Een Kleine Handreiking - Marten Toonder (1986)
Nederlands
Verhalenbundel
Sociaal
168 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende twee verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: ‘De Erfpachter' (1973) en 'De Antiloog' (1982). In 'De Erfpachter' zitten heer Bommel en Tom Poes op het kasteel gezellig bij de knappende haard te luisteren naar de storm buiten. Kwetal komt binnenwaaien en overhandigt een oude munt, een verschuldigde talent bedoeld om voor de grond van de heks Grit van de Gorrelgrot te betalen. Kwetal denkt dat er iets uit het verleden gaat komen, dat gevaarlijk is. “Wees er zuinig op, het zal te pas komen.” Heer Bommel weet niet goed raad met de gift, maar bergt het muntstuk toch maar in de kluis, al was het maar om het in het voorjaar terug te geven aan Kwetal. In 'De Antiloog' brengt Kwetal weer noodgedwongen via het Waaigat een bezoek aan Grit van de Gorrelgrot, om een flesje lil te halen. Hij krijgt het mee wanneer hij belooft een gagel te voegen. Grits zoon gaat immers met de volgende volle maan verhuizen naar de Oerterp, die aan de rand van de landerijen van kasteel Bommelstein ligt, en met die gagel kan zijn blabla in echte spraak worden omgezet. Kwetal heeft Pee Pastinakel ook op de hoogte gebracht. De zoon van Grit weet alles. Pee meende dat Kwetal alles wist. Zijn vriend legt uit dat Grit haar zoon weet wat goed en ongoed is. Pee Pastinakel vindt goed wat goed is voor het leven. Het andere is ongoed. Ook heer Bommel heeft dagelijks moeite na het lezen van het dagblad om te weten wat goed of slecht is. Hij legt aan Tom Poes uit dat hij zich afvraagt wat het doel van het leven is.
