De Som van Misverstanden: Het Lezen van Boeken. Volgens 'T Hart is Nils een echte bemiddelaar.
Maar Nils is niet alleen druk bezig met de dieren, hij krijgt ook te maken met een aantal sterfgevallen van zowel dier als mens, en leert zodoende ook omgaan met de dood.
Ieder dier heeft zo zijn eigen karakter; de vos Smirre is sluw, de kat Klauwina gehaaid en de adder Kronkel een heuse booswicht. Het heeft allemaal iets fabelachtigs. Toch heeft Lagerlöf zich volgens 'T Hart bijzonder precies gehouden aan wat er destijds bekend was over het gedrag van dieren. Er komt ook een ringslang in voor met de naam Hulpeloos, in de oude vertaling heette deze nog Helpmij.
Het boek is merkwaardig genoeg actueler dan ooit en Lagerlóf roert thema's aan als ontbossing (voor de aanleg van ijzerertsmijnen), industrie die langzaam maar zeker oprukt en het dier uit zijn natuurlijke habitat verdrijft, dieren in gevangenschap (een dierentuin noemt ze 'gevangenis', daar was ik zo blij mee) en ook het jagen komt veelvuldig terug. Maar ook is er bijvoorbeeld een verhaal over kinderen die na een bosbrand bomen gaan planten en daar zoveel plezier aan beleven dat het hele dorp uitrukt om mee te helpen.
Het lijkt wel of alles wat me hierover de voorbije jaren heeft beziggehouden prachtig samenkomt in dit meesterlijk geschreven, spirituele kinderboek. Niets dan löf voor Selma Lagerlöf!
Ik wil graag eindigen met Akka de wijze leidstergans en diens laatste woorden aan Nils, waar ook Maarten 't Hart zijn essay mee eindigt: 'Als je goed hebt opgelet, Duimelot, dan heb je misschien van ons geleerd dat de mensen niet de enigen zijn die recht hebben op de wereld.'