Op werk heb ik me aangemeld als facilitator richting mijn team voor een Bias Learning Journey (mensen verwachten dat niet altijd maar ik ben best woke). Er werden ook vier boeken aangeraden die je verder kan lezen, twee ervan kon ik via de bieb lenen. Eén staat in de bestelling, de ander is dit werk van Samuel. Iemand die ik vooral herinner toen hij, toen nog bekend onder de naam Monique, stond de buikdansen op tafel bij Pauw en Witteman (
geen grap).
Dit boek begint sympathiek. Zo beweert Samuel het ook dat hij vooral helpend wil zijn en vriendelijk wil blijven. Dat levert lange tijd aardige delen op (voor mij niet altijd even vernieuwend, voor een ander misschien wel). Hij komt met genoeg voorbeelden van vooroordelen en vooral hoe een en ander in de taal doorwerkt. Het bekende voorbeeld van de huidkleurige panty wordt niet eens genoemd trouwens, maar ook dat is zo'n voorbeeld dat de grote filosoof uit Betondorp zou omschrijven 'je gaat het pas zien als je het doorhebt'. Wat dat betreft wel een boek (of in ieder geval boodschap) die mensen best eens mogen kennen en tot zich laten nemen.
Echter, al snel overspeelt Samuel zijn hand wat mij betreft. Nieuwe woorden voor broers/zussen (brussen) lijken me nou niet zomaar in te gaan burgeren, maar ook wordt de toon activistischer. Iedereen moet zelf kunnen bepalen hoe die zichzelf wil (laten) noemen zo stelt Samuel. Behalve 'witte' mensen, dat wordt gebracht als 'einde discussie' en die mensen moeten niet zeuren. Zoals er wel vaker wat rare opmerkingen staan, dat het niet helemaal lekker meer is anno nu om een zaal vol witte mensen te hebben bijvoorbeeld. Tja, mensen beoordelen op huidskleur, daar is een woord voor.
Nu is dat deels ook een stukje smaak maar ik geloof best dat ik heel redelijk in dit debat sta. Erger is af en toe de focus verdwijnt. Zo komen er ineens nog enkele bladzijden over klimaatverandering (dat je een klimaatramp moet noemen aldus Samuel) die niet echt passen bij de rest. En dat gebeurt vaker. Echt belangrijke punten worden afgewisseld met futiliteiten. Of oplossingen voor problemen die misschien niet echt bestaan. Zo gaat er een stuk over validisme en hoeveel onze zintuigen terugkomen in de taal. Denk aan woorden als (tunnel)visie, oog om oog, een luisteren oor bieden (dat niet letterlijk luisteren hoeft te zijn) etc. Dat is best interessant. Echt, dan volgt dat je mensen met auditieve of visuele beperkingen hiermee kwetst aldus Samuel, waarna volgens hem de hele taal moet worden aangepast. En ik denk vooral: draaf je niet een beetje door en ben je het prikkelen niet voorbij hiermee?
Ook zegt hij iets over het gebruik van dieren in uitdrukkingen om mensen minderwaardig te laten overkomen. Bij dove kwartel of krokodillentranen snap ik dat nog ergens (al vind ik dit wel geneuzel in de kantlijn), maar rattenstreek lijkt me juist bewust bedoeld (je vindt iets van die persoon) en wat er dan mis is met de uitdrukking 'iemand blij maken met een dooie mus' is me een volstrekt raadsel. En zo gaat dat het hele boek wel door. Zo is dit een boek dat op momenten erg interessant is maar me uiteindelijk te veel irriteert. En alle suggesties maken de taal vooral minder rijk. 2,5*.