menu

Ghost Stories of an Antiquary - M.R. James (1904)

mijn stem
4,50 (4)
4 stemmen

Engels
Verhalenbundel
Griezel

236 pagina's
Eerste druk: Edward Arnold, Londen (Verenigd Koninkrijk)

Deze bundel spookverhalen van M.R. James bevat acht verhalen waaronder: 'Kannunik Alberic's Plakboek' waarin een Engelse toerist het interieur van de in verval zijnde kathedraal van Saint-Bertrand-de-Comminges fotografeert, en door de koster aangemoedigd wordt een ongebruikelijk manuscript te kopen. Het blijkt een plakboek te zijn waar kannunik Albéric de Mauléon in de zestiende eeuw mee begonnen is, en hij blijkbaar nog steeds aan werkt. In 'O fluit maar en Ik kom naar je toe, mijn Jongen' rommelt een koppige, sceptische professor met wat amateurarcheologie en stuit op een oude heidense gemeenschap, waar de ontdekking van een bronzen fluit met Latijnse inscripties een tijdloze gruwel loslaat.

zoeken in:
avatar van Sol1
5,0
Sol1 (crew)
Goed doordachte en dito uitgewerkte verzameling griezelverhalen.
De acht verhalen zijn:
'Canon Alberic's Scrap-Book'
'Lost Hearts'
'The Mezzotint'
'The Ash-Tree'
'Number 13'
'Count Magnus'
'Oh, Whistle and I'll Come to You, My Lad'
'The Treasure of Abbot Thomas'.

Deze verhalen kunnen, zonder verdere kennis van achtergronden, prima worden gelezen ... en gewaardeerd.

Wie echter op de hoogte is van de persoon van de schrijver, ziet hoeveel hij van zichzelf in zijn verhalen heeft gelegd. Montague Rhodes James was schrijver, provoost van twee Engelse colleges, geleerde op het gebied van bijbelse teksten, middeleeuwse handschriften, kunst en architectuur.

Hij treedt vaak op als een auctoriële verteller. Doordat hij zijn wetenschappelijke kennis mixt met de feiten (althans, die volgens zijn verhalen) en via één of twee tussenpersonen indirect betrokken lijkt bij de hoofdpersonen en gebeurtenissen uit zijn verhalen, krijgen die verhalen realistische tinten. Ervaringen van zijn persoonlijke wetenschappelijke reizen (zoals voor deze bundel die in Denemarken en Duitsland), verwerkt hij eveneens in zijn werk.
Verder zitten zijn griezelverhalen vol met referenties naar bestaande plaatsen, personen, boeken, universiteiten; daarnaast persifleert hij zowel die zaken en personen, als hun namen met enige regelmaat.
Dat maakt het interessant, die achtergronden na te gaan voor een herlezing.

Het eerste verhaal over ‘Canon Alberic’ speelt in op de levendigheid van sommige zaken, in dit geval een afbeelding. Op een iets andere wijze komt diezelfde gedachte terug in ‘The Mezzotint’. Nog later, in het verhaal 'The Haunted Dolls' House (dat geen onderdeel uitmaakt van deze bundel), zal James dit idee op weer een andere manier uitwerken. Ondanks eenzelfde basisidee, zitten die verhalen elkaar niet in de weg.

‘Lost Hearts’ vertelt over een weldoener, die wezen (waaronder zijn eigen jonge neef) helpt, maar bij dat helpen zowel ongebruikelijke als verborgen motieven heeft. Dat heeft voor die weldoener onverwachte gevolgen.

‘The Ash-Tree’ combineert op ingenieuze wijze een paar zaken uit de rijken van zowel levenden als doden. Zaken, die elk afzonderlijk al sommige stervelingen de stuipen op het lijf zouden kunnen jagen.

‘Number 13’ en ‘Count Magnus’ hebben elk een Deense achtergrond. Het eerste verhaal gaat min of meer over de angst voor, en het vermijden van het gebruik van, nummer 13. Het tweede verhaal betreft een historisch onderzoek naar Count Magnus de La Gardie; een onderzoek dat plaatsvindt in het familiearchief, rond zijn mausoleum ... ... en verder. De exacte interpretatie van de duistere Count en diens eveneens duistere helper, wordt aan de lezer overgelaten. De mogelijkheid van eigen interpretatie is een prettige bijkomstigheid van de schrijfwijze van M.R. James. H.P. Lovecraft zou dit tweede verhaal hebben gebruikt als één van de inspiratiebronnen voor zijn eigen The Case of Charles Dexter Ward - H.P. Lovecraft (1941)

‘Oh, Whistle and I'll Come to You, My Lad' is niet alleen de titel van dat verhaal, maar ook de openingsregel (akkoord, in Schotse spelling dan) van een gedicht uit 1793 van de Schotse dichter Robert Burns. De niet bepaald vriendelijke entiteit uit dit verhaal, is vermoedelijk gebaseerd op een wezen uit een eigen droom van M.R. James. De verschijningen in zijn verhalen zijn meestal niet echt stervelingvriendelijk te noemen, om het subtiel weer te geven.

‘The Treasure of Abbot Thomas’ volgt de heer Somerton met zijn knecht Brown. Beiden zijn in Duitsland op zoek naar een mogelijke schat, daarbij aanwijzingen volgend uit inscripties die de middeleeuwse abt Thomas her en der heeft achterlaten. Hun in Engeland achtergebleven vriend Gregory komt hen op schriftelijk verzoek na enige tijd te hulp. De ontcijfering van de inscripties, doet denken aan de manier waarop het geheimschrift in The Gold Bug - Edgar Allan Poe (1843) wordt ontrafeld; voor de rest ontlopen beide verhalen elkaar.

Gast
geplaatst: vandaag om 08:46 uur

geplaatst: vandaag om 08:46 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.