Spijtoptant
Een boek dat vrijwel het hele literaire oeuvre van de redelijk onbekende Russische schrijver Daniil Charms bevat.
Het gedeelte met de korte verhaaltjes bevalt me het best. Een kijkje in het hoofd van een gek, anders kan ik het niet noemen. Charms' kijk op de wereld is compleet vreemd aan wie geloof heeft in de mens.
Een meester in absurdisme, een grootmeester in cynisme. Ik zal een voorbeeld geven:
Fabel
Een kleine man zei: "Ik zou alles best vinden, als ik maar een ietsjepietsje groter was."
Hij heeft het nog niet gezegd of hij ziet dat er een tovenares voor hem staat.
"Wat wil je ?", vraagt de tovenares.
Maar de kleine man staat daar en kan van angst geen woord uitbrengen.
"Nou ?" zegt de tovenares.
Maar de kleine man staat daar en zwijgt. De tovenares verdwijnt.
Daarop begint de kleine man te huilen en op zijn nagels te bijten. Eerst beet hij alle nagels van zijn vingers af, en daarna van zijn tenen.
Lezer, denk eens goed over deze fabel na en je zult je belabberd voelen.
Geen idee wat Charms wil zeggen, maar ideeën zijn geen gevoelens, en ik voel precies wat Charms bedoelt.
Nou ja, ik verbeeld me dat te voelen, want Charms was al ruim 25 jaar voor ik op deze planeet kwam buurten vermoord door het onpersoonlijke willekeurige systeem van dhr. J. Stalin. Dus ik heb het hem niet kunnen vragen.
Willekeur en ontpersoonlijking (wat weer iets anders is dan onpersoonlijkheid) zijn de rode draad in Charms' werk. Wie niet gek is kan het worden door het lezen van dit boek. Schrijnende toestanden, vaak met oude mensen of kinderen in de slachtofferrol, zijn het geraamte van Charms' observaties.
Op de kade van onze rivier had zich een grote menigte verzameld.
De commandant van het regiment Sepoenov was te water geraakt.
Hij kreeg een heleboel water binnen, sprong tot aan zijn buik uit het water, schreeuwde en ging andermaal kopje onder. Met zijn armen sloeg hij naar alle kanten en opnieuw schreeuwde hij om hulp.
De menigte stond aan de kant en keek bedrukt toe.
"Hij verdrinkt.", zei Koezma.
"Ja, dat is duidelijk.", bevestigde een man met een pet op.
En inderdaad, de commandant van het regiment verdronk.
De menigte ging uiteen.
(1-6 juni, 1929)
Het gebrek van mensen om zich in andermans ellende in te leven is ook een kenmerk van vele van de rare vertellingen van Charms. Zeer bevreemdend, als je pagina na pagina leest.
De gedichtjes en brieven vind ik minder interessant.
Ik merk dat ik het moeilijk vind om iets zinvols over dit boek te zeggen. Verder dan 'prachtig om te lezen' kom ik eigenlijk niet. Charms was gek, en misschien moet je wel gek zijn om te kunnen genieten van een parel als:
Nieuwe Anatomie
Op de neus van een klein meisje groeiden twee blauwe linten. Een zeer zeldzaam geval, want op het ene lint stond geschreven 'Mars' en op het andere 'Jupiter'.
(1935)
Ik weet totaal niet wat ik met zo'n microverhaaltje moet. Op zichzelf is het ook gewoon onzin, maar in dit boek, na pagina's gekte gelezen te hebben, past dit schitterend en plooit je gezicht in een wrange grijns van onbeholpen ongeloof. Wat staat hier ? Hoe is het mogelijk dat zulke dingen uiteindelijk in boekvorm verschijnen ?
Het kan. En het is noodzakelijk.
Dit boek is de papiergeworden relativatie van literatuur. Onzin gepromoveerd tot diepzinnigheid. De gekken hebben de witte jassen aangetrokken.
Nou, vooruit, nog eentje om het af te leren:
Anton Gavrilovitsj Nemetski draaft in zijn ochtendjas door de kamer.
Hij zwaait met een doosje, wijst er met zijn vinger naar en is heel, heel blij. Anton Gavrilovitsj laat het belletje rinkelen, de bediende komt binnen en brengt een pot met aarde. Anton Gavrilovitsj pakt een boon uit het doosje en plant die in de pot. Hierbij maakt Anton Gavrilovitsj merkwaardige bewegingen met zijn armen. Uit de pot groeit een boom.
(1931)